Der Uli

Ik denk nog vaak aan Renze de Vries. De aimabele varkenshoeder uit Roden die in de jaren tachtig in de bak vloog voor een zwartgeldaffaire bij FC Groningen waar hij voorzitter was geworden. Zijn misdrijf: een paar zwarte envelopjes om het spelersniveau van zijn club enigszins op te krikken. Eigenlijk ging het om zwarte kruimels.

Ontslag, gevang.

Terug thuis ging ik hem opzoeken. Geknakt als varkenshoeder, geknakt als voetbaldier. Van zijn inherente vrolijkheid bleef niets meer over. Voor oude vrienden was hij een vreemde. Het ereterras werd spergebied. Het allerergste, zei hij met schorre stem, was dat hij nooit een bedankje heeft gehad, niet van de spelers, niet van het bestuur.

Renze had zichzelf niet verrijkt met zwart geld. Ondergrondse revenuen gingen regelrecht naar de club. Hoe naïef kun je zijn? Maar een varkenshoeder die preses van FC Groningen mag zijn, gaat de hemelvaart van Christus achterna. Renze werd verrast door die hoge vlucht. Bij het afscheid zei hij met zware Groningse tongval: „Ik was met mijn geld beter naar de hoeren gegaan.”

Ook bierbrouwer en voorzitter van RSC Anderlecht Constant Vandenstock kwam terecht in de zwartgeldbrigade van het voetbal. Meneer Constant was zo rijk als de Schelde diep is en kocht zich vrij. Anders dan Renze bleef hij tot aan zijn dood een gerespecteerd burger.

België is Groningen niet.

Voetbalpresidenten zijn een ras apart. Zwervend tussen hondse kritiek en adoratie. Onderhandelend met sponsors en makelaars over miljoenencontracten. Financieel ademend in het virtuele zwerk.

Dan is een gevoel van onschendbaarheid gauw voltooid, zeker in stille collaboratie met magistraten, prelaten en senatoren.

Iedereen supporter. Zelf waren ze al gefortuneerd.

Bouwvakkers als voetbalpreses zijn even onbestaanbaar als geitenhoeders op de golfbaan. Bon chic, bon genre.

In zuiderse landen eindigen voetbalpresidenten gegarandeerd in schandaalkronieken. Het majestatische Barcelona werd laatst al weer ontmaskerd als notoire belastingontduiker, met de transfer van Neymar. Het had eerder al een president achter tralies.

De Serie A: honderd jaar gevang.

Maar Duitsland? Uli Hoeness dus.

De preses van Bayern München is veroordeeld tot drieënhalf jaar cel wegens grootscheepse fiscale fraude. Hij staat voor maar liefst 27 miljoen bij de fiscus in het krijt. Halfgod in Duitsland, boegbeeld van modelclub Bayern, vriend van de Beierse autocraat Edmund Stoiber, worstenkoning en voedstervader voor verdrukten – nu crimineel. Achter een masker van bonhomie, deftigheid en jovialiteit bleek een man te schuilen die verslaafd was aan gokken met aandelen en buitenlandse deviezen. Op zijn geheime bankrekening in Zwitserland flitsten monsterbedragen heen en weer, van plug naar plug.

Exit Uli Hoeness.

Ik zag hoe hij huilde bij de uitgesproken steun van Karl-Heinz Rummenige en Pep Guardiola. Een huilende zestiger tikt harder aan dan de middelvinger van Lars Boom. Je ziet een leven uiteenspatten in brokstukken.

Pour la petite histoire nog even naar Toots Thielemans. De jazzlegende is 91 en heeft definitief afscheid genomen van het publieke podium. In België kende niemand hem. Tot hij op de avond dat de Rode Duivels een WK-wedstrijd speelden, was uitgenodigd voor het journaal van televisiezender RTBF. De Belgen wonnen en daarop nam Toots zijn mondharmonica en begon de Brabançonne te spelen. De volgende dag werd hij in Brusselse straten door zowat iedere passant aangesproken. Vrouwen zoenden hem, mannen brachten de militaire groet. Een doelpunt van Jan Ceulemans had Toots naar de massa gevoerd.

Ik weet niet of Hoeness van muziek houdt, maar bij gebrek aan voetbal op in het gevang verboden pay-tv, is Toots horen blazen en zuigen echt wel troost, Uli.

Mooie melancholie.

    • Hugo Camps