Opinie

    • Hans Beerekamp

Onnozelheid veinzen in de visstickfabriek

Keuringsdienst van Waarde’ in de visfabriek.

Iris Huntenburg, kwaliteitsmanager van de visfabriek van de Iglo Group in Bremerhaven, kan er niet erg om lachen. Teun van de Keuken van de Keuringsdienst van Waarde (KRO) vraagt haar om te proberen van twee diepgevroren filets van de Alaskapollak weer een hele vis te construeren. Na een tijdje wordt ze boos. Het is onbelangrijk hoe de vis eruit ziet, als de kwaliteit maar excellent is: „Het is hier toch geen kleuterschool?”

Het incidentje leert ons iets. Misschien dat Duitsers geen of een ander gevoel voor humor hebben. Daar spreekt tegen dat aan de overkant, in de goedkopere Frosta-visfabriek, de gastheer van Marijn Frank wel moet lachen als ze hem nadoet, wanneer hij hooghartig zijn assistente opdracht geeft: „Brigitte, maak voor ons vis klaar!”

De queeste in de laatste aflevering van het twaalfde seizoen van het alternatieve consumentenprogramma betreft de vis waarvan vissticks worden gemaakt. Hoe ziet die Alaskapollak er eigenlijk uit?

Inmiddels zijn de stijlmiddelen van het programma overbekend. Eerst worden medewerkers van callcenters, die consumentenvragen beantwoorden, bestookt met simpele kwesties. Wat is een pollak en waar kan ik die kopen? Natuurlijk hebben ze geen idee.

Dan worden er deskundigen geraadpleegd: goede visboeren, voedselwetenschappers, chef-koks. Er doemt het vermoeden op dat de reclamepraatjes niet helemaal kloppen. Gut, tomatensaus van Bertolli wordt niet door pittoreske omaatjes gebrouwen en ook de handgebakken chips komen gewoon uit een fabriek.

De meeste van die fabrieken hebben geen zin in camerabezoek, maar er is er altijd wel een die uiteindelijk toch toestemt. Dan houden de redacteuren van Keuringsdienst van Waarde zich weer consequent van de domme. Captain Iglo is toch een man met een grijze baard in een uniform? Maar in de visstickfabriek worden geperste blokken door dames in stofjassen met haarnetjes in een machine gestopt. Hoe kan dat nou?

Ik kijk nog steeds graag naar het programma, omdat ik wil weten hoe het echt zit met ons voedsel, waar de sintjacobsschelp vandaan komt en of er werkelijk in China broodverrijkers worden gewonnen uit mensenhaar. Maar dat onnozele toontje ken ik nu wel. Vaak werkt het contraproductief, omdat het slecht samen gaat met een volwassen, oprecht geïnteresseerde houding. Dat vind ik dan eigenlijk wel leuk van een Duitse kwaliteitmanager die eer in haar werk legt: die prikt de quasi onnozele benadering door als een vorm van infantiliteit.

Wat ze niet kan weten is dat de oorsprong van deze soms wel degelijk effectieve, deadpan half geveinsde domheid berust bij de aartsvader van de Keuringsdienst, Wouter Klootwijk. Hij heeft inmiddels een eigen programma, De wilde keuken (NTR), waarin het stijlmiddel door de meester tot een gestileerde kunst verheven is. In een visstickfabriek filets aan elkaar naaien, dat zie ik hem eventueel zelf doen, maar niet een ander vragen.

Uiteindelijk arriveert een hele pollak in een vriesbox uit de Beringzee, na een Skypegesprek met een kapitein die Tim heet en geen baard heeft. Het is een clou, maar geen erg sterke. Ik zou als redactie eens experimenteren met nieuwe vertelvormen.

    • Hans Beerekamp