Bussemakers werkkamer: meer kunst dan dossiers

Minister Jet Bussemaker heeft haar werkkamer volgestouwd met kunst. Vrijdag kwamen de kunstenaars op bezoek. Dat wil de minister elk jaar.

Wie de werkkamer van de minister van cultuur binnenkomt, ziet een bekende stoel, van de ontwerpers Eames. De stoel heeft plastische chirurgie ondergaan, zegt de maker, de Zuid-Koreaanse Bora Hong. Ze heeft de stoel gemaakt van bewerkt hout uit een primitieve rolstoel.

Zuid-Korea is wereldwijd koploper in het aantal plastische-chirurgieoperaties. Hong schaamt zich daarvoor. Hong: „De trendy designstoelen die ik maak uit oude stoelen zijn mijn protest tegen al dat geknoei met lichamen.” Op een foto boven de stoel staat ze zelf, als chirurg, met mondkapje op en een zaag in de hand. Om haar heen andere designmeubels gemaakt van oude stoelen.

Minister Jet Bussemaker (Cultuur, PvdA) luistert. Het is vrijdagmiddag. Terwijl de allerrijksten der aarde naar de allerduurste kunst kijken op de Tefaf in Maastricht, krijgt zij tekst en uitleg van zeven jonge kunstenaars wier werk ze heeft uitgekozen voor haar werkkamer. Dat zal ze elk jaar opnieuw doen, is het plan.

De kunst past net in de niet erg grote werkkamer. Boven de bank: Untitled Flowers (2013), een werk dat is gecreëerd met over elkaar geschoven foto’s. (Maker Kim Boske: „Ik schilder met de computer.”) Achter Bussemakers bureau: drie foto’s van modecreaties, waaronder één van de 23-jarige Henriette Tilanus. Midden in de kamer, tegenover elkaar, twee conceptuele werken die het bewustzijn proberen te stimuleren over de herkomst van producten.

Het contrast tussen kunst en ruimte is opvallend. De vorm van een tinnen kan die is uitgevoerd in porselein staat onder het witgrijze systeemplafond, inclusief sprinklers en ventilatieroosters. Het tapijt is lichtgrijs, de deuren van blank hout. In de hoek staat een dikke, betonnen zuil, beschilderd met witte structuurverf. Boske: „Meestal zie ik mijn werk terug in een museale context. Dit is zo’n beetje het tegenovergestelde, ook wel eens leuk.”

De vorige PvdA-minister die cultuur in zijn portefeuille had, Ronald Plasterk, had van dezelfde kamer een studio gemaakt waarin hij zijn eigen kunst creëerde. Hij fotografeerde iedere bezoeker, inclusief journalisten die hem een interview afnamen. De resultaten hing hij tegen de ramen. Later liet hij het exposeren in de Rotterdamse Kunsthal.

Bussemaker heeft niet voor eigen werk gekozen, maar voor dat van jonge vrouwen. Modefotograaf Peter Stigter is de enige man van wie ze drie werken uitkoos. Drie foto’s, met op alle drie wel weer een vrouw. Toch mogen we uit de sekse van de geselecteerde kunstenaars geen conclusies trekken van de minister. Dat blijkt na een half uur. Opeens zegt ze: „Het valt nu pas op dat jullie allemaal vrouwen zijn!” De kunstenaars vinden het kennelijk niet de tijd en plaats om de oprechtheid van de verbazing te betwijfelen. Waarom zouden ze ook?

Een van hen, Lonny van Rijswijck: „De verbindende factor in deze werken lijkt me authenticiteit en ambachtelijkheid. Voor sommigen van ons ook: aandacht voor het gebruik van materialen door lokale gemeenschappen.” Die woorden geven de sprinklers en ventilatieroosters opeens een artistieke rol in de kamer van Bussemaker. Ze leveren contrast.