Opinie

    • Juurd Eijsvoogel

Poetin was als de dood voor die suffe, brave EU

Niet alleen in Rusland en onder Russisch sprekende burgers van Oekraïne bestaat begrip voor de inval op de Krim. In Nederland schreef oud-minister Marcel van Dam gisteren een column in de Volkskrant met de kop ‘Waarom ik Vladimir Poetin wel begrijp’. In Duitsland toonde oud-bondskanselier Gerhard Schröder begrip.

Goed, Schröder moest (net als Van Dam) toegeven dat Rusland het volkenrecht had geschonden. Maar, zei Schröder, dat moet je niet te snel veroordelen, want „ik heb het zelf ook gedaan”. Hij doelde op de Kosovo-oorlog in 1999, waaraan Duitsland tijdens zijn kanselierschap had deelgenomen, ook al had de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties er geen toestemming voor gegeven.

Die vergelijking met ‘Kosovo’ hoor je vaker als argument om de Russische interventie goed te praten. Ook Van Dam doet dat. Het woord Kosovo krijgt hij niet uit zijn pen, misschien omdat hij het nieuwe land nog niet heeft erkend, maar hij doelt er overduidelijk op als hij schrijft dat de Russisch-sprekenden op de Krim nu met hulp van Poetin „met dezelfde argumenten” afscheiding van Oekraïne afdwingen, als waarmee „etnische Albanezen met steun van het Westen afscheiding van Servië doordrukten.”

Angela Merkel noemde de vergelijking met Kosovo gisteren in de Bondsdag „schandalig”. Tenzij ze de column van Van Dam al had gelezen, zal haar kritiek vooral voor Schröder bedoeld zijn geweest. Maar haar verwijt kan ook Van Dam zich aantrekken.

Over de rechtvaardiging van het NAVO-ingrijpen in Kosovo kun je nog steeds van mening verschillen. Maar suggereren dat de twee interventies van hetzelfde laken een pak zijn is een verdraaiing van de feiten. In Kosovo was al jaren een gewapend conflict aan de gang, er waren veel doden gevallen en tegenover elkaar stonden een guerrillabeweging (het Kosovo-bevrijdingsleger, door het westen aanvankelijk als terroristen bestempeld), en een land dat geleid werd door een man, Slobodan Milosevic, die al een aantal bloedige oorlogen en etnische zuiveringen op zijn geweten had. Bovendien was vergeefs naar een diplomatieke uitweg gezocht. Van dat alles was op de Krim geen sprake toen Rusland vorige maand ingreep – om het schiereiland snel bij zijn eigen grondgebied te kunnen voegen.

Een rechtvaardiging geeft de valse parallel met Kosovo Rusland niet, op z’n best is het een dubieuze geopolitieke smoes. En nu Rusland grote aantallen militairen langs de grens met Oekraïne heeft samengetrokken, is vooral de vraag urgent: blijft het bij de Krim, of bezet Rusland nog meer delen van Oekraïne?

In een telefoongesprek met Obama zou Merkel hebben gezegd dat Poetin het contact met de werkelijkheid kwijt is. Hij leeft „in een andere wereld”, was volgens medewerkers van Obama haar observatie. Nu zegt zo’n uit zijn verband gerukt zinnetje uit de tweede of derde hand natuurlijk niet veel. Maar als Merkel bedoelde dat Poetin zijn belangen fundamenteel anders ziet dan ons redelijk lijkt, en dat hij ook een heel andere kijk heeft op de bedreigingen voor zijn land, dan is dat goed voorstelbaar.

De Europese Unie bijvoorbeeld wordt in het Westen ofwel als een besluiteloze groep landen gezien die wordt weggespeeld op het wereldtoneel, of als een vreedzaam project dat welvaart brengt en niemand bedreigt. Maar toen Oekraïne in november op het punt stond zich naar de Unie te wenden, bleek Rusland opeens als de dood voor die suffe, brave EU. In die „andere wereld” van Poetin zou het een drama zijn als hij de geschiedenis in gaat als de president die Oekraïne is kwijtgeraakt aan het Westen. In die „andere wereld” was het ondenkbaar dat zomaar te laten passeren. En dus pakte hij maar vast de Krim, ongeacht de internationale rechtvaardiging die erbij te bedenken viel.

    • Juurd Eijsvoogel