Echt Renaissance is kriebelen in de kantlijn

Iedereen kan oude kantlijncommentaren gaan ontcijferen

Commentaar in een boek van Lodovico Guicciardino van de hand van de Brit Gabriel Harvey (1552-1631) www.annotatedbooksonline.com

Goed lezen is lezen met de pen in de hand, vond men in de renaissance. In gedrukte boeken uit die tijd staan de kantlijnen vaak vol handgeschreven aantekeningen. Soms was degene die de aantekeningen maakte net zo beroemd als de schrijver van het boek.

Voor dergelijke bijzondere geannoteerde boeken is nu vanuit Nederland de website abo.annotatedbooksonline.com opgezet. Daarop zijn complete scans van historisch belangrijke geannoteerde boeken te zien.

Wetenschappers en liefhebbers kunnen printen of digitaal bladeren. En dan de aantekeningen proberen te ontcijferen en vertalen (veel aantekeningen zijn in het Latijn), interpreteren en becommentariëren. Iedereen mag ermee aan de slag gaan. Arnoud Visser van de Universiteit Utrecht, die de site beheert, spreekt van „een soort Droste-effect: de annotaties van de toenmalige lezers worden weer geannoteerd door de lezers van nu. Zo willen we onderzoeken hoe er in die tijd gelezen werd.”

Volgens Visser laten al die geannoteerde boeken zien hoeveel ruimte boeken bieden aan hun lezers, hoeveel verschillende manieren er zijn om zo’n boek te lezen en er wat mee te doen. „Lezen gaat altijd gepaard met instemming, kritiek, onbegrip en misverstanden. Lezers kunnen met een tekst alle kanten opgaan. Daar heeft de schrijver veel minder grip op dan vaak wordt gedacht.” Visser zelf onderzocht hoe de theoloog Augustinus (vijfde eeuw) werd gelezen door drie typen lezers uit de zestiende eeuw: katholieken, volgelingen van Luther en volgelingen van Calvijn. Al die lezers, met hun verschillende ideeën over God en het geloof, claimden dat Augustinus aan hun kant stond.

Op de website Annotated Books staat de bijbel-editie van Erasmus met daarin de persoonlijke aantekeningen van Luther. Het origineel ligt in de Universiteitsbibliotheek van Groningen. Op de site is te zien hoe Luther Erasmus las. Erasmus maakte een zorgvuldige teksteditie van de oorspronkelijke Griekse tekst van het Nieuwe Testament en plaatste daarnaast zowel de gangbare Latijnse vertaling (de Vulgaat) als een nieuwe, eigen vertaling. Hij schreef er een uitgebreid taalkundig en theologisch commentaar bij.

Luther bestudeerde dit boek ongeveer zeven jaar nadat hij zelf zijn befaamde Duitse vertaling van het Nieuwe Testament gemaakt had. Zoals te verwachten was, blijkt Luther zich vaak aan Erasmus te ergeren.

‘Wat is dit voor geneuzel?’ (‘Was darffs solchs gewessch?’) schrijft hij bij een alinea waarin Erasmus uitlegt waarom hij de woorden ‘God, mijn God’ reconstrueert tot ‘mijn God, mijn God’.

„Je ziet daar mooi het verschil tussen de humanist en de theoloog”, vindt Arnoud Visser. „De humanist Erasmus vindt dat een zorgvuldig gereconstrueerde tekst de basis is van goede kennis. De theoloog Luther vindt dat hij met belangrijker zaken bezig is dan het verschil tussen ‘God, mijn God’ en ‘mijn God, mijn God’.”

Op de website staat ook een eerste druk van het hoofdwerk van Newton, ‘De wiskundige beginselen van de natuurfilosofie’. De lezer-met-de-pen-in-de-hand is hier Adriaen Verwer (ca. 1655-1717), een Nederlander die erg geïnteresseerd was in filosofie, geloof en wetenschap. Visser: „Verwer was erg ongerust over de ideeën van Spinoza, die het bestaande Godsbeeld op losse schroeven had gezet. Hij dacht dat hij in het boek van Newton misschien een bewijs van het bestaan van God zou kunnen vinden.”

En al op bladzijde 2 schrijft hij in de kantlijn: ‘argument voor het bestaan van God’ (‘argumentum pro existentiam Dei’). Newton legt daar uit dat een massa in rust alleen in beweging komt als er een kracht van buiten op werkt, en dat, omgekeerd, een massa in beweging ook alleen tot stilstand komt als er een kracht van buiten op werkt. Verwer heeft de woorden ‘kracht van buiten’ enthousiast onderstreept.

De enige keer dat Newton het woord ‘God’ schrijft: ‘God heeft de Planeten op verschillende afstanden van de Zon geplaatst’ is dan ook dik onderstreept.

De meest bijzondere aantekenaar op Annotated Books Online te zien is, is de Engelsman Gabriel Harvey (1552-1631). Harvey verdiende zijn brood met het geven van erudiete adviezen aan diplomaten en militairen. Hij haalde zijn inspiratie uit klassieke boeken, zoals de Romeinse geschiedschrijving van Livius. Harvey was zich er duidelijk van bewust dat anderen zijn aantekeningen later weer zouden lezen. Hij schreef in een voorbeeldig schoonschrift, dat een stuk beter te lezen is dan de verontwaardigde hanepoten van Luther.

„Zo heeft hij van dat boek een persoonlijk document gemaakt”, zegt Arnoud Visser.

Toch twijfelde Gabriel Harvey wel eens over al dat aantekeningen maken. Hij schrijft ergens in de kantlijn van Livius dat hij wel eens het gevoel heeft dat aantekeningen maken het lezen en begrijpen in de weg kan staan. ‘Misschien hadden de volgelingen van Socrates gelijk: zij gaven de voorkeur aan lessen die niet op papier stonden, die mondeling werden overgedragen’. En hij besluit zijn overpeinzingen dan met: ‘Weg met die pan!’