Jonge bomen en struiken vertrapt door grote grazers

Misschien zullen de ganzen in de Oostvaardersplassen de paarden en runderen verdringen. ‘En de wolf zou hier een landschap van angst kunnen creëren.’

Vanaf linksboven, met de klok mee: edelhert,heckrund,konikpaard, onderzoekerJasper Ruifrok. Foto’s Flip Franssen, Rien Zilvold, ANP, Maarten Schrama

Eindelijk kunnen we weer eens lekker ruziën over de Oostvaardersplassen in Flevoland. Het gebied waar heckrunderen, konikpaarden en edelherten samenleven en Staatsbosbeheer zo min mogelijk ingrijpt. Terugkerende vragen in het debat: is het ethisch verantwoord de natuur te laten verwilderen? En: trappen de grote grazers niet alle vegetatie kapot, waardoor ze andere soorten verdringen? Bloemen? Vogels?

Zes jaar geleden begon Jasper Ruifrok (31) aan zijn proefschrift over het effect van grazende dieren op de vegetatie van een gebied. Vandaag promoveert de ecoloog aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Hoe was het om daar zo lang onderzoek te doen?

„Ik wil even zeggen dat mijn proefschrift niet alleen, zoals veel mensen denken, over de Oostvaardersplassen gaat. Het is natuurlijk wél een mooi onderzoeksgebied. Voor mij werd het na verloop van tijd normaal om er te werken. De boswachters beginnen daar om half acht ’s ochtends dus ik moest om zes uur uit Groningen vertrekken.

„Ik nam altijd wel vrijwilligers mee. Mensen vinden dat leuk. En het is een stuk gezelliger. Het is mooi hoezeer ze onder de indruk zijn. ‘Wauw, wat is dit?’, schreeuwen ze als ze vijfhonderd paarden zien. De aanblik van hengstige merries vinden ze supergaaf.”

Vindt u dat ook?

„Het is een uniek gebied. Op de Veluwe moet je lang wachten om tijdens de bronst een edelhert te horen burlen. In de Oostvaardersplassen gebeurt dat heel vaak. Dat is fantastisch. Het beheer is ook uniek. Als ik zeg dat het een experiment is, klinkt dat alsof er ook een einde aan komt. Dat zeg ik dus niet.

„Want we moeten hiermee doorgaan. Je kunt er heel veel van leren. Voor het beheer in andere gebieden. Het is hartstikke interessant.”

Wat kun je leren van een gebied dat je laat verwilderen?

„Je kunt er je voordeel mee doen bij het beheer van andere gebieden. Kijk eens naar het platteland dat in delen van Europa leeg loopt. Daar zou je natuurgebieden van kunnen maken. Gebieden die zichzelf bedruipen. Dat is mooi. En goedkoop. De ervaringen in de Oostvaardersplassen komen daarbij goed van pas.”

U liet daar zevenduizend kleine bomen en struiken planten. Waarom?

„We wilden weten wat de leidende factoren zijn voor verjonging van bomen en struiken. Niet zo verrassend: dat zijn de runderen, paarden en edelherten. De zaailingen die we buiten een hek hadden geplant, redden het niet. Ze werden opgegeten. Het gaat verschrikkelijk snel. Binnen vijftig dagen was alles kapot getrapt of opgegeten. Dat gold voor vlier en wilg, maar ook voor eik en es. Alleen de roos en de meidoorn deden nog een beetje mee.”

Dat is niet zo mooi.

„Nou, we hebben ook een interessant positief effect van begrazing gevonden. Ooit waren de Oostvaardersplassen een gebied met veel ruigte, zoals distels, riet en brandnetels. Die ruige planten verhinderen de verjonging van bomen en struiken. Ze verstikken alles. Er is weinig licht. Door de begrazing krijg je een open grasland. Daar zou je boompjes kunnen laten groeien als je dat zou willen.”

Maar dat gebeurt niet. Want er zijn zo veel grazers.

„Onder de huidige omstandigheden zie ik in de Oostvaardersplassen inderdaad geen bossen en struiken ontstaan. Dat is een kwestie van beleid. De vraag is wat je met een gebied wilt. Vogelonderzoekers stellen dat er door de grazers minder vogels zitten. Staatsbosbeheer neemt daarvoor ook wel maatregelen. Maar het doel van Staatsbosbeheer is toch vooral: het gebied moet zich zelf in stand houden.”

Komen er misschien vanzelf minder grazers?

„Er zijn fluctuaties mogelijk. Het gebied is pas veertig jaar oud. Over twintig jaar ziet dit gebied er misschien heel anders uit. Denk aan de interactie tussen de diersoorten. Je hebt paarden en runderen. Je hebt edelherten. En je hebt ganzen. Iedere student ecologie weet dat als er drie verschillende diersoorten hun voedsel uit dezelfde bron betrekken, dit eigenlijk niet kan. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat de ganzen het grasland zó kort houden, dat grotere herbivoren onvoldoende te eten hebben. Dan worden ze door de ganzen verdrongen.”

Of een strenge winter, dat wil ook nog wel eens helpen om de populatie grote grazers te decimeren?

„Strenge winters en natte zomers kunnen leiden tot voedseltekort en kunnen de populaties sterk verkleinen. Maar fluctuaties kunnen ook optreden door predatie.

„Ik weet niet of de wolf er ooit komt. Als dat gebeurt, vermindert die het aantal herbivoren. En uit onderzoek in het Amerikaanse Yellowstone Park is gebleken dat wolven in de natuur bovendien een landschap van angst creëren. Ze zetten op bepaalde plaatsen hinderlagen op voor hun prooi, net als leeuwen trouwens, en daar durven de grazers niet meer te komen. Daardoor treedt op die plaatsen een enorme verjonging van bomen op.”

Is het niet zielig dat die grote dieren van de honger kunnen sterven?

„Dat vind ik heel moeilijk. Dieren die verhongeren zijn zielig. Maar ik ben een ecoloog, ik houd me niet bezig met ethiek. De natuur is nu eenmaal verschrikkelijk.”

Is het niet beter om minder grazers te hebben?

„Ja, dan krijg je een landschap van verschillende vegetatietypen met gras, ruigten, struweel en bos. Dat is heel mooi. En bovendien met een hoge biodiversiteit. Ik heb ook onderzoek gedaan in een van de laatst overgebleven bosweiden in Nederland, het Junner Koeland bij Ommen. Daar lopen al sinds de middeleeuwen koeien en af en toe paarden.

„Maar Staatsbosbeheer wil de Oostvaardersplassen laten verwilderen. En dat vinden veel mensen fantastisch. Daar is ook veel voor te zeggen. Je kunt grazers introduceren om vegetatie te beïnvloeden maar ook vanwege hun eigen sociale en ecologische waarde.”

U promoveert. En u stopt met wetenschap. Hoe kan dat?

„Ik las onlangs dat zeven van de tien mensen direct na hun promotie stopt. Wetenschap is knetterdruk. Ik ben getrouwd, we hebben een kind, mijn vrouw heeft een hartstikke leuke baan. Moet ik dat allemaal opgeven om naar het buitenland te gaan en daar een postdocplaats te zoeken?”

Wetenschap is toch mooi?

„Er is sprake van publicatiedwang. Wetenschappers worden beoordeeld op hoe veel en waar ze publiceren en hoe vaak ze worden geciteerd. Dat staat me tegen. Ik vind schrijven wel leuk. Maar ik leg liever de resultaten van onderzoek uit dan dat ik publicaties moet produceren. Er wordt te veel gepubliceerd, en er wordt te weinig met de resultaten gedaan.”

U gaat les geven.

„Ik ben nu weer masterstudent. Ik volg de lerarenopleiding aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dat is heel leuk, en nog best zwaar ook.”

    • Arjen Schreuder