Een inktvisbaby zwemt als een puffende ballon

Een pasgeboren pijlinktvis is net een paddestoel. Zijn koppie is doorzichtig met een paar stippen erop. En hij is piepklein.

De jonkies van de Humboldt-pijlinktvis zijn het allerkleinst. Als ze volwassen zijn, zijn deze pijlinktvissen wel twee meter lang en schieten ze als pijlen door het water. Maar als ze net uit het ei kruipen, zijn ze nog maar een millimeter groot. Dat is net zo groot als een zandkorrel!

De mini-inktvissen worden ongeveer op vijftien meter diepte in zee geboren. Het zijn rovers vanaf dag één. Om te eten, zullen de kleintjes naar boven moeten. Daar zwemmen prooien die nog kleiner zijn dan zijzelf.

Als je zo klein als een zandkorrel bent, voelt water net als stroop. Naar boven komen is dus een hele klus. Biologen hebben gefilmd hoe de inktvisjes dat doen.

Eerst zuigt het inktsvisje zich vol met water, daarna knijpt zijn lijfje samen en perst het water er weer uit. Een volwassen inktvis zou dan meters ver weg schieten. Maar een jonkie schuift per seconde maar een halve centimeter op. Het is hard werken. Voordat hij opnieuw water kan persen, zakt hij weer een beetje naar beneden. Als een huffend en puffend ballonnetje maakt hij de lange reis omhoog. Hop en zink. Hop en zink.

Als de inktvis zijn buikje vol heeft gegeten, laat hij zich weer zakken. Vooral overdag is het bovenin het water gevaarlijk. Dan worden de roofvissen wakker.

Zakken is gelukkig makkelijker dan zwemmen. Als een mini-pijlinktvis niets doet, zinkt hij. Eindelijk kan hij even rusten. Langzaam zinkt de inktvis weer de diepte in. Een zinkvis, dus.

Hoe groter het inktvisje wordt, hoe makkelijker het zwemmen gaat. Hij kan steeds meer water uit zijn lijf persen, steeds sneller zwemmen en steeds grotere prooien vangen. De piepkleine paddestoel is een echte bullebak geworden.

    • Lucas Brouwers