VS en EU: werelden van verschil

Met het megahandelsakkoord TTIP willen de VS en de EU wereldwijde productnormen stellen – voordat China dat doet. Maar er zijn nog grote verschillen tussen de partijen.

Illustratie Studio NRC

Als de Amerikaanse president Obama op 26 maart op bezoek is bij Europese Commissie-voorzitter Barroso hebben de ambtenaren die deze week zwoegden op ontwerpteksten voor het handelsakkoord TTIP in elk geval iets om te tonen. Uit een ontwerpdocument dat persbureau Reuters heeft ingezien blijkt dat de partijen alle resterende handelstarieven op termijn willen elimineren. Daarmee lijkt een kleine stap gezet naar wat het grootste handelsakkoord ter wereld moet worden. Dat kan volgens EU en VS in een gezamenlijke markt van 815 miljoen mensen miljoenen banen en veel groei opleveren.

Maar tarieven vormen slechts 20 procent van dit Trans Atlantic Trade and Investment Partnership (TTIP, spreek uit tie-tip). Het draait vooral om liberalisering en het gelijkschakelen van regels en productnormen.

Voor een voorbeeld verwijst de EU steevast naar auto’s. Zowel de VS als de EU laten auto’s met dummies erin tegen een muur botsen om de veiligheid te testen. Toch moeten Europese auto’s als die de VS binnenkomen, opnieuw zo’n dure test ondergaan. Het zou de handel stimuleren als dat niet meer hoefde.

Met het handelsakkoord kunnen de VS en EU hun voorzichtig opkrabbelende economieën een impuls geven zonder te hoeven investeren. Daarbij is het TTIP een belangrijke geopolitieke zet: het schept een westers handelsblok dat productnormen kan stellen voordat China dit doet.

Toen de onderhandelingen vorig jaar zomer begonnen, dacht men dat een akkoord snel zou worden gesloten. Maar TTIP staat onder druk door maatschappelijke onrust in vooral Europa over de vergaande politieke consequenties ervan als het gaat om regels voor voedsel, gezondheid en energie. En door sceptische politici die kiezers nu niet graag teleurstellen – in mei zijn er Europese verkiezingen en in november tussentijdse Congresverkiezingen in de Verenigde Staten. Ook zijn er fundamentele cultuurverschillen tussen VS en EU als het gaat om regulering van producten. Europa hanteert het voorzorgsprincipe: zolang niet onomstotelijk vaststaat dat iets veilig is, blijft het verboden. Zo worden bijvoorbeeld genetisch gemodificeerde gewassen (gmo’s) slechts mondjesmaat en na langdurige onderzoeken toegestaan – tot frustratie van de VS. In de VS worden chemicaliën of gmo’s makkelijker toegelaten.

Eurocommissaris De Gucht maakt geen vrienden bij de Amerikanen door telkens te zeggen dat de EU haar normen niet zal verlagen. Een alternatief is dan wederzijdse erkenning van elkaars normen, wat bijvoorbeeld kan betekenen dat bedrijven voor de export speciale productlijnen opzetten. Maar vaststaat dat het niet vaak zo eenvoudig zal zijn als bij de auto’s.