Een bruut, maar voorbeeldig mens

Na zijn debuut over een plattelandsfamilie met een nogal brute zoon en goeiige vader, lijken in deze roman de rollen omgedraaid. Een boek om onbescheiden enthousiast over te zijn.

‘Zie de brute klop van de bijl’, kopte deze krant drie jaar terug boven de bespreking van De verzonken jongen, het hoopvol stemmende debuut van de in Nederland wonende Belg Jan Vantoortelboom (1975). De vertelling over de plattelandsfamilie Vanheule stond bol van de fraaie, suggestieve zinnen die dan weer neigden naar norsheid, en dan weer naar melancholie. De kop boven de bespreking kwam voort uit de zinnen waarmee Vantoortelboom een vader naar zijn zoon liet kijken. ‘Er was iets aan Victor dat hij niet kon doorgronden. Die wilde blik in zijn ogen, die brute klop van de bijl, die soepele, onbevreesde houding als hij de stieren naar binnen joeg.’ Je voelt aan alles dat die vader ’s avonds het grootste stukje vlees in de pan maar beter voor een ander kan laten liggen.

Drie jaar later laat Vantoortelboom in Meester Mitraillette de bijl opnieuw neerdalen. Al zijn dit maal de rollen tussen vader en zoon omgedraaid. ‘Ik wist hoe laat het was toen ik op een ochtend wakker werd door het geluid van slagen en hout dat kraakte. Door het dakvenster van mijn kamer zag ik hoe vader het ledikant in stukken sloeg. Ik schrok van het beeld, van de brute kloppen van de bijl.’

In beide gevallen verandert Vantoortelboom de gezinsverhoudingen door iemand eenvoudigweg getuige te laten zijn van de bruutheid van een gezinslid. Er valt geen onvertogen woord en toch is er sprake van een scheuring. De anonimiteit van het tafereel wordt alleen maar vergroot doordat de bruut in kwestie niet eens weet dat hij bekeken wordt, niet eens weet dat zijn bruutheid gezien wordt. Dit is bijna per definitie zo’n romanscène die je eerder in een plattelandssetting zult tegenkomen (te denken valt aan Bakkers Boven is het stil of Rosenbooms De nieuwe man) dan in een doorgaans gebekter, stedelijk decor, waar de verwijdering vaker via een dialoog tot stand komt. Zien is op het platteland genoeg.

De jongen die in Meester Mitraillette uit het dakvenster kijkt heet David Verbocht. Je volgt hem in het boek in twee episodes van zijn leven; als jongen van een jaar of tien en als vroege twintiger. Maar niet voordat je dan al op de hoogte bent gebracht van Davids lot. Op de eerste drie pagina’s geeft Vantoortelboom dat namelijk al weg: David zal, ‘vastgebonden aan een weidepaal’, tijdens de Eerste Wereldoorlog, in de buurt van Ieper, als deserteur worden geëxecuteerd.

Compositie

Hiermee wordt de indruk gewekt dat je een oorlogsroman in handen hebt. Ten onrechte, want die oorlog zal pas in het laatste deel ten volle losbarsten. Dat het alsnog gebeurt komt binnen de compositie van de roman zelfs als de meest geforceerde greep over. Alsof ook Vantoortelboom zelf de indruk heeft gehad dat hij een oorlogsroman aan het schrijven was, maar er na 250 ijzersterke pagina’s, die over iets heel anders gaan, achter is gekomen ‘dat hij die oorlog nog had liggen’ en dat die er per se ingefietst moest.

Maar Meester Mitraillette is verder een boek waar je onbescheiden enthousiast over mag zijn. Vantoortelboom heeft wat goed was aan De verzonken jongen, te weten een stijl waarmee hij meteen de intimiteit met de lezer afdwingt, meegenomen naar deze opvolger, terwijl hij op andere vlakken zijn schrijverschap overtuigend, en soms zelfs imposant heeft uitgebouwd.

Dit is op de eerste plaats een boek, al zal het wat breed klinken, over lichaam en geest. De oudere David wordt begin twintigste eeuw aangesteld als leraar op een lagere school in Elverdinge, een plattelandsdorp in West-Vlaanderen. Hij probeert de jongens (alleen jongens) in zijn klas te ‘verlichten’, ze in te laten inzien dat het worden van boer helemaal niet zo vanzelfsprekend hoeft te zijn. Veel energie steekt David hierbij in Marcus, de bolleboos van de klas, door zich ook na schooltijd over hem te ontfermen. Meester en pupil maken lange, filosofisch getinte wandelingen. In het katholieke Elverdinge van toen niet minder dan een daad van verzet.

In de hoofdstukken over de jongere David wordt duidelijk dat de behoefte om Marcus voor een boerenbestaan te behoeden voortkomt uit schuld. Heel behoedzaam voert Vantoortelboom je mee door het verhaal waarin Davids broertje, een uiterst opmerkzaam ventje met de bijnaam ‘Rattenkop’, iets zodanigs overkomt dat om Davids leven voorgoed een zwart randje zit.

Dubbelheid

Het knappe is dat lange tijd ongewis blijft waar Davids ‘fout’ nu precies uit bestaat. De roman steekt zo goed in elkaar dat David net zo goed de veroorzaker van het onheil kan zijn als iemand die er eigenlijk niets aan kon doen. Anders gezegd: er hangt zowel geweld en zelfs ontucht als goedheid rond David. Die dubbelheid zie je ook terug in zijn latere leven als docent. Het ene moment is hij de voorbeeldigheid zelve, terwijl hij een moment later een jongen in zijn klas nét even iets te streng corrigeert.

Het kan bijna niet anders of Vantoortelboom heeft Michael Haneke’s film Das weisse Band (2009) gezien, want in zijn Meester Mitraillette gaat er een vergelijkbaar geweld onder de tucht schuil. Maar waar die film koel en cerebraal was, daar voegt Vantoortelboom er ook nog eens intimiteit en zinnelijkheid aan toe. Zonder enige terughoudendheid valt te zeggen dat zich in een handvol scènes het wonder der literatuur voltrekt; die begoochelende combinatie van een heldere stijl met een ongrijpbare voltrekking van feiten. Wat gebeurt hier allemaal, wat lees ik? Slechts die oorlog is een smetje.

    • Sebastiaan Kort