Column

Help! Krimpt de economie nu weer?

Alarmerende kop, en het antwoord op de vraag is: ja en nee. Laten we met die ‘ja’ beginnen. De juichstemming over de economische groei in het vierde kwartaal van 2013 was begrijpelijk. 0,7 procent groei van kwartaal op kwartaal is zeer fors. De Amerikanen, die dit soort cijfers presenteren alsof deze groei zich een heel jaar zou hebben voorgedaan (‘annualiseren’ noem je dat) zouden in dit geval het cijfer hebben gepresenteerd als een groei van bijna 3 procent. Dat is buitengewoon, na vijf jaar in de woestijn.

Die 0,7 procent is wel sterk naar boven beïnvloed door de verkopen van auto’s en bedrijfswagens. Consumenten en bedrijven kochten ze in verband met wijzigende fiscale en milieuregels per 2014 al vast aan het eind van 2013. Het gevolg: een enorme statistische groei in de investeringen, en een opwaartse vertekening in de consumptieve bestedingen. Rabobank stelde gisteren in haar kwartaalbericht over de Europese en Nederlandse economie dan ook terecht dat de onderliggende groei in het vierde kwartaal zonder dit effect slechts zo’n 0,3 procent van kwartaal op kwartaal zou zijn geweest.

De consequenties voor het huidige kwartaal, het eerste van 2014, zijn groot. Want nu vallen de verkopen van auto’s en bedrijfswagens plots even stil. Dat drukt de investeringen en de consumptieve bestedingen. Combineer dat met andere factoren: Rabo noemt hier terecht de gasverkopen, die lijden onder de zachte winter (welke winter?) en het zou heel goed kunnen dat de economie in zijn geheel in dit kwartaal een nulgroei of zelfs kleine krimp vertoont.

Vandaar de kop boven dit stukje dus. Een optisch slecht eerste kwartaal verklaart ook waarom de meeste voorspellers nog steeds op een zeer bescheiden groei uitkomen voor heel 2014. Het Centraal Planbureau voorziet 0,75 procent groei in 2014. Rabo zelf komt op 1 procent.

En dan nu het ‘nee’. De economie krimpt niet in het eerste kwartaal, althans niet ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar geleden. Onder de onstuimige kwartaalcijfers gaat een vrij stabiele groei van jaar op jaar schuil. De industriële productie, zo rapporteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag, lag in januari 2 procent hoger dan vorig jaar, en afgelopen december 2,1 procent hoger. De detailhandelsverkopen bleven in januari in volume gelijk (ze stegen, niet gecorrigeerd voor koopdageffecten zelfs met 0,6 procent) en dat is eindelijk goed nieuws voor de branche. De uitvoer nam met 0,6 procent toe ten opzichte van vorig jaar, bij een invoergroei van 0,2 procent. Ook dat draagt positief bij aan de economische groei. En de stemming van consumenten en bedrijven blijft verbeteren.

Op jaarbasis gaat het dus best goed, en dat zal in het eerste kwartaal te zien zijn. Bij een economische krimp van kwartaal op kwartaal van, zeg, 0,1 procent, zal een groei van zo’n 1 procent op jaarbasis horen. En dat past keurig in het rijtje van een gestaag verbeterende economie.

Het neemt niet weg dat het eerste kwartaal straks voor de nodige verwarring kan zorgen. Wat? Krimp? En de timing zit ook niet mee. De publicatie van de eerste schatting van de economische groei in het eerste kwartaal door het CBS staat gepland voor 15 mei. Dat is een week voor de verkiezingen voor het Europees Parlement. De regeringspartijen die nu, begrijpelijk, goede sier maken met de fantastische economische groei in het vierde kwartaal moeten dit misverstand dan weer uitgebreid gaan uitleggen om de schade te beperken.

Gelukje voor hen: minister Kamp (VVD) van Economische Zaken is héél goed in het duiden van economische kwartaalcijfers.