Tefaf zindert van hebzucht

De champagnekurken ploften en het regende rode stippen gisteren tijdens de opening van Tefaf. Op de kunstbeurs is voor zo’n 2 miljard euro aan kunst en antiek te koop.

Met zweetdruppels op zijn voorhoofd sloft Richard Littleton door zijn stand op The European Fine Art Fair in Maastricht. Om hem heen houden assistenten en bezoekers de adem even in; de Britse kunsthandelaar heeft in zijn handen een blauw bord met een witte draak als decoratie.

Het veertiende-eeuwse porseleinen bord is het topstuk van de Londense kunsthandel Littleton and Hennessey, en een van de belangrijkste kunstwerken op Tefaf. Twee jonge Chinezen met blauwe blazers en aktetassen hebben in een afgesloten kamertje het bord van nabij mogen inspecteren. Aan Richard Littleton de taak het nu weer veilig naar zijn vitrine te brengen. Een hachelijk klusje: één moment van onachtzaamheid en er valt voor 16 miljoen euro aan scherven. „Heb je ooit zoiets moois gezien”, zegt Littleton opgelucht, als hij de vitrinedeur sluit.

De mondiale kunst- en antiekmarkt is de crisis te boven. Het opbeurende rapport dat gisteren vlak voor de opening van de 27ste editie verscheen, bleek het startsein voor een vrolijke en van hebzucht zinderende vernissage.

Ruim tienduizend genodigden, aanzienlijk meer dan in voorgaande jaren, dromden vanaf twaalf uur naar binnen. Binnen de kortste keren plopten de champagnekurken en regende het rode stippen. Zo verkocht de Leslie Smith Gallery uit Amsterdam binnen twee uur alle vijf moderne schilderijen van Gavin Rain (prijzen 15.000 tot 40.000 euro). Eigenaar David Smith belde meteen met de Zuid-Afrikaanse kunstenaar of hij per luchtpost niet nog een paar doeken kon opsturen.

De Berlijnse designhandelaar Ulrich Fiedler vond een koper voor zijn bijzondere Carlo Bugatti-stoel uit 1902 (vraagprijs 350.000 euro). Ook Vanderven Oriental Art uit Den Bosch verkocht direct zijn topstuk: een ruim tweeduizend jaar oude bronzen standaard voor een Chinese trommel (2,5 miljoen euro).

Musea deelden in de vreugde. Benno Tempel, directeur van Gemeentemuseum Den Haag, maakte slim gebruik van zijn voorsprong als Tefaf-keurmeester voor de negentiende-eeuwse schilderkunst. Op woensdag zag hij bij Douwes Fine Art uit Amsterdam een gezicht op Lausanne van Matthijs Maris. Van het feeërieke paneeltje uit de Haagse school kreeg hij het zo warm, zegt Tempel, dat hij met geld van de Bankgirolotterij tot zaken overging. Sjarel Ex van museum Boijmans Van Beuningen complimenteerde zijn collega gistermiddag: „Mooie aankoop, Benno.”

Vooral het aanbod van schilderkunst is dit jaar extreem goed. Van vrijwel alle grote meesters, van Abraham Bloemaert tot Frank Auerbach en van Lucas Cranach tot Vincent van Gogh, zijn goede werken voorhanden. De vraagprijzen, vooral die van de moderne klassieken, onderstrepen dat het uitzonderlijk goed gaat met de kunstmarkt. Een klein doekje van Piet Mondriaan uit 1909 met één chrysant op een rozige ondergrond: 2,5 miljoen euro. Een groot geel doek van Francis Bacon: 26 miljoen dollar.

Kunsthandelaar Jaap Polak ergert zich aan het gespeculeer met moderne kunst. „Vervelend, heel slecht voor ons vak. De prijzen voor grote namen zijn de laatste jaren explosief gestegen, kunst van gemiddelde kwaliteit is juist minder duur geworden. Een heel gezonde ontwikkeling.”

François Laffanour, eigenaar van de Parijse designgalerie Downtown, moet het juist hebben van de grote namen. Hij verkoopt oude meubels van de bekende Franse ontwerpers Jean Prouvé en Charlotte Perriand. Op de vraag naar zijn verwachtingen van de beurs zegt hij onomwonden: „Geld verdienen.”

In een van de fraaiste stands toont Laffanour meubels van Pierre Jeanneret. Voor de Indiase overheid ontwierp de Zwitserse architect in de jaren vijftig meubels voor de modelstad Chandigarh. Elegante en tegelijk functionele houten meubels waarop jarenlang Indiase ambtenaren en scholieren hun dagen sleten. Tot ze in de jaren tachtig afgedankt werden, en zelfs als brandhout verkocht. Slimme designdealers kochten grote partijen op. Een flinke tafel of bureau doet nu snel een paar ton.

De reis naar Limburg waard is een kleine krijttekening van James Nasmyth (1808-1890), te zien bij de Londense kunsthandel Lowell Libson. Nasmyth was een Schotse uitvinder van stoommachines. Astronomie was zijn grote hobby. Hij bouwde een grote telescoop om foto’s en tekeningen te kunnen maken van de maan. Eén zo’n liefdevol gemaakte tekening van maankraters is te koop. Voor een gekmakende prijs (300.000 euro), dat dan weer wel.

    • Arjen Ribbens