Fjoe

Op de nieuwe website woord.nl kun je het soort radio horen die niet meer op de radio te horen is, dus mooie lange interviews en hoorspelen en documentaires. Van nu, maar ook van vroeger. Ik luisterde naar een interview van Tony van Verre met Annie Schmidt uit 1977. Ik hoorde het natuurlijk voor het eerst, want in 1977 was ik een jaar oud en nog niet geïnteresseerd in lange interviews.

Los van dat het heerlijk is om Annie Schmidt te horen praten (over ‘versjes’, een mooi woord), is het ook interessant omdat ze dingen zegt waarvan ik me ineens realiseerde: O ja, dat zeiden mensen toen ik klein was. Het sterkst had ik dat het volgende: Annie zei ‘interVIEW’, in plaats van ‘INterview’. Ik herinnerde me dat het vroeger inderdaad een interVIEW heette. Dat ik dat nog weet, betekent dat dat tot minstens halverwege de jaren tachtig in zwang moet zijn geweest.

Ergens tussen halverwege de jaren tachtig en nu is het besef dus blijkbaar ingedaald: we zeggen het verkeerd. Engelstalige mensen, van wie we het woord ‘interview’ geleend hebben, zeggen allemaal INTERview. Niet alleen in Amerika. Ook in Engeland.

InterVIEW klinkt inmiddels raar, maar ook wel gezellig. En huppelig. Het lijkt of er een opluchting aan het eind van het woord zit. Inter-„fjoe! Dat hebben we weer gehad!” (zie figuur 1).

We zeggen het nu correcter dan eerst – hoewel, wie bepaalt eigenlijk dat je leenwoorden tot op de klemtoon moet lenen? Mag je niet zelf je klemtoon toevoegen?

Hoe het ook zij, we zeggen nu INterview, en dat past in een bredere trend („past in een bredere trend”? Wat is er over me gekomen? Help!) waarin we klemtonen naar voren halen. Vroeger zeiden we heleMAAL, nu steeds vaker HELEmaal. BIOlogisch hoor je ook vaak, in plaats van bioLOgisch. SPEciaal. Dat is vaak niet bedoeld als extra nadruk. Als wat dan wel? Geen idee. Misschien (MISschien) vinden we die klemtoon op de laatste lettergreep te huppelig. Te veel als een versje. Jammer hoor.