Dus toch geen ‘non-event’?

Oud-topambtenaar Joris Demmink wordt beschuldigd van seksueel misbruik van minderjarige jongens // Gisteren werd ex-gevangenisdirecteur Jacques van Huet gehoord // Hij hoorde al vanaf 1990 geruchten en roddels

De dienstreis naar Londen was weliswaar al 22 jaar geleden en de getuige en voormalig gevangenisdirecteur Jacques van Huet inmiddels bijna 68 jaar; rechter-commissaris Nastasja Gehlen hoefde niet bang te zijn voor haperende herinneringen. Van Huet was naar eigen zeggen immers altijd „een snelle leerling geweest” met „een vrij goed geheugen”. Ter demonstratie strooide Van Huet met details. Hij wist bijvoorbeeld nog dat de terugvlucht uit Londen op 19 mei 1992 om 16.35 uur was geland.

In de civiele procedure die stichting De Roestige Spijker voert voor de rechtbank in Utrecht om opheldering te krijgen over de verdenkingen dat oud-topambtenaar Joris Demmink zich schuldig heeft gemaakt aan het seksueel misbruiken van minderjarige jongens, werd gisteren de hele dag Van Huet verhoord. Hij heeft vorig jaar met zijn eveneens gepensioneerde collega Bart Molenkamp voor een notaris verklaard dat ze in 1992 tijdens een buitenlands uitje van bajesbazen van een stafmedewerkster van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Anna Storm, hadden gehoord dat zij in het verleden „jongetjes moest regelen” voor Demmink. Storm had dit verhaal maandag met klem tegengesproken. „Vrij debiele uitlatingen”, noemde ze het. Ze werkte op een andere afdeling en had vrijwel nooit contact met Demmink.

Van Huet begon zijn verhoor met de belofte „niet met modder te zullen gooien”. Hij vertelde dat hij vanaf 1990 geruchten had gehoord over seksuele escapades van Demmink. Hij maakte zich er niet druk om want hij kreeg te horen dat Demmink voor de seksuele diensten „steeds netjes had betaald”. Later hoorde hij van een collega tijdens een etentje dat Demmink met de dienstauto ook regelmatig naar Praag ging en er jongensbordeel de Pinocchio-bar bezocht. Van Huet had er niet over doorgevraagd omdat hij „zijn menu niet wilde laten bederven”.

Tijdens de dienstreis naar Londen zou Anna Storm in 1992 in de hotelbar verteld hebben dat Demmink haar vaak voor het weekeinde telefonisch opdracht gaf jongensprostituees te regelen. „Ze sprak erover met een mengeling van irritatie maar ze wilde ook indruk maken.” Van Huet vond het „Privé-geroddel” en noemde het „een non-event”. „Ik ben er niet door van mijn barkruk gevallen”, aldus de getuige. „Ik zag geen aanleiding er een misdrijf in te zien”, zei Van Huet. „Misschien ging Demmink wel puzzelen met die jongens.”

Toch besloot hij twintig jaar later na bemiddeling en financiële hulp van de Stichting De Roestige Spijker en de financier van deze club, Chipshol-directeur Peter Poot, een notarisverklaring af te leggen. Van Huet was namelijk „witheet van woede” geworden toen hij hoorde dat Demmink bestuurslid werd van het Nederlands Helsinki Comité, een mensenrechtenorganisatie. De notariële verklaring was volgens Van Huet nodig „om het voor de eeuwigheid vast te leggen”, want „er zijn wel meer mensen omgevallen”. Hij noemde namen van mensen, zoals de chauffeur van Demmink, die na het afleggen van belastende verklaringen plotseling het leven zouden hebben gelaten.

Van Huet was vorig jaar ook bij Peter Poot op kantoor geweest. Zijn 89-jarige vader Jan Poot vertelde vorige maand in de Volkskrant dat hij miljoenen euro’s heeft uitgegeven aan een campagne tegen Demmink omdat hij zich zakelijk gefrustreerd voelt. Peter Poot had aan Van Huet verteld dat de DDR bezig is geweest dossiers samen te stellen over chantabele ambtenaren. Die dossiers zouden in 1989 zijn overgedragen aan de CIA. Het bleef onduidelijk waarom hij dit vertelde.

Advocaat Matthijs Kaaks van De Roestige Spijker kondigde aan dat hij nog extra getuigen wil oproepen. Mogelijk wordt staatssecretaris Fred Teeven gehoord die als officier van justitie in 1998 onderzoek deed naar magistraten die seks zouden hebben met minderjarigen.