Een onwelriekende deal en een Kamer in verwarring

Het Openbaar Ministerie sluit regelmatig deals met criminelen of met bedrijven die de wet overtreden. Het schikkingsbedrag dat daarvan onderdeel is vervangt de straf, waarvan het OM moet afwachten of de rechter die, soms jaren later, wel zal opleggen. Pragmatische overwegingen liggen dus aan zo’n akkoord ten grondslag.

Maar wat waren de overwegingen waardoor het OM zich in 2000 liet leiden toen het een afspraak maakte met de veroordeelde drugscrimineel Cees H.? Het Tweede Kamerdebat dat hierover gisteren werd gevoerd, was op voorhand extra beladen omdat de deal met deze hasjhandelaar indertijd werd gesloten door onder anderen de huidige staatssecretaris van Justitie (Teeven, VVD) die toen officier van justitie was. Een opmerkelijk en dubieus onderdeel van de afspraken was dat de Belastingdienst er bewust buiten werd gehouden. Niet deze staatssecretaris maar zijn minister en partijgenoot Opstelten moest zich hiervoor in de Kamer verantwoorden, omdat hij nu eenmaal, ook met terugwerkende kracht, verantwoordelijk is voor het handelen van het OM.

Het leidde tot een verwarrend debat, waarin de een, de minister, voortdurend de suggestie wekte dat hij klaarheid verschafte, waar een groot deel van de Kamer slechts mist zag. Tegenstrijdigheden genoeg. De minister beweert dat het College van procureurs-generaal, het hoogste orgaan bij het OM, indertijd vooraf met de deal akkoord is gegaan. De toenmalig voorzitter van dit college, Steenhuis, heeft op tv beweerd dat hij er niet vooraf van wist. Cees H. betaalde als schikkingsbedrag 750.000 gulden aan de staat en mocht een resterend bedrag houden. 1,25 miljoen, zei Opstelten; het totaalbedrag was 5 à 6 miljoen, stelde H.’s advocaat Kuijpers op tv.

Zo ontwikkelde zich een onbevredigend debat, waaraan de Tweede Kamer moeilijk het gevoel kon overhouden dat zij in staat werd gesteld haar controlerende functie naar behoren uit te oefenen. De minister beriep zich „op documenten die ik niet kan overleggen”, zei: „de vergadering van het College van procureurs-generaal is de meest geheime die er bestaat” en gaf de Kamer „de feiten zoals die mij zijn overgebracht”. Het is ook een kwestie van vertrouwen, zei Opstelten. Deze werkwijze van het OM moet geheim blijven.

Een motie van zeven oppositiepartijen om toch meer helderheid te verschaffen zal dinsdag wel stuiten op een meerderheid in de Tweede Kamer (VVD, PvdA, SGP). En zo resteert een ongemakkelijk gevoel over een deal die kwalijk riekt en met de onbeantwoorde vraag waarom een overheidsinstantie, het OM, het opportuun achtte eraan mee te werken om vermogen van een crimineel voor de Belastingdienst weg te houden.