Azië raakt verder ondervoed

De voedselvoorziening in Zuid-Oost Azië loopt binnen een generatie gevaar, waarschuwt de FAO

De voedselvoorziening in Zuidoost-Azië en de eilanden in de Stille Oceaan loopt al in de komende generatie gevaar, waarschuwde de FAO, de voedsel en landbouworganisatie van de Verenigde Naties deze week.

Niet alleen moet de productie in sommige gebieden met 70 procent worden opgevoerd om de groeiende bevolking te kunnen voeden, ook kampt de regio met vitaminegebrek door te eenzijdig voedsel. Bovendien is op veel plekken sprake van uitgeputte bodems door ontbossing en overbegrazing.

Uit twee FAO-rapporten die afgelopen week verschenen rijst een zorgwekkend beeld van de regio die wereldwijd respect oogstte met de Groene Revolutie. Met reusachtige overheidsinspanningen werd vanaf de jaren ’60 in enkele decennia ondervoeding in Azië sterk teruggedrongen.

Azië en de Pacific zijn goed op weg om voor 2015 het eerste Millennium-ontwikkelingsdoel van de Verenigde Naties te halen: halvering van het percentage hongerigen. In Thailand en Vietnam is hun aantal in twintig jaar tijd met 80 procent teruggebracht, in China is het percentage hongerigen gehalveerd. Toch wonen in deze regio’s de meeste ondervoede mensen: 550 miljoen, tweederde van de 842 miljoen die wereldwijd ondervoed zijn.

De FAO waarschuwt nu dat het tijd is voor een andere aanpak. De stabiliteit van voedselketens in Azië loopt gevaar door onder andere bevolkingsgroei, stijgende welvaart en klimaatverandering. De nieuwe middenklasse legt door haar vraag naar vlees groot beslag op de voedselketens, terwijl armen te weinig binnen krijgen. De Filippijnen zagen afgelopen jaren oogsten verloren gaan door orkanen, terwijl Australië kampt met grote droogte.

Sommige ontwikkelingslanden zullen hun voedselproductie met meer dan 70 procent moeten opvoeren, willen ze hun bevolking in 2050 nog kunnen voeden, waarschuwde FAO-econoom David Dawe bij de presentatie van het rapport.

Overheden moeten volgens hem meer doen dan alleen investeerders aantrekken: „Bij grote investeringen in de landbouw horen ook sterke wetten om te zorgen dat de opbrengsten ook bij de allerarmsten ten goed komen.” Dawe benadrukt dat herverdeling alleen geen oplossing is: „Herverdeling en tegengaan van verspilling zijn te onzekere oplossingen. De landbouw moet tegelijk intensiever en duurzamer.”

Azië en de Pacific produceren 90 procent van de rijstvoorraad in de wereld. Armen leven er vaak op, wat betekent dat zij, ook als zij genoeg calorieën binnenkrijgen, vaak gebrek lijden. Het percentage mensen met vitamine A-gebrek, wat onder meer lijdt tot groeistoornissen, is in twintig jaar tijd bijvoorbeeld nagenoeg constant gebleven. Gebrek aan jodium, zink en ijzer leiden in India en China tot een productiviteitsverlies van 2,5 en 2,3 procent van het bbp, becijferde de FAO.

De eilanden van de Stille Oceaan, zoals Samoa of Vanuatu, vormen een extreem voorbeeld van deze soms paradoxale voedselsituatie. Hier zijn lokale voedselsystemen van groente en vis verwaarloosd door goedkope voedselimport, met als gevolg hoge percentages van obesitas en tegelijkertijd gebrek aan vitamines en mineralen. Volgens de FAO moeten overheden proberen lokale voedselketens en -markten te herstellen.

In een tweede rapport waarschuwt de FAO voor bodemerosie, zandstormen en verwoestijning in Azïe door de teloorgang van bossen en grasland. De voornaamste oorzaak is de groeiende vleesproductie in de regio. De ontbossing is in grote delen van Azië min of meer tot staan gebracht, maar naar schatting twee miljoen hectare grasland (ruwweg tweederde van de oppervlakte van Nederland) gaat jaarlijks verloren, veelal door te intensieve begrazing. Vierhonderd miljoen hectare bos in staat van verval moet hersteld worden, maar daarvoor onbreekt volgens de FAO de politieke wil. De VN-organisatie waarschuwt voor onomkeerbare teloorgang van ecosystemen en biodiversiteit waardoor voedselketens gevaar lopen.

    • Maartje Somers