Onderwijs

Het succesverhaal van de afgelopen periode: van de 44 zwakke scholen in 2010 zijn er nog 4 over. Alle partijen vinden onderwijs cruciaal voor de stad.

PvdA

In totaal wil de PvdA de komende vier jaar 24,8 miljoen euro investeren in kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Zo wil de partij niet alleen de lijn die ze is begonnen in het basisonderwijs met de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA) doorzetten, maar ook de kwaliteit van de mbo’s in de stad verbeteren. Het aantal voortijdige schoolverlaters moet gehalveerd en er wordt een „kwaliteitswijzer” geïntroduceerd, waarin zowel ouders als leerlingen goed geïnformeerd worden over de kwaliteit van het onderwijs en de kansen op de arbeidsmarkt. De partij wil daarnaast investeren in leraren.

De gemeente moet bij de inschrijvingsprocedures voor het onderwijs een belangrijke rol gaan spelen. Die moet sneller informatie geven over de verwachte aantallen om zo „onrust te voorkomen”.

De PvdA vindt ten slotte dat er betere samenwerking moet komen tussen het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven.

VVD

Ouders en leerlingen moeten meer schoolkeuzevrijheid krijgen. Het postcodebeleid en lotingssysteem moet verdwijnen. Hierdoor zullen, volgens de VVD, zwakke scholen verdwijnen en goede scholen groeien.

De gemeente moet makkelijker gebouwen beschikbaar stellen aan onderwijsinstellingen die goed presteren. Hierin moet 12,5 miljoen euro worden geïnvesteerd.

Daarnaast wil de VVD meer transparantie over de prestaties van scholen. Bovenop de Cito-scores en eind-

cijfers moeten leerlingen en ouders kunnen zien welke extra’s scholen aanbieden voor bijvoorbeeld zwakke leerlingen en hoe de school zelf presteert.

Tot slot moet er volgens de partij een academisch topinstituut naar Amsterdam worden gehaald.

D66

Om segregatie op jonge leeftijd te voorkomen wil D66 dat kinderen vanaf 2,5 jaar deelnemen aan talentontwikkelingsprogramma’s bij Voorschoolse en Vroegschoolse (VVE) educatie. Op die manier, redeneert de partij, maken kinderen een betere start in het basisonderwijs. Er moet meer samenwerking komen tussen peuterspeelzalen, scholen en (buitenschoolse) opvang, aangestuurd door coördinatoren. Leraren moeten worden bijgeschoold zodat de omgang met nieuwe (technologische) middelen beter gaat en wordt gestimuleerd.

Volgens D66 moet de gemeente zorgen voor keuzevrijheid van ouders voor de opvang of basisschool van hun kinderen. De kwaliteitswijzer moet worden verbeterd waardoor er meer informatievoorziening is. Dat betekent dat ouders naast Cito-scores ook informatie moeten kunnen opvragen over het aantal vakleerkrachten en extra programma’s.

D66 wil een aantrekkelijker vestigingsklimaat voor expats door Engels op de basisschool te stimuleren, net als meer mogelijkheden voor internationale scholen. Op alle scholen moet meer aandacht komen voor individuele talentontwikkeling, in het bijzonder binnen het mbo.

Ook voor aanmelding bij middelbare scholen moet keuzevrijheid komen. Als er te veel aanmeldingen zijn op een school moet de gemeente, waar het kan, zorgen voor noodlokalen en –gebouwen.

D66 wil af van de „doorgeslagen toetscultuur”; de Cito-toets moet niet meer het belangrijkste zijn. De democraten willen leer/werkbanen stimuleren om jeugdwerkloosheid tegen te gaan.

SP

Alle ouders in de stad verdienen de kans om hun kind bij hun favoriete school geplaatst te zien. Wel zo eerlijk, vindt de partij. Ze wil af van het „cijferfetisjisme”: de scholen worden gedwongen alles te meten wat ze doen en „dat slaat door”. De partij vindt goede vakkennis en lerarenervaring zwaarder wegen.

Scholen die geen afspiegeling zijn van de buurt krijgen geen toestemming uit te breiden. Zo probeert de partij gemengde scholen verder te stimuleren. Die scholen, en scholen met kansarme leerlingen, krijgen voorrang bij aanvragen voor verbouwingen en extra voorzieningen.

Jongeren die niet meer in het normale onderwijs een kwalificatie kunnen behalen, kunnen aan de slag via leer/werktrajecten. Werken aan je vaardigheden, om zo meer kans te maken op de arbeidsmarkt.

Niet nog meer schaalvergrotingen en bestuurlijke fusies van scholen, vindt de partij. De kosten op de lange termijn stijgen hierdoor en studenten worden „nummers". Een fusie tussen de UvA en de VU noemt de SP „ongewenst”.

GroenLinks

Crèches en peuterspeelzalen moeten worden samengevoegd en basisscholen moeten plekken worden waar kinderopvang, onderwijs en buitenschoolse activiteiten samenkomen. Voor het basisonderwijs wil de partij bovendien een standaard aanmeldprocedure. Alle kinderen zouden op hun voorkeursschool moeten kunnen komen. Dat zorgt er meteen voor dat die scholen een betere afspiegeling worden van de maatschappij.

In het middelbaar onderwijs is voor GroenLinks de werkervaring in deze crisistijd „ cruciaal”. Er moet voor alle jongeren een stageplek zijn en bedrijven en organisaties moeten deze ook verschaffen. De partij pleit bovendien voor „tweedekansonderwijs” voor jongeren die nog onvoldoende onderwijs hebben gehad. Via volwassenenonderwijs wordt er ingezet op het wegwerken van taalachterstanden waar een deel van de jongeren mee kampt.