Als de hypotheek je boven het hoofd groeit

Ruim 90.000 Nederlanders kunnen hun hypotheek al langer dan vier maanden niet meer betalen. Dat aantal loopt op. Wat te doen? „Na mijn ontslag was rondkomen erg lastig.”

illustratie xf&M

Het gebeurt vaak op een moment dat het leven tóch al tegenzit. Echtscheiding. Ziekte. Baan kwijt. Het inkomen slinkt, maar de vaste lasten niet. De bankrekening raakt leeg, de bank kan je hypotheekkosten niet meer afschrijven. En de maand erna wéér niet. De schuld bouwt zich op.

Het is geen fictief probleem. Het aantal mensen met een betalingsachterstand van meer dan vier maanden op hun hypotheek groeit. En de groep die daarvoor vreest ook.

De 75-jarige Tiny Lempers, bijvoorbeeld. Ze was „wanhopig” toen ze vorig jaar besloot haar bank om hulp te vragen. Ze kon haar hypotheek niet meer betalen en was bang om in de schulden te raken. Zelf woonde ze intussen in een kleiner huurhuis – haar man was plotseling overleden en ze was zelf niet in staat om hun grote huis in Linschoten te onderhouden.

Een mooi huis op een goede plek, dus het zou vast snel verkocht worden, dacht ze. Maar dat was niet het geval. Dus zat Lempers met dubbele lasten: 600 euro huur en 485 euro hypotheek.

Veel te veel. Haar man was zelfstandige en had geen groot pensioen opgebouwd. Lempers raakte in paniek. En belde „jankend” de bank: of er misschien wat mogelijk was?

Liever droog brood

Tiny Lempers is niet de enige. Ruim 90.000 Nederlanders hebben een betalingsachterstand van meer dan vier maanden (120 dagen) op hun hypotheek. Dat aantal is meer dan verdubbeld sinds 2010 en loopt nog steeds op. En dat blijft het dit jaar ook zeker doen, voorspelt Peter van den Bosch, directeur van het Bureau Krediet Registratie (BKR). Niet geregistreerd maar waarschijnlijk veel groter, is de groep mensen die risico loopt op een betalingsachterstand. „Dat is een veelvoud”, zegt Van den Bosch. Zijn redenatie: een op de zes gezinnen kan zijn rekeningen moeilijk of niet betalen. En de helft daarvan heeft een koopwoning.

Dennis Noordervliet, directeur marketing hypotheken bij ING, vergelijkt het met een trechter: in de punt zit de groep die al een probleem heeft, in de iets bredere laag daarboven de mensen die een probleem kunnen krijgen. Bijvoorbeeld als ze werkloos raken – een groep die nog altijd groeit. Raken mensen in de financiële problemen, dan is de hypotheek meestal de laatste kostenpost die ze niet betalen. Martijn Pols van de Autoriteit Financiële Markten (AFM): „Mensen eten liever droog brood dan dat ze het dak boven hun hoofd verliezen.”

En juist daarom vermoedt ook hij dat de groep die vreest voor een betalingsachterstand nog veel groter is dan het aantal mensen dat al een achterstand heeft. „Hoeveel mensen lopen op dit moment één of twee maanden achter? Hoeveel mensen zien op dit moment aankomen dat het misgaat? Dat is niet in de cijfers terug te zien.”

Probleem is ook, zegt Peter van den Bosch, dat zo veel huizen onder water staan. „Raakte je vroeger werkloos, dan verkocht je je huis en had je weer een buffer. Nu is het omgekeerd: de waarde van het huis is bij een miljoen mensen lager dan de hypotheek. Verkoop je het, dan ontstaat er juist een grotere schuld.”

Majeur probleem

ING benadert vanaf deze week 40.000 klanten die risico lopen op een betalingsachterstand. ABN Amro doet dat ook: vorig jaar benaderden budgetcoaches meer dan 50.000 klanten. De banken willen zo voorkomen dat nog meer mensen in de problemen komen. Nu hebben ruim 8.000 mensen een betalingsachterstand van meer dan negentig dagen bij zowel ING als bij ABN Amro. En ook bij de andere hypotheekverstrekkers loopt het aantal probleemgevallen in de (tien)duizenden.

Elk kwartaal, zegt Noordervliet van ING, worden dat er iets meer. Een „majeur probleem” voor de klant, maar óók voor de bank. Want die levert net zo goed een hoop geld in als gedwongen verkoop – meestal voor een (veel) lager bedrag dan de hypotheek – volgt. „De restschuld blijkt in de praktijk namelijk niet altijd verhaalbaar op de klant.”

Bovendien is een bank verplicht om voorzieningen te treffen als een klant in officiële achterstand raakt: bedragen die volgens Noordervliet kunnen oplopen van een paar duizend euro in het begin naar tienduizenden euro’s als het huis gedwongen verkocht moet worden. In totaal heeft ING in 2013 voor 327 miljoen euro aan voorzieningen getroffen. Dat is bijna het dubbele vergeleken met een jaar eerder.

De Nederlandse hypotheekschuld is torenhoog. Uit cijfers van De Nederlandsche Bank blijkt dat we het laatste kwartaal van afgelopen jaar in totaal voor bijna 650 miljard euro aan woninghypotheken hadden uitstaan. Dat is een van de hoogste hypotheekschulden in de eurozone.

Vorig jaar publiceerde de AFM een onderzoek waaruit bleek dat banken nog niet voldoende doen om achterstanden bij hun klanten te voorkomen. Terwijl de toename van het aantal problemen volgens de AFM „zorgelijk” is. De toezichthouder stelde richtlijnen op voor hypotheekverstrekkers. Komend jaar onderzoekt de AFM of de banken die hebben gevolgd.

Hulplijn

De banken doen in elk geval steeds meer. Zo heeft ABN Amro mensen opgeleid die dreigende betalingsproblemen in een vroeg stadium moeten herkennen. En ING had al een ‘Hypotheek Hulplijn’ en lanceert komende week de hypotheekcoach, die klanten begeleidt bij dreigende betalingsproblemen. Pim (54), die niet met zijn achternaam in de krant wil, werd in de proeffase geholpen door zo’n coach. Hij belde de bank nadat zijn arbeidscontract in november niet verlengd werd. Omdat hij zelf werkzaam was in de incassobranche kende hij de risico’s van een plotselinge inkomensterugval maar al te goed – 1.300 euro netto in zijn geval. „Dat is veel geld. Rondkomen werd erg lastig.”

De hypotheekcoach van ING hielp Pim bij het krijgen van inzicht in zijn inkomsten en uitgaven, en bij het uitzoeken waarop hij kon bezuinigen: de telefoonverzekering en de krant opzeggen, bijvoorbeeld, en de auto minder vaak gebruiken. Dat scheelt hem zeker 1.000 euro per jaar, schat hij. Pim zocht die hulp omdat hij zijn oude collega’s „buiten de deur wilde houden”. Het is confronterend, zegt hij, „om nu zelf aan die kant te staan”.

En ook Tiny Lempers werd door haar bank geholpen. Ze kreeg een tussentijdse renteaanpassing, in afwachting van de verkoop van haar huis. Lempers betaalt nu ruim 100 euro per maand minder. Daardoor komt ze nét uit: „Ik ben nog van voor de oorlog en kan heel zuinig leven. Ik naai mijn kleren zelf en mijn zoon is slager, dus ik hoef geen vlees te kopen.”

    • Anne Dohmen