Violist Shunske Sato: attractie

In de tijd van Bach werd elk nieuw stadsbestuur ingezegend met bemoedigende praalmuziek, rijk aan heroïsch koper en paukgeroffel. Nog voorbijgaand aan de vraag of die traditie niet een nieuwe kans verdient, brengt de Bachvereniging deze week een programma rondom zulke gelegenheidscantates en illustreert en passant hoe inventief Bach eigen werk ‘recyclede’.

De Bachvereniging lanceert over anderhalve maand haar multimediale monsterproject All of Bach, waarin zij alle werken van Bach op internet ontsluit. Ook de muziek van dit programma wordt daartoe op video opgenomen, maar zonder de inleidingen van Jos van Veldhoven, nu al 31 jaar chef-dirigent van de Bachvereniging.

Van Veldhoven is als causeur geen natuurtalent à la Bernstein; eerder een vriendelijke, tikje breedsprakige leraar. Het was de nieuwe Japanse concertmeester Shunske Sato (1984) die het concertconcept toch vleugels gaf met extreem spannende en edgy uitvoeringen van de prelude uit Bachs Partita nr. 3 in E en het Cantabile uit de sonate BWV 1019a – beide met thema’s die Bach hergebruikte in cantates voor het stadsbestuur.

Van Veldhoven dirigeerde die cantates, Wir danken dir Gott, wir danken dir en Gott, man lobet dich, detailrijk en liefdevol. Maar ondanks fraai orkestspel en een sterk koor bleef de uitvoering weinig opzienbarend in vergelijking met scherpere of flexibelere uitvoeringen onder bij voorbeeld Gardiner, Suzuki of Herreweghe.

Dat lag ook aan het solistenkwartet, waarin alleen de hoge stemmen opvielen. Vol troostende schoonheid was wel de sopraanaria Heil und Segen, stralend gezongen door Maria Keohane in sprankelende interactie met violist Sato.

    • Mischa Spel