Liever dode apen dan roos in je haar?

Illustraties Cyprian Koscielnak

Op 26 februari bracht Greenpeace een rapport uit over palmoliegebruik door Procter & Gamble, waaruit bleek dat P&G veelal niet-duurzame palmolie inkoopt. De grote vraag naar palmolie heeft geleid tot een toename in oliepalmplantages, ten koste van het regenwoud. Ontbossing voor plantages gaat gepaard met habitatverlies en mishandeling van bedreigde diersoorten als de orang-oetan. Daarnaast is regenwoud van belang voor de opslag van koolstofdioxide. Er zijn al positieve veranderingen aan het optreden. Unilever heeft zichzelf bijvoorbeeld het doel gesteld om eind 2014 haar bronnen van palmolie traceerbaar te maken. Dit moet leiden tot het gebruik van alleen maar duurzame palmolie. P&G, fabrikant van onder meer Head & Shoulders, beweert ook zulke voornemens te hebben en profileert zich als een duurzaam bedrijf. Om deze claim waar te maken heeft het bedrijf echter nog een lange weg te gaan. Het blijkt dat P&G jaarlijks slechts 10 procent van haar palmolie via duurzame transportketens koopt. Bovendien is dit oplichting van de consument. Sinds ik gezien heb hoe groot de impact van de oliepalmplantages is, probeer ik op de hoogte te blijven van palmoliegebruik en daarop mijn keuze als consument te baseren, maar ik ben door P&G om de tuin geleid.

Palmolie zal niet uit te bannen zijn. Wel kunnen we zo duurzaam mogelijk met het regenwoud omgaan. Bedrijven als P&G moeten hun consumenten eerlijk voorlichten. Zo kunnen consumenten een verantwoorde keuze maken. Is antiroos-shampoo de dood van orang-oetans waard?