Een vinkje achter mijn naam

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven.

Deze week: gespreksgroep gescheiden ouders.

Of ik mijn dochter wilde inschrijven voor de gespreksgroep voor ‘leerlingen met ouders in een echtscheidingssituatie of met ouders die reeds gescheiden zijn’. De uitnodiging kwam van de middelbare school van mijn oudste. Staat achter mijn naam soms een vinkje met de aantekening: ‘gescheiden, ongeschikt als opvoeder’?

Alle leerlingen hebben last van de scheiding van hun ouders”, las ik op de website van de twee coaches die de gesprekken leiden. Uit onderzoek zou blijken dat kinderen na afloop van de gespreksgroep minder probleemgedrag vertonen en minder last hebben van schuldgevoelens.

Ik moet toegeven: mijn oudste heeft een autoriteitsprobleem en danst nogal sletterig. En mijn jongste heeft laatst in één weekeinde een hele serie van Gossip Girls zitten bingekijken. Maar komt dat door de scheiding? Laatst maakten ze een uitgebreid verjaardagsdiner voor hun vader, met chocolade fondante toe – deden ze dat uit schuldgevoel?

Sorry hoor, zo lust ik er ook nog wel een paar. Wat te denken van: Alle kinderen hebben last van depressieve ouders. Alle kinderen hebben last van ouders met een drankprobleem. Alle kinderen hebben last van ouders die hen niet serieus nemen. Alle kinderen hebben last van ouders die dansen en hard lachen.

Gaan we daar ook allemaal onder schooltijd gespreksgroepen voor oprichten? Of zou het misschien zo kunnen zijn dat een kind van gescheiden ouders dat zich door zijn ouders bemind weet, net zo gelukkig is als een kind van getrouwde ouders? Of misschien zelfs wel gelukkiger dan een kind van getrouwde ouders die alleen maar met zichzelf bezig zijn?

Aleid Truijens schreef vorige week in de Volkskrant dat kinderen van gescheiden ouders altijd het kind van de rekening zijn. Een columnist die op eenzelfde manier moslims over een kam zou scheren, zou met de dood bedreigd worden, maar met gescheiden ouders is blijkbaar alles toegestaan.

Ik las: „Kinderen van gescheiden ouders presteren slechter op school, vertonen meer gedragsproblemen, zijn minder gelukkig, hebben een slechter zelfbeeld en moeizamere relaties dan kinderen uit intacte gezinnen.”

Truijens deed het in haar column voorkomen alsof de meeste stellen voor hun plezier uit elkaar gaan, voor een stukje zelfontplooiing. Alsof je op een dag denkt: ‘ik weet niet wat er is, maar er is iets. Ik vind het geloof ik niet meer zo leuk. Misschien moet ik een cursus mindfulness doen, of nee, weet je wat: ik ga scheiden!’

Weet ze hoe het voelt als je eindelijk je kinderen bij elkaar durft te roepen omdat je ze wat vertellen moet? Kent ze het doffe gevoel dat je vanaf dat moment altijd met je mee zult dragen – alsof er iets bij je is geamputeerd?

„Echtscheiding duurt levenslang en het is nog erfelijk ook”, schreef Truijens. Ik dacht aan wie er allemaal nog meer levenslang hebben. De 40-jarige vriendin die als kind elke dag van de week in een leeg huis ongelukkig zat te wezen. Haar ouders zijn nog steeds bij elkaar. De 53-jarige vriend die als kind altijd te horen kreeg dat hij niets voorstelde. Zijn ouders vierden laatst hun 55-jarige bruiloft. En ik dacht aan mijn eigen kinderen die stukken vrolijker en minder maf zijn dan veel kinderen van wie de ouders wel bij elkaar zijn.

De vraag was: wil ik mijn dochter inschrijven voor de gespreksgroep Gescheiden Ouders? Haast is geboden. Er is maar plek voor acht leerlingen. Liever doe ik deze Amsterdamse school een alternatief voorstel. Maak een gespreksgroep voor leerlingen van ouders die overwegen bij elkaar te blijven of die nog bij elkaar zijn. Uit onderzoek zal blijken dat die kinderen daar enorm van opknappen.

    • Monique Snoeijen