Column

Campagne voor een bijna-probleem

Correspondent Den Haag Tom-Jan Meeus

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: terug naar de Anthonie van Dijckstraat in Woerden. Ofwel: de logica van de geringe belangstelling voor het gemeentebestuur.

illustratie hajo

Sinds de jaarwisseling hing ik geregeld rond in Woerden, in de wijk het Schilderskwartier. Daar was over nagedacht. Op het stembureau in de Anthonie van Dijckstraat vormde de uitslag van 2010 een kopie van het landelijke beeld. Vandaar dat ik deze gemengde buurt al sinds 2012 om de paar maanden bezocht – werktitel: What’s the matter with Woerden?

Zo kon je de Haagse werkelijkheid leggen naast de beleving van een modale wijk in een middelgrote stad. Een wijk van huur- en koopwoningen, van veel openhaarden en soms een wietplantage, van handarbeiders en Marokkaanse gezinnen; van kleine verlangens en hoop die vaak vervlogen was.

En van snackbar HappyFood, even buiten de wijk, waar ze twee frikadellen over een dubbele patat leggen en dat ‘waterfiets’ noemen.

Ik leerde er de laatste jaren vooral dat politici zich te groot maken. Mensen hoeven niet zo veel politiek. Als vermaak kan het best aardig zijn, met Geert die tekeergaat, of zo’n man van de Bulgarenfraude (ze bedoelden Frans Weekers) die moest opstappen – prima, geinig wel.

Maar aan de politieke politiek – ruzie in de coalitie, ministerscrisis, verkiezingen – hadden ze hier een nogal grondige hekel gekregen. Net als aan media die daar gretig over rapporteerden.

Dat ongeveer wist ik van het Schilderskwartier toen ik vanaf januari, raadsverkiezingen in aantocht, de frequentie van mijn bezoekjes opvoerde. Ik verplaatste de aandacht van burgers naar lokale politici in de wijk, en probeerde op die manier te begrijpen wat er speelde. Grappige vergissing, achteraf.

Zo sprak ik de ene keer met Jasper de Vink (31), een lokaal CDA-bestuurslid: zo’n jongen die op zondag ter kerke gaat en zaterdags een partijtje voetbalt bij de amateurs. Maar die evengoed bedrijfjes heeft waarmee hij online „nieuwe merkidentiteiten” ontwikkelt.

Een volgende keer wandelde ik met het progressieve kandidaat-raadslid Jelmer Vierstra langs de deuren. Dan weer liet ik me rondrijden door de bejaarde oud-politieman Jaap van der Does (72). Hij was twee jaar terug, na achttien jaar, uit de D66-fractie gestapt en nu voor een eigen lokale partij het populairste raadslid van de wijk.

Stuk voor stuk mensen die bewonderenswaardige ijver voor de gemeenschap opbrachten. Ware burgerzin.

En evengoed klopte er iets niet. De inspanningen voor een beter Woerden die hen voor ogen stonden, de problemen die zij voor deze wijk constateerden, waren in de ogen van veel bewoners geen erg grote problemen. Soms zelfs überhaupt geen problemen. Of het ging om problemen waar die raadsleden niets aan konden doen.

Dus dit is wat ik zag: lokale politici die opkwamen voor burgers, en burgers die dachten: wat moet ik hiermee?

Zo had je in de wijk de hoog opgelopen zaak van het zakkende grondwaterpeil. Gebleken was dat de funderingspalen, waarop een deel van de buurt rust, niet altijd volledig onder water staan. Die palen kunnen dan gaan rotten, zodat de huizen verzakken. Vervanging zou per woning 60.000 euro kosten.

„Een geheide stemmentrekker voor mij”, zei Van der Does, het raadslid uit de wijk. Zijn volharding op dit punt was een van de redenen, zei hij, dat de relatie met D66 verzuurde en hij voor zichzelf begon.

Intussen ontstond ook een buurtpressiegroep en stortten alle raadsfracties zich op dit gevaar. Zo gebeurde het dat ik een paar weken terug ging canvassen met Jelmer Vierstra van Progressief Woerden (lokale combinatie PvdA en GroenLinks), waarbij hij aanbelde bij mogelijk getroffen woningen in de Floris Versterstraat, een groene laan voor betere inkomens.

Vierstra had een open gezicht en bracht burgers makkelijk aan het praten. Maar wat bleek: zijn zorgen over de palen deelden ze amper. Een jonge moeder dacht dat het „wel los zou lopen’’. Een dertiger zei in de deuropening: „Ik zie niets scheef staan. Jij?”

Bovendien las ik in het archief dat Progressief Woerden twee jaar terug, Vierstra is nieuwkomer, een nogal ontnuchterende analyse maakte.

Wat was het geval? Die lagere waterstand was veroorzaakt omdat het regionale waterbedrijf extra drinkwater uit de wijk pompte. Dat mocht: de provincie had vergunning verleend. Zodoende had Progressief Woerden geconcludeerd dat het hele probleem buiten de reikwijdte van de gemeente viel: wie wilde klagen moest bij de provincie of het waterbedrijf zijn. Niet de gemeente.

Hollandse politiek op Woerdense maat gesneden: invloed claimen over verantwoordelijkheden van anderen.

Intussen is niet gebleken van enig paalrot, zei het waterbedrijf me deze week. En de politieke aanjager van de zaak, Van der Does, legde me woensdag uit dat hij „niet zo bang meer is”. Ergo: er werd hier, bij gebrek aan echte thema’s, campagne gevoerd over een bijna-probleem.

Zo kon je wel begrijpen dat weinig mensen warmliepen voor die verkiezingen. En hoe onverstandig landelijke politici waren die steeds benadrukten hoeveel gewicht de gemeente in de schaal legt. Juist die oproepen vormden voor mensen in het Schilderskwartier bewijs dat die landelijke betrokkenheid slechts pose was.

Het paste bij iets anders dat me opviel: de hoge tolerantie die ze hier hadden voor politiek amateurisme. Alleen al het laatste jaar waren in vier (!) van de zeven raadsfracties conflicten met slechte afloop. Zo viel de grootste lokale partij, Inwonersbelangen (5 van de 29 zetels), uiteen toen de raadsfractie integraal overging in een nieuwe partij. En de nummer drie van Van der Does werd onlangs betrapt omdat hij anonieme tips over een andere partij verspreidde.

Maar ik merkte dat mensen er zich amper over opwonden. Ze vonden het niet fraai, maar ook geen ramp: liever lokale amateurs dan landelijke poseurs.

Er kwam bij dat je in de wijk twee groepen Wilders-aanhangers had. Je had de mensen die openlijk aangaven dat Geert nog steeds hun man is – niet omdat hij gelijk heeft, maar omdat hij zegt waar het opstaat. Zij gingen, zeiden ze, niet of lokaal stemmen. „Voor een deel komen ze denk ik bij mij terecht”, zei Van der Does.

De andere groep was minder overzichtelijk: mensen die hun voorkeur voor Wilders wel noemden, maar verder kozen voor een passief-agressief zwijgen. Ze deden me denken aan het fraaie stuk dat Dirk-Jan van Baar, de historicus, drie weken terug in NRC schreef. Van Baar ervaart die woede geregeld omdat hij kritisch over Wilders schrijft op de rechts-conservatieve Dagelijkse Standaard. Volgens hem is er een PVV-onderwereld van bedrogen mensen ontstaan, „die zich allang niet meer zo keurig gedragen en elk gezag wantrouwen – wat hun isolement vergroot en hun eigen gelijk versterkt”.

De vrijwel onbereikbare boze burger: ik meende hem te zien in het Schilderskwartier, maar inderdaad: contact zat er duidelijk niet meer in. Onheilspellend.

Toch vertrok ik niet alleen somber. Je had ook aanwijzingen dat een deel van die woede overgewaaid is, zeker bij de nieuwe generatie.

Zo vond ik het mooie aan Jasper de Vink (31) dat hij, jonge ondernemer die een paar jaar terug afstudeerde op de Erasmus-universiteit, een deel van zijn vrije tijd aan het lokale CDA-leven opofferde, ook al had hij met zichzelf nog geen politieke plannen.

Zijn bestaan, legde hij me uit op een avond in februari, stond in het teken van de twee bedrijfjes waarmee hij „zelf verzonnen concepten in de markt” zette en online „campagnes en identiteiten” ontwikkelde. Vooral voor bedrijven, maar ook instellingen als Interpol en Jantje Beton.

Hij was nu eenmaal gebiologeerd geraakt door „beeldvorming en positionering, door het creëren van waarde door creatief te kijken”. Dus voordat hij, misschien later, alsnog de politiek inging, wilde hij eerst de werkelijkheid verfraaien met suggesties, beelden en bijna-feiten.

En waar die lokale en landelijke politici de afgelopen weken maar niet in slaagden, dat zag je deze jongen later, met al zijn optimisme, zonder problemen doen.