Kosovo inspireerde Poetin tot ingrijpen in de Krim

Rusland is geen zojuist ontwaakte grootmacht, maar een mogendheid op retour, betoogt André Gerrits.

Illustratie Taylor Jones

De inwoners van de Krim die zondag naar het stemhokje gaan, staan voor de volgende keus: wordt de Krim onafhankelijk of voegt ze zich bij Rusland? We mogen ervan uitgaan dat de uitslag van het referendum in overeenstemming is met de verlangens van de Russische leider Vladimir Poetin. En mocht dat niet het geval zijn, dan heeft hij voldoende ervaring om de uitslag in de gewenste richting om te buigen.

Waar zijn de Russische leiders op uit? Wat zijn voor Rusland op termijn de voor- en nadelen van onafhankelijkheid van de Krim, respectievelijk aansluiting bij Rusland?

De huidige autoriteiten van de Krim gaan er net als de Russische leiders vanuit dat het referendum, en het onvermijdelijke besluit tot afscheiding, legaal zijn. Ze verwijzen onder meer naar een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van de Verenigde Naties in Den Haag over de kwestie Kosovo, waarin werd gesteld dat territoriale afscheiding en onafhankelijkheid niet per se in strijd zijn met het volkenrecht.

De gebeurtenissen op de Krim, en in het bijzondere het Russische militaire ingrijpen, vertonen sowieso een opmerkelijke overeenkomst met het NAVO-optreden in Servië. Geen van beide militaire operaties had een overtuigende volkenrechtelijke basis. Tony Blair, één van de architecten van de luchtoorlog tegen Servië (1999), zag de bui al vroeg hangen, en typeerde het militaire optreden direct als de eerste ‘humanitaire oorlog’ in de geschiedenis – ze diende geen enkel ander belang dan een humanitair belang. Rusland zag het wezenlijk anders. Geen enkele politiek-militaire daad van het ‘Westen’ heeft in Rusland zoveel woede en frustratie gewekt als de luchtoorlog tegen Servië.

Het ingrijpen in Kosovo inspireerde Moskou tot een reeks vergelijkbare militaire operaties elders, eerst in de zuidelijke Kaukasus in 2008 en nu in de Krim.

Er zijn ook enkele belangrijke verschillen tussen het ‘internationale’ ingrijpen in Kosovo en dat in de Krim. Eén, het Westerse optreden op de Balkan heeft veel meer slachtoffers geëist dan de Russische interventie in de Krim (tot nu toe althans). Twee, de NAVO greep in in een wrede burgeroorlog, inclusief wandaden van beide partijen, hoewel vooral van Servische kant. In de Krim woedde voor het Russische militaire optreden geen burgeroorlog en werden de rechten van de ‘Russische’ onderdanen niet geschonden (althans niet meer dan die van andere burgers). Er was derhalve geen enkel humanitair argument voor ingrijpen.

Hoe zien de Russische leiders de toekomst van de Krim? Vanuit de optiek van het Kremlin zijn er inderdaad twee opties: onafhankelijkheid of aansluiting bij Rusland.

Beide mogelijkheden plaatsen Rusland voor bijzondere uitdagingen. Aansluiting van de Krim bij Rusland zou een uitgesproken schending zijn van het volkenrecht en van alle relevante afspraken die we sinds de Overeenkomst van Helsinki (in 1975) in Europa zijn overeengekomen. Dit zal geen reden zijn voor Rusland om de Krim niet in te lijven, maar wellicht geeft Poetin de voorkeur aan de eerste optie.

Onafhankelijkheid van de Krim biedt Rusland dezelfde voordelen maar minder evidente nadelen. Mocht het referendum een ‘ja’ voor onafhankelijkheid opleveren, dan zal Rusland de Krim erkennen. In dat geval herhaalt zich het scenario Abchazië en Zuid-Ossetië, de gebiedsdelen van Georgië die zich na militair ingrijpen door Rusland in augustus 2008 onafhankelijk verklaarden. De oorlog tegen Georgië leverde Rusland belangrijke geopolitiek winst op (de VS en Europa zetten een mogelijk NAVO-lidmaatschap van Georgië in de ijskast), maar ze mondde uit in een diplomatiek fiasco. Behalve Venezuela, Nicaragua, en een paar eilanden in de Stille Oceaan, erkende geen enkel land de onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië. Zelfs loyale buurstaten van Rusland als Wit-Rusland en Armenië onthielden zich van erkenning, bang wellicht ooit zelf het slachtoffer van Ruslands imperiale ambities te worden.

Maar ook in politiek opzicht is de quasi-onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië geen onverdeeld succes. In feite zijn beide gebieden tot protectoraten van Rusland gereduceerd.

Rusland bewaakt hun grenzen, koopt hun producten, financiert hun uitgaven. En toch zien we, zeker in Abchazië, de onvrede over de Russische bemoeienis toenemen. Volledige afhankelijkheid creëert geen volledige loyaliteit. Mocht de Krim het voorbeeld van Abchazië en Zuid-Ossetië volgen, dan blijkt het lerend vermogen van de Russische leiders even beperkt te zijn als hun voorspellend inzicht.

Het ingrijpen in de Krim moet vooral worden gezien als een daad van geopolitiek machismo. Poetin toonde zijn spierballen – aan de Oekraïners, aan het Westen, en vanzelfsprekend aan zijn eigen bevolking. Maar zoals wel vaker bij machogedrag is het schrikeffect groter dan de uitwerking op de langere termijn.

Rusland is geen zojuist ontwaakte grootmacht, maar een mogendheid op retour, ook in zijn eigen omgeving. Een afhankelijke Krim, of ze nu zelfstandig is of deel uitmaakt van de Russische Federatie, kon Moskou in de toekomst wel eens meer problemen bezorgen dan de Russische leiders en veel van hun al even enthousiaste onderdanen, zich nu kunnen voorstellen.

    • André Gerrits