Boos op de politie

Achtergrond //

In Den Haag lopen de spanningen tussen bewoners en politie op. Een groep burgers heeft zich georganiseerd. Ze gaan de strijd aan met de politie. Arjen van Veelen trok een maand lang met drie hoofdrolspelers op.

tekst Arjen van Veelen

foto’s David Galjaard

‘Kijk daar, in die tram!”, zegt Moes. We rijden in zijn grijze Daihatsu Cuore over de Brouwersgracht in Den Haag. Het is rond acht uur ’s avonds. Aan de overkant staat tram 6 met ernaast een politiebusje. Moes zet zijn auto aan de kant en steekt de straat over. Achter de tram fouilleert een agent een Turkse jongen die met de armen gestrekt tegen een bushokje leunt. De jongen zal een jaar of dertien zijn. Een tweede agent duwt een andere jongen, die nog een beugeltje draagt, van zich af.

Moes pakt zijn mobieltje om te filmen – maar de agenten vertrekken alweer.

„Ze dachten dat ik vuurwapens bij me had”, zegt de jongen even later. Hij was op weg om zijn vader te helpen in de winkel. De tram is al weg, zonder hem.

„Zie je het eens met eigen ogen!”, lacht Moes, als we weer in de auto zitten. We waren net op weg naar een bijeenkomst van Herstel van Vertrouwen, een actiecomité tegen de cultuur van racisme en politiegeweld die bij de Haagse politie zou heersen. De politie ontkent deze aantijging ten stelligste. Na een reeks incidenten liepen de spanningen in de Haagse Schilderswijk vorig jaar zo hoog op, dat Amnesty waarschuwde voor rellen.

Dit is niet een verhaal over wie er gelijk heeft, maar over de beweegredenen van een groepje burgers dat, buiten de traditionele wegen om, de strijd met de politie is aangegaan. Een maand lang volg ik drie hoofdrolspelers.

Moes is volledig afgekeurd

Moes heet voluit Moustafa Sealiti (39). Om zijn linkerhand zit een donkerblauwe brace. Zijn pols is kapot. Op de plek waar normaal een knobbeltje zit, voel je een putje. Hij vertelt dat hij op 10 oktober 2011 opweg was om zijn dochtertjes van school te halen, toen hij van achter werd aangereden. Terwijl hij met de andere bestuurder de schade wilde regelen, gebood een passerende motoragent hem mee te komen naar politiebureau Heemstraat in de Schilderswijk. Waarom, weet hij niet. Daar is hij uiteindelijk „invalide getrapt”, is zijn verhaal; ook zijn rug is kapot.

Hij was betontimmerman met een eigen bedrijfje. Hij werkte aan de rode gevels van de Vaillantlaan, en aan het Ministerie van VROM. Nu is hij voor honderd procent afgekeurd en woont hij met een WIA-uitkering van zeshonderd euro in een aangepaste woning. Zijn dochtertjes van vijf en elf jaar kan hij niet eens optillen; hun tennisles kan hij niet meer betalen.

Ruim twee jaar probeert hij al zijn recht te halen. Een procedure om de motoragent te vervolgen liep stuk op onvoldoende bewijs. Volgens de politie gedroeg hij zich recalcitrant; en heeft hij zijn verwondingen zichzelf aangedaan.

Afgelopen november vertelde hij zijn verhaal, anoniem, in een reportage van TV West over politiegeweld. Daarin kwamen ook oud-agenten aan het woord die zeiden dat agenten bij bureau Heemstraat erop los sloegen, om vervolgens in het proces verbaal „verzet bij aanhouding” te melden. De politie ontkende de anonieme beschuldigingen. Die uitzending was de aanleiding om het actiecomité op te richten. Dat verzamelde in totaal 59 klachten over racisme en politiegeweld en overhandigde die in januari aan de nationale ombudsman.

Moes liet me die dag de Schilderswijk zien, waar hij opgroeide. We bezochten zijn favoriete koffiehuizen, maar hij wees ook de cafés en sishalounges aan waar jonge criminelen zouden komen. Hij vertelde over de juwelier die was beroofd – door jochies van ongeveer dezelfde leeftijd als die bij de tram.

Jeugdbendes moet je keihard aanpakken, zei Moes. Maar het beleid van de afgelopen jaren werkt averechts. Onschuldigen worden opgepakt, de sfeer wordt grimmiger. Vroeger snapten agenten de wijk beter. Nu zien ze je al bij voorbaat als verdacht. En overal hangen camera’s.

Soms werkt de camera ook in je voordeel. In de rookruimte van een koffietentje toont Moes die dag een kostbaar bezit: een filmpje op zijn mobiel, afkomstig van een vaste camera in politiebureau Heemstraat. Hij geeft zijn bron niet >> >> prijs, maar dat het van een sympathiserende insider komt, lijkt duidelijk. Je ziet hoe Moes het bureau binnenloopt, hoe een motoragent binnen stormt en hem grijpt – hij laat alleen het beginnetje zien van de gelekte beelden; de rest komt later misschien. Als dit naar buiten komt, denkt hij, breekt de hel los in de wijk. Het filmpje is zijn breekijzer.

Foto’s en filmpjes zijn een wapen

We eten rijst met kip bij zijn moeder, die nauwelijks Nederlands spreekt. Zijn jongere zusje schuift ook aan. Ze is studente, en woont thuis. Ondanks wat haar broer is overkomen, vertelt ze, is de politie nog steeds de eerste die ze zou bellen als er wat gebeurt in de straat.

Die avond vergadert de harde kern van het comité in café Pavlov, tegenover het stadhuis. De eerste maanden wisselde de samenstelling en rolverdeling, tot frustratie van de politie. Nu lijkt de kerngroep uitgekristalliseerd.

Yasmina Haïfi (45), de voorzitter, studeerde antropologie en werkt als projectleider bij het Ministerie van Veiligheid. Mohammed Ghay (27) studeerde rechten in Leiden. Hij is woordvoerder. Moes is officieel geen lid, maar treedt naar voren als boegbeeld van alle slachtoffers. Hij zorgt voor de oren en ogen in de wijk. „Onze ‘wijkagent’”, zegt Yasmina.

Yasmina was eind januari te gast bij Pauw & Witteman. Samen met vier slachtoffers, onder wie Mohammed. Ze lieten toen amateurbeelden zien van een agent die in het Huijgenspark een geboeide verdachte trapt. De politie was zacht gezegd not amused met die ramkoers via de media; terwijl ze net de dialoog begonnen waren.

Foto’s en filmpjes zijn hun wapens. Een mobieltje gaat rond met beelden van een familie die gewond raakte na een inval: een dertienjarige jongen met een hoofdwond, een moeder met blauwe plekken op haar schouder, bloed in het trappenhuis.

Op hun Facebook-groep druppelen beelden binnen. Ja, ook beelden van een mishandelde jongen die bendelid zou zijn; maar zelfs die hoeft niet zo behandeld te worden, vinden ze.

Yasmina is ervan overtuigd dat vroeg of laat zal vast komen te staan dat de Haagse politie „doordrenkt is van racisme”. Het comité komt niet op voor criminelen, zegt ze, maar voor de onschuldige slachtoffers van het ‘zero tolerance’-beleid van de laatste jaren. Hun doel: dat de politie en de gemeenteraad erkennen dat het niet alleen om incidenten gaat. „En als we het daarover eens zijn, dan kunnen we gaan samenwerken.”

Even later staan we met z’n vieren buiten te roken. We zijn op een steenworp afstand van het stadhuis. Mohammed en Yasmina zijn gepokt en gemazeld in de ‘koninklijke weg’ van politiek en dialoog. Ze kennen het stadhuis van binnen. >> >> Yasmina was in de jaren negentig gemeenteraadslid voor GroenLinks in Den Haag.

Mohammed, zoon van een arbeidsmigrant uit het Marokkaanse Rifgebied, noemt zich een trotse inwoner van Den Haag, de stad van Vrede en Veiligheid. Hij zat jarenlang in jongerenpanels in de Schilderswijk, gaf er zes jaar voetbaltraining aan basisschoolleerlingen, was vrijwilliger bij ADO Den Haag.

Tegelijk, schat hij, werd hij in zijn leven „al meer dan honderd keer” zonder aanleiding om legitimatie is gevraagd. Ook in zijn eigen straat. En op zijn vijftiende belandde hij onterecht in een politiecel – dat verhaal komt later nog wel, zegt hij.

Hij kaart het al jaren aan, ook via de politiek. Afgelopen september hielp hij een vriend die betrokken was bij het incident in het Huijgenspark (waarvan de beelden later bij Pauw & Witteman werden getoond). Hij schreef mails aan de toenmalige nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer; hij had een goed gesprek met Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch over de zaak.

Op 4 december, tijdens een commissievergadering in het stadhuis over politiegeweld, verweet burgemeester Van Aartsen hem gebrek aan samenwerking. Dat verwijt, na al die jaren dialoog, na al die jongerenpanels, was voor hem een „trigger” om het anders aan te pakken.

In de weken daarna komt het comité bijna wekelijks bijeen. Ik woon enkele vergaderingen bij. Het zijn lange bijeenkomsten, met officiële agenda’s en notulen. De leden bespreken hun mediatactiek, informeren elkaar over nieuwe incidenten en de sfeer in de wijk. Of ze verzinnen nieuwe actieplannen, zoals het maken van hesjes met een logo erop, of het verspreiden van flyers in de wijk met tips voor bewoners (dat je een agent naar zijn dienstnummer mag vragen, bijvoorbeeld). De leden ontvangen me alsof ik erbij hoor, en sturen me tussendoor updates, krantenartikelen, of nieuw beeldmateriaal.

Intussen neemt hun wantrouwen ten opzichte van de politie eerder toe dan af.

Politie wil drones boven de wijk

Op een maandagavond ga ik naar een debat over politiegeweld georganiseerd door GroenLinks. In het publiek zitten ook schuchtere jongens met bontkraagjes. „Wij stoppen pas als we merken dat de ellende op straat is is gestopt”, zegt Yasmina tegen de zaal. „Als het Statenkwartier dit overkwam was heel Nederland in rep en roer.” Een Turkse jongen getuigt voor de zaal hoe hij geslagen werd door een agent. Een winkelier heeft de jongen zijn beveiligingsbeelden afgestaan. Soms zijn winkeliers op handen van de politie, en geven ze hun beelden juist niet af.

Als Moes opstaat klinkt applaus. Hij vertelt, voor de zoveelste keer, zijn verhaal. Halverwege raakt hij in tranen.

Eerder die dag lanceert de Haagse VVD een plan om politiedrones met camera’s boven de Schilderswijk te laten vliegen. „Wat is de volgende stap?”, zegt Yasmina. „Tanks de wijk in?” Haar comité kiest een omgekeerde aanpak. Niet jongeren laten ontsporen om ze vervolgens vanuit de lucht te controleren, maar op de grond proberen problemen te voorkomen. Bijvoorbeeld door werkeloze jongeren te begeleiden vóór het mis gaat.

Mohammed rookt buiten een sigaretje. Hij laat me op zijn telefoon een radiofragment van FunX horen waarin een politiewoordvoerder de klachten van het comité afdoet als „gezeik”. Toch hadden ze vorige week een goed gesprek met burgemeester Van Aartsen, vertelt hij. De burgemeester leek echt geroerd door hun verhaal. Ook Yasmina denkt dat het tot hem doordringt dat de klachten geen incidenten zijn. Maar ze blijven argwanend, bang dat de politie vooral bezig is met haar imago. Er is nog geen zichtbaar resultaat. De klachtenprocedure moet beter, rotte appels in het corps moeten aangepakt, er moeten meer agenten komen met feeling voor de wijken, waar ruim 90 procent een migrantenachtergrond heeft.

Later die week, tijdens een vergadering in buurthuis Sam Sam, blijkt zelfs het vertrouwen in de ombudsman geschaad. Yasmina leest een mail voor van het Bureau Nationale Ombudsman. Die wil dat ze alle klachten opnieuw sturen, via de officiële klachtenformulieren. Basisgegevens als datum en plaats zouden nu bij veel klachten ontbreken. Onzin, zegt Yasmina; ze ziet het als een traînage.

Zowel zij als Mohammed lopen op hun tandvlees. Ze doen al het werk naast hun baan, Yasmina is ook alleenstaande moeder. Beide vermoeden dat hun telefoons worden afgeluisterd. Sinds enkele maanden horen de kernleden van het comité echo’s en valt de verbinding soms weg. „We worden als bedreiging voor de openbare orde gezien”, zegt Yasmina. Tactische details bespreken ze niet langer over de telefoon.

Die avond zijn er twee nieuwe leden bij, onder wie jongerenwerker Moustafa Laari, en Kamal Ramkalup, ondernemer en kandidaat-raadslid voor Progressief Westland. Kamal waarschuwt voor de lange weg die nog komt. „Vergis je niet wat we in werking hebben gezet, en welke krachten loskomen als je het tegen politie opneemt.”

De vrijdag daarop tref ik Mohammed in de wijk waar hij opgroeide. Hij vertelt verontwaardigd over een nieuwe wet van Teeven: de vreemdelingenpolitie mag voortaan zonder toestemming van de bewoners een huis doorzoeken. „Vanaf nu is Nederland officieel een politiestaat”, zegt hij.

Via het jongerencentrum waar hij jarenlang dialoogavonden met de politie bijwoonde lopen we naar het Jacob van Campenplein, waar hij opgegroeide. In het huis van zijn ouders brandt licht. Thuis is het druk, zijn zus gaat trouwen.

Als vijftienjarige liep hij eens met zijn bal onder de arm over dit pleintje naar huis, toen hij opeens een hand om zijn keel voelde. De agent nam hem hardhandig mee naar het bureau. Iedereen zag het – een publieke vernedering. Hij werd in een cel gegooid. Toen hij er weer uitmocht, liep hij via de hoofdingang meteen weer terug het politiebureau in. Zijn oudere zussen, van wie een advocaat is, waren er inmiddels ook, wetbundel in de hand. „Opkankeren, kankerhoeren”, kregen ze te horen, zegt Mohammed. „Twaalf jaar verder is het mij nog steeds een raadsel waarom die agent me meenam.” Veel jongeren hier hebben vergelijkbare verhalen, zegt hij.

We gaan naar een theehuisje, en praten over mooiere zaken, zoals een vakantie waar hij de Marokkaanse koning ontmoette.

Problemen na een politie-inval

De maandag daarop haalt Moes me weer op bij Station Hollands Spoor. Jongerenwerker Moustafa Laari rijdt ook mee in de Daihatsu. De sfeer is uitgelaten. „Hagenezen, hè”, zegt Laari, met een vet Haags accent: „Hard voor wènig, nooit chagrènig.”

Moes heeft net gehoord dat het hoofd operatiën van de Haagse politie met hem wil spreken over zijn zaak. Er lijkt schot in te komen. Intussen zitten de media, zoals Nieuwsuur en Pauw & Witteman, achter het filmpje van zijn mishandeling in bureau Heemstraat aan. Maar wat er precies in dat filmpje te zien is, houdt hij voor zich. Zijn advocaat zegt alleen dat je ziet hoe zijn hand op half zeven hangt.

De vergadering is in het kantoor van een stichting voor tienermoeders, gerund door Remy Leurs, die zich ook heeft aangesloten. Bij het mededelingenrondje vertelt Moes aan Laari dat het rustiger lijkt rond de Hoefkade sinds het comité actief is. De politie houdt zich gedeisd.

Dan bespreken de leden de zaak van een familie die in de problemen is gekomen na een politie-inval. De vader is doofstom, zijn werkeloze zoon heeft psychische problemen en kreeg laatst een boete die hij niet kan betalen. „Het gaat helemaal niet goed met hem”, zegt Yasmina. Ze spreken af wie gaat helpen.

Tijdens een rookpauze op het dakterras vertelt Moes over zijn droom om ooit ook jongerenwerker te worden. Hij zou wel weten hoe je zulke gezinnen kunt helpen, >> >> veel beter dan sommige stichtingen die nu tonnen subsidies krijgen.

Later bespreekt de groep het logo van het comité. Yasmina laat printjes zien: een politieagent die met een knuppel inslaat op twee omhoog geheven handen. „Niet te confronterend?”, vraagt Yasmina.

Na afloop, als we weer buiten staan, blijken de auto’s van de comitéleden allemaal een parkeerbon te hebben. Ze kunnen er wel om lachen.

Mandela-vuist

Drie maanden na oprichting lijkt er nog geen sprake van ‘herstel van vertrouwen’ – eerder een koude oorlog. De politie voelt zich onterecht uitgemaakt voor racist, het comité voelt zich niet serieus genomen.

Maar soms staan het comité en de politie dichterbij elkaar dan ze beseffen. Mohammed wilde als kind politieagent worden, vertelde hij toen we over het pleintje liepen. Dat is later wel veranderd, zei hij, „maar nog steeds ben ik het vertrouwen in agenten niet kwijt. Ik ken zóveel agenten hier die goed bezig zijn. En het is een hele moeilijke baan.”

Een keer zag hij een groep jongeren agenten opwachten met bakstenen. Hij liep op ze af en zei: „jongens, dit is niet de manier”.

Vijf weken na de uitzending van Pauw & Witteman spreek ik Yasmina thuis. De ombudsman heeft de klachten inmiddels toch in behandeling genomen. En burgemeester Van Aartsen heeft toegezegd met het comité te willen samenwerken. Ze ziet het als blijk van erkenning van de problemen.

En haar doel is breder dan het aanpakken van de politie, zegt ze: ze zijn een beweging geworden, die opkomt voor een verloren generatie. Ze vertelt over geld dat de wijken wordt ingepompt, zonder resultaat; over ouders die hun kinderen niet klaarstomen voor de maatschappij; over falend welzijnswerk; over werkeloze jongens die door geen enkele instantie bereikt worden.

Ze willen een stichting worden. En misschien ooit een politieke partij. Verandering komt niet langer van de gevestigde instanties of politiek, maar van burgers die de wijken wél tot in de haarvaten kennen. Maar zal hun dan niet ook verweten worden dat ze baantjesjagers zijn? Het verschil, zegt Yasmina, is dat zij resultaten zullen laten zien.

Ze toont het nieuwe logo-ontwerp: niet langer de opgeheven politieknuppel, maar nu twee gebalde vuisten in de lucht. Mandela-vuisten. Een witte en een blauwe. De blauwe symboliseert de brace van Moes.

Later toont ze me een een twintig jaar oud klachtenboek. ‘Verzamelde klachten van Marokkaanse jongens met betrekking tot het politieoptreden in Den Haag, augustus 1994’, staat er. Ze stelde het samen als raadslid voor GroenLinks.

De problemen zijn hetzelfde, zegt Yasmina, de strijd anders: haar stad heeft nu een burgerrechtenbeweging. <<