Elementaire genoegens

Thuiskok Marjoleine de Vos zet gebakken lever, bietjes en brood op tafel. Een genot voor smaakpapillen én spijsvertering.

Ooit zag ik een Franse film – vervelend genoeg vergeten hoe die heette – waarin alle mannen alleen maar wilden eten en alle vrouwen uitsluitend op seks uit waren. Rare film wel, vooral omdat je op een of andere manier de indruk kreeg dat dit een soort omkering was van hoe het ‘in het echt’ ging. Willen vrouwen vooral eten en mannen vooral seks? Dat ga je je dan afvragen. En los van de clichés van taartjesetende vrouwen (in Zuid-Europa valt me trouwens altijd op dat je mannen taartjes ziet eten), vind ik niet veel evidentie voor die stelling. Of wilde die film zeggen dat seks en eten een zelfde soort genot oproepen?

Daar is al veel meer voor te zeggen. Het zijn hoe dan ook de twee soorten lichamelijke genieting waar de meeste aandacht voor is. Volgens Midas Dekkers in zijn nieuwe boek De kleine verlossing of de lust van ontlasten, zijn de ‘avontuurtjes’ zelfs geheel en al van ‘het zuiden naar het noorden van het lichaam’ verhuisd.

In de keuken staat iedereen zich nu met rode wangen te verheugen op de genietingen die zullen volgen, daar streelt men varkensbillen en zoent koeientongen, daar betast men perzikhuidjes en snoept van romige gerechten en doet er alles aan om straks op zijn best voor de dag te komen.

En wie dat niet doet, die kijkt dan toch in ieder geval naar de plaatjes. Kookboeken staan al jaren vol met regelrecht pornografische eetfoto’s waarop we van dichtbij sappen uit gloeiende gerechten zien stromen en waarop de damp van de begerenswaardige spullen af slaat. En op de televisie kun je naast pornokanalen nu ook, en heel wat makkelijker, kanalen vinden waar 24 uur per dag gekookt wordt en over eten gepraat en opgeschept, alsof niemand meer iets anders aan het hoofd heeft dan zijn maag te vullen.

Het is wat veel van het goede geworden, al die aandacht voor koken en eten. Ik denk dat dat komt doordat bijna niemand meer echt kookte. Zoals moestuinen ook hip zijn omdat al jarenlang niemand meer van een moestuin hoeft te leven. Dan is het ineens een romantisch ideaal om je eigen groenten te verbouwen, heel iets anders dan de harde noodzaak van vroeger. Zoals het idee om ‘helemaal zelf’ je eten te maken ook modieus en aantrekkelijk wordt als al dat werk nergens meer voor nodig is, omdat je immers bijna alles kant en klaar kunt krijgen. Dan is het een statement om je eigen bouillon te trekken, noodzakelijk is het immers niet, je kunt zo een potje of een blikje gebruiken.

Dat is trouwens allemaal helemaal niet Dekkers’ onderwerp. Hij pleit voor meer aandacht voor wat er met het eten gebeurt nadat we het op hebben gegeten. De spijsvertering en vooral het eindproduct daarvan: poep. „Al heeft geen krant een poephoekje naast zijn kookrubriek (wat zullen we vandaag eten om er overmorgen van na te genieten?), toch is poepen een van de elementairste genoegens van het leven.”

Poephoekje

De combinatie kookrubriek en poephoekje ligt enerzijds natuurlijk enorm voor de hand, anderzijds houden we de noord- en de zuidkant van het lichaam hier liefst zo ver mogelijk gescheiden, want als er iets is dat bij ons geen eetlust oproept, is het wel poep. Al zou je bij de geur van sommige Franse worsten (andouillettes) het tegendeel vermoeden.

Is het vanzelfsprekende bewustzijn dat eten niet het einde van iets is, maar eerder het begin, afgenomen? Vroeger zeiden mensen ‘moge het u wel bekomen’ als ze gingen eten, maar dat hoor je nooit meer. Nu hoeft het eten je alleen maar te smaken. In Amsterdam kon je, als iemand op zijn bord een grote prak van het eten maakte, nog wel eens vergoelijkend horen: „Nou ja, waar het heen gaat, hangen ook geen schilderijtjes.”

We spreken wel veel over de uitwerking van eten op het lichaam, maar uitsluitend in termen van gezondheid en gewicht. Ik zie dat ook niet een-twee-drie veranderen, noch de toekomst van Dekkers aanbreken waarin ‘bij het eten als vanzelfsprekend al rekening wordt gehouden met het poepen dat erop zal volgen’.

Maar enige aandacht voor de spijsvertering kan natuurlijk nooit kwaad. En die hebben we ook wel, iedereen weet dat vezelrijke voeding bijdraagt aan een goede vertering, en dat je dus naast de makkelijker te verteren gekookte groenten ook geregeld wat rauwe groenten moet eten, dat vezelrijk brood de darmen meer zinvolle arbeid geeft dan wittebrood, enzovoort.

Wat niet wil zeggen dat je alleen maar rauwkost moet eten, wij zijn geen planteneters maar carnivoren en hebben niet zo’n uitvoerig verteringssysteem als herbivoren met hun grote dikke buiken vol darmen. Ook niet zo weinig als carnivoren met hun ranke lijven, denk aan honden, poema’s, tijgers en wolven. Wij zitten er tussenin.

Wat als voordeel heeft dat we álles kunnen eten, als we dat een beetje verstandig afwisselen. Hoeveel saaier zou het leven zijn als we niets dan gras aten! In plaats daarvan bakken we lekker een koeienlever in de boter, eten er vezelrijk brood bij en lekkere prei met room, die eerst onze smaakpapillen en daarna onze darmen wat te doen geeft. Eenvoudig eten is al gauw een rijkdom voor het hele lichaam.

    • Marjoleine de Vos