Ja, alle regels volgen was sterker geweest

Het was geen onwettige deal, die Fred Teeven als officier van justitie sloot met een drugscrimineel // En daarmee bracht minister Opstelten zijn collega niet in gevaar // Maar de oppositie houdt nog vragen

Het was dan misschien een „slappe deal”, maar hij werd wel volgens de regels afgesloten. Die conclusie trok coalitiepartij PvdA gisteren al vóórdat VVD-minister Opstelten überhaupt aan het woord was geweest om zijn collega Teeven te verdedigen.

De Tweede Kamer sprak gisteravond met minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) over een overeenkomst die huidig staatssecretaris Fred Teeven (VVD) jaren geleden had gesloten.

In 2000 sprak Teeven, destijds nog officier van justitie, met Cees H. af dat het geld dat deze veroordeelde hasjhandelaar op bankrekeningen in Luxemburg had staan, zou worden overgeboekt naar een Nederlandse rekening. Hij moest 750.000 gulden als schikking aan de staat betalen. De rest van het geld – 1,25 miljoen gulden – mocht hij houden. Expliciet was onderling afgesproken dat de Belastingdienst erbuiten zou worden gehouden.

Waarom wist de fiscus niets?

De fiscus die van niets mocht weten – dat was één van de pijnpunten in het debat gisteren. De oppositie wees Opstelten collectief op de richtlijnen die het Openbaar Ministerie heeft, waarin staat dat een officier van justitie overleg zou moeten voeren met een fraudecoördinator van de Belastingdienst. Het OM schuift dus zijn eigen regels terzijde, als dat beter uitkomt? „Natuurlijk ben ik het met u eens dat het sterker staat als je je aan je eigen richtlijnen houdt”, moest Opstelten aan D66 en de SP toegeven.

De oppositie koppelde het handelen van officier van justitie Teeven aan de integriteit van de staatssecretaris nú, meestal onderhuids en soms expliciet. Volgens de minister had de keuze om de fiscus buiten te sluiten destijds echter niets met integriteit, maar met opportuniteit te maken. „De officieren wilden een zo groot mogelijke slag binnenhalen.” Op de vraag of het een harde voorwaarde van Cees H. was dat de Belastingdienst buiten de afspraken werd gehouden, kon Opstelten geen antwoord geven. „Ik was natuurlijk niet bij die gesprekken. Ik kan wel zeggen dat deze facetten natuurlijk niet voor niets onderdeel van de totale overeenkomst waren.”

Tweede kernvraag was of Teeven destijds vooraf goedkeuring had gekregen van de leiding van het Openbaar Ministerie om deze overeenkomst te sluiten, of dat hij misschien zelfstandig te werk was gegaan. Op 15 februari 2000 gaf het College van procureurs-generaal goedkeuring, zei Opstelten, en in de zomer van 2000 gebeurde dat zelfs nog een keer.

En het was toch vijf miljoen?

Opstelten zei daarmee met zoveel woorden dat de verklaringen afgelopen week in tv-programma Nieuwsuur van Jan-Hein Kuijpers, de advocaat van H., en Dato Steenhuis, destijds voorzitter van het College van procureurs-generaal, niet klopten.

Probleem was alleen dat de minister daar geen schriftelijk bewijs van kon overleggen. Dus kon de Kamer haar controlerende taak maar slecht uitvoeren, constateerde de oppositie.

De tijdslijn en precieze feiten werden de Kamerleden van de oppositie onvoldoende helder. Hoe kan het dat in de uitzending van Nieuwsuur afgelopen week sprake was van een deal van vijf miljoen gulden, terwijl nu bleek dat het om ‘maar’ twee miljoen gulden ging? En wanneer en hoe was dat bedrag dan in waarde verminderd? „De schijn blijft bestaan dat de fiscus met opzet hierbuiten is gehouden”, zei Jan de Wit van de SP. „Dat lijkt heel sterk op het ontduiken van belasting. Die indruk blijft hangen na dit debat.”

En dus werkten bijna alle oppositiepartijen samen, inclusief dit keer ook Lilian Helder van de PVV, om nog aanvullende vragen aan de minister te stellen. Volgende week te beantwoorden, liefst vóór de gemeenteraadsverkiezingen van woensdag.

Ondanks die mist en kritische vragen kwam gisteren de positie van Fred Teeven geen moment in gevaar. Kees van der Staaij van de SGP vatte, zoals vaker, de avond puntig en adequaat samen: „Weten we alles? Nee. Maar nergens heb ik een reden gezien om de integriteit van betrokken personen in twijfel te trekken.”

    • Annemarie Kas