De leraar meten ondermijnt het vertrouwen

Ingewikkelde enquêtes om de lessen te meten. En dan ranking the stars. Over het dagelijkse werk in de klas zegt het weinig, vindt Anita Brus.

Een matig mavo-klantje”. Dat zei de onderwijzer tegen mijn moeder na afloop van de Tivo-test. Ik was twaalf en wist van niets. Was in alle opzichten nog vrijwel blanco. De test had ik in een roes van onzekerheid gemaakt. Oefenen deden wij in die tijd niet. We werden, in wat toen nog de zesde klas heette, op slag geconfronteerd met een test en ik wist niet wat mij overkwam. Ik maakte die test daarom slecht, ook al was ik altijd de beste van de klas geweest.

Tegenwoordig heet het de Cito-test en gaat het anders. Kinderen oefenen met tal van programma’s op internet en daar buiten en gaan zo goed voorbereid de test in. Intussen klagen onderwijzers steen en been over hun kasten, die uitpuilen van de toetsen. En jagen ouders op goeie resultaten.

Maar zijn de kinderen daarom beter? En wordt het onderwijs er beter van? Ik vraag het mij af. Wij leven echter in een tijd waarin men denkt alles te kunnen meten.

In het onderwijs heerst meetgekte.

Laatst kreeg ik een enquête onder de neus. Zo even had ik opgeschept over hoe goed het ging met mijn lessen. Toen zou men het mij wel eens even laten zien: veel regenwolken, geen enkel zonnetje en dat alles werd nog eens kracht bijgezet door tal van grafieken in alle kleuren van de regenboog.

Dit kon toch niet waar zijn? Ik ging voor mijn vak én voor mijn leerlingen. Als ik zo werd beoordeeld, moest er toch iets met die enquête mis zijn. Maar nee hoor, die enquête had zich al op diverse scholen bewezen, inclusief een ranking the stars, werd gezegd. Je kon er namelijk ook heel goed uit aflezen op welke plek je stond als docent. Ik bungelde ergens onderaan en ging huilend naar huis.

Een week later gingen meer collega’s huilend naar huis.

Was het ’t allemaal waard? Een jaar na mijn lagere school belandde ik op het vwo en was ik opnieuw de beste van de klas. En een jaar na deze ‘ranking the stars’ geef ik nog steeds met plezier les. Natuurlijk gaat het niet elke dag in elke klas geweldig, maar dat werd vroeger normaal gevonden.

Tegenwoordig denkt men dit echter door middel van enquêtes te moeten meten. Maar wat meet men dan eigenlijk? Er zijn zo veel factoren die een rol spelen bij hoe een les wordt ervaren door pubers die nog lang niet droog zijn achter de oren. Je zou er helemaal niet aan moeten beginnen om dat te willen meten via een regenboogenquête.

„Meten is weten”, zeggen de deskundigen, maar over mij weten de meters helemaal niets. Er is misschien wat informatie van horen zeggen en iemand heeft mij een keer gesproken zonder in mijn les te kijken. Maar dat hoeft ook niet, want er is een meting. Ik moet er bijna hard om lachen als dit ook niet zo triest was, want er zijn mensen onnodig de dupe van.

Ben ik ook een slachtoffer? Nee hoor! De ironie wil dat al dat gemeet voor mij misschien wel goed is. Ik ga er nog harder van rennen. Als kind al. Na die tyfus-Tivo-uitslag wilde ik alleen maar laten zien hoe goed ik was. Vond de leraar Frans mij slechts een zesje waard, dan ging ik alleen nog tienen halen. De aard van het beestje.

Maar je moet de tijd natuurlijk wel mee hebben. Toen was dat de tijd van Den Uyl en de middenschool. En ja, daar waren ook mislukkingen, maar ik kreeg als arbeiderskind wel alle kansen. Er waren nog geen toelatingseisen en cijfers waren niet alles bepalend. Daarom kon ik naar een scholengemeenschap die als eerste een brugklas had met drie niveaus, waardoor ik vlekkeloos door kon rollen naar het atheneum.

Over mij hoeft men zich dus geen zorgen te maken. Toch weet ik dat er door al het toetsen en testen onnodig slachtoffers vallen. En het vertrouwen is blijkbaar weg. Het vertrouwen in onderwijzers die kinderen al jarenlang in hun klas hebben, het vertrouwen in de leraar die toch behoorlijk geschoold voor de klas staat en er alles aan doet om zijn lessen goed te geven.

Maar ook het vertrouwen van de ouders en de maatschappij in de scholen is weg. Scholen, die tegenwoordig tot in het uiterste met elkaar moeten concurreren om het hoofd boven water te houden. Deze scholen moeten zich natuurlijk verantwoorden en gaan daarom mee in de meetcultuur.

Maar wat zegt dat nu over hun werkelijke kwaliteit? En wat zei de Tivo-test over mijn niveau? Men mag het voor mij invullen, maar ikzelf weet wel beter. En ik hoop een heleboel anderen ook.

    • Anita Brus