Van rebelse vaders komen rebelse zonen. Hoe rebels?

Voor zijn roman De schuldigen (2011), gewijd aan de wereldwijde bankencrisis, kreeg Thomas van Aalten (1978) niet lang na verschijning een bijzonder compliment. Een interviewer prees hem omdat hij de lezer ‘een dikke middelvinger’ had voorgehouden. Van Aalten was blij met deze pluim. Anders dan gevestigde schrijvers als Arthur Japin en Jan Siebelink was hij, naar eigen zeggen, niet uit op het aanbieden van aangenaam leesgenot, maar op ‘ontregelen en verontrusten’.

De vraag is nu natuurlijk: hoe pakt hij het deze keer aan, drie jaar later, met zijn nieuwe roman? Twee middelvingers? Nog explosievere verwikkelingen? Meer bloederige details? Een dubbele zelfmoord op het eind?

De titel, Leeuwenstrijd, lijkt te verwijzen naar nieuwe gevechten op leven en dood. Maar zodra je gaat lezen, blijkt al snel dat de strijd zich deze keer niet op mondiaal of Europees, maar op een lokaal niveau afspeelt. We zien hier de strijd tussen de opeenvolgende generaties van één familie. We leren vier mannen kennen, die steeds om de beurt een hoofdstuk krijgen: overgrootvader Gino, grootvader Eduard, vader Salvador en zoon Luca. Ze zijn alle vier nazaten van een druistige Italiaanse gastarbeider die ooit, in de jaren twintig van de vorige eeuw, naar Kerkrade trok, om er in de mijnbouw te gaan werken.

Leeuwenstrijd is een behoorlijk gedetailleerde familieroman, die zich over een periode van zo’n negentig jaar uitstrekt: van metaalarbeider Gino, die de Tweede Wereldoorlog overleeft, tot de 15-jarige Luca, die zich in 2012 aansluit bij de Occupy-beweging. Het is ook een beetje een geschiedenisboek. We krijgen pluksgewijs achtergrondinformatie over uiteenlopende zaken: bezetting en concentratiekampen, studentenrellen en Vietnamdemonstraties, popmuziek en harddrugs, BVD en Stasi, de vernietiging van de Twin Towers en de moord op Pim Fortuyn.

Van Aalten laat zien hoe zoons zich tegen hun vaders afzetten, om zich uiteindelijk weer met hen te verzoenen als ze zelf vader zijn geworden. ‘De rebel wordt huisvader, baart een zoon [sic], die weer rebel wordt.’ De kwestie is alleen: hoe rebels zijn deze heren precies? Dat blijkt in de praktijk toch wat tegen te vallen. Veel opruiender dan een uitstapje naar het communisme en deelname aan een protestmars tegen (kern)wapens wordt het hier eigenlijk niet. En hoe rebels, of ontregelend, is de roman als geheel? Ook hier worden de verwachtingen niet helemaal ingelost. Leeuwenstrijd is een braaf, politiek correct boek. Het kabbelt kalmpjes voort naar een onthutsend saaie ontknoping.

Het probleem is niet zozeer dat Van Aalten slechte zinnen schrijft, maar dat ze allemaal zo weinig te raden overlaten. Hier wordt niet iets getoond of verbeeld, maar meegedeeld, vaak op een vlotte, eigentijdse manier. Er is sprake van ideeën die worden ‘afgeschoten’ of juist ‘opgepakt’. Er is een vrouw over wie waarderend wordt opgemerkt dat zij ‘geen doorgesnoven reclametrut’ is, maar een kundige advocate die haar tijd liever niet doorbrengt ‘in een glamorama van ontwerpers en dj’s’. We snappen dan meteen dat er met haar ‘een klik’ is.

In Leeuwenstrijd komen vier mannen aan het woord die alles al weten – en dat alleen nog even, op stellige onderwijzerstoon, aan hun pupillen moeten doorgeven. Geen middelvingers dus deze keer, maar opgeheven wijsvingertjes.

    • Janet Luis