Sawsan lag tien dagen in coma

Nederlanders van Syrische komaf willen verlamde zus hierheen halen. Maar er zijn veel schrijnende gevallen.

De vrouw en kinderen van Rakan Alexman, die zelf niet op de foto wilde. Foto Merlin Daleman

Rakan Alexman krijgt tranen in zijn ogen als hij op de laptop foto’s van zijn zus laat zien. Hij vertelt hoe sterk ze afgelopen maanden is vermagerd. „Ze woog tachtig kilo, nu nog maar veertig. Ik wil haar niet van een afstand langzaam zien sterven.”

Rakan Alexman (43) is van Syrische afkomst, maar hij woont in een rijtjeshuis in Leerdam. Zijn zus Sawsan woonde in de Syrische hoofdstad Damascus toen ze, in de zomer van 2012, werd beschoten. Door wie, dat weten Rakan en zijn vrouw wel, maar dat willen ze liever niet in de krant – net zoals haar achternaam. Hun familie kan dan gevaar lopen. Alexman is zelf ook angstig om herkend te worden als iemand die Syrië is ontvlucht.

Door de beschieting lag de bovenkant van Sawsans hoofd open, de kogel was versplinterd in haar hersenpan. Op de bloederige foto die Alexman laat zien, puilen de hersenen uit haar schedel. In het ziekenhuis moest ze negen uur wachten tot er een chirurg arriveerde om haar hersenpan weer dicht te maken. Tien dagen lag Sawsan in coma.

Inmiddels woont zijn zus dik een jaar in Halat, een Libanees stadje ten noorden van Beiroet. Ze vluchtten daarheen, omdat Damascus te gevaarlijk is. Ze leeft er met haar moeder, dochter, kleindochter en nog vijf anderen in een kamer van een appartement. Sawsan (48) is de enige met een bed, de rest slaapt op matrasjes op de vloer. Ze krijgt heel fijntjes gepureerd voedsel via een sonde, want slikken kan ze niet. Praten ook niet, al begrijpt ze wel wat er om haar heen gebeurt.

Eind vorig jaar ging het ineens iets beter met Sawsan, vertelt Alexmans vrouw, Alie van Leeuwen (47). Ze kan inmiddels haar vingers en handen een beetje bewegen. „Plotseling kon ze, met flinke steun, blijven staan. De fysiotherapeut is ervan overtuigd dat ze meer vooruitgang zou kunnen boeken.” Dat was het moment waarop Alexman en Alie van Leeuwen dachten: misschien moet ze, samen met haar moeder en (klein-)kinderen, naar Nederland komen, zodat ze hier de juiste zorg en medicijnen kan krijgen. „Als ze een goede behandeling kan krijgen, heeft ze kans op een nieuw, zelfstandig leven. Als haar situatie zoals nu in Libanon blijft, zal ze voor altijd verzorgd moeten worden.”

Ze melden zich bij de Nederlandse afdeling van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. „Die konden weinig voor ons doen. Bij hen groeit natuurlijk de stapel met heftige gevallen uit Syrië iedere dag. Ze zeiden dat Nederland in principe 250 mensen opneemt, maar dat nog niet zeker was wanneer dat zou gaan gebeuren.”

Alie van Leeuwen schreef daarom de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de IND. Die verwees terug naar UNHCR, omdat de familie daar immers al stond geregistreerd. „Ik begrijp dat dit niet het antwoord is waar u op had gehoopt”, schrijft een medewerker van het Klantinformatiecentrum namens de staatssecretaris van Justitie.

Dus ging Van Leeuwen terug naar de UNHCR, maar die verwees hen weer naar de politiek. „Zij kunnen zelf geen beslissingen nemen, ze moeten wachten tot ze namen mogen aanleveren voor kandidaten die naar Nederland kunnen komen.” Van Leeuwen sloeg aan het googelen – wie moest ze hier in de Tweede Kamer eigenlijk hebben? Van de PvdA kreeg ze een standaardbriefje terug. De ChristenUnie reageerde niet. De SP bracht hun situatie bij de staatssecretaris onder de aandacht, maar kreeg geen reactie.

Sindsdien weten ze eigenlijk niet hoe het verder moet. „We zitten er geestelijk doorheen.” Ze schieten hun zus financieel te hulp, dat komt neer op duizend euro per maand. De huur, de fysiotherapeut, medicijnen. „Wij zitten inmiddels flink in het rood. Een nichtje van ons springt af en toe bij. We hebben met vrienden en via de kerk geld ingezameld. En het spaargeld van onze twee dochters is op.”

Het voelt wrang dat zijn familie niet naar Nederland kan komen, vertelt Rakan Alexman. „Ik ben hier geïntegreerd, heb een eigen onderneming, voel me Nederlander. Maar nu kan ik alsnog niks voor mijn familie betekenen.” Alexman kwam in 1998 als vluchteling naar Nederland, omdat hij zich tot het christendom had bekeerd. Sinds 2005 is hij Nederlander.

Het kabinet wil geen aparte regeling voor Syriërs met familie in Nederland. Dat is volgens staatssecretaris Teeven „niet verantwoord”, omdat onduidelijk is om hoeveel Syriërs het gaat. En bovendien „kan van terugkeer geen sprake zijn”. Zou Sawsan dan permanent in Nederland blijven? Dat is niet aan de familie Van Leeuwen, zegt Alexman. „Wij willen alleen dat zij hier goede verzorging krijgt. Als ze weer een zelfstandig leven kan leiden, kan ze zelf bepalen of ze terug wil of hier een bestaan wil opbouwen.”