Dorpelingen met de ideale mix

Vitesse-aanvaller uit het Ecuadoraanse dorp Valle de Chota dat veel voetballers voortbracht

Vitesse-aanvaller Ibarra: „Ik wil met prijzen terugkeren naar Ecuador.” Foto Robin Utrecht

Cristian Benítez is dood, maar binnen het elftal van Ecuador leeft hij voort. In wat voor vorm dan ook. Als tatoeage op het lichaam van sterspeler Antonio Valencia. Tijdens gebeden in de kleedkamer. Of op ondershirtjes van de spelers. „Ik heb sterk het gevoel dat Chucho van boven meekijkt. Ons helpt”, zegt Renato Ibarra (23), international van Ecuador en aanvaller van Vitesse. „Hij zit voor altijd in ons hart. We zullen hem nooit vergeten.”

Ibarra heeft het nog steeds moeilijk als hij terugdenkt aan 29 juli 2013. Op die dag werd hij opgeschrikt door het plotselinge overlijden van Benítez. De smaakmaker van Ecuador stierf in de kracht van zijn leven. Ver weg van huis. In Qatar. Een blindedarmontsteking die eindigde in een hartstilstand werd hem op zijn 27ste noodlottig. „Het was zo onwerkelijk. Gewoon niet te bevatten”, stelt Ibarra, die destijds met Vitesse in Nederland aan de voorbereiding van het seizoen bezig was. „Maar God zal er vast een bedoeling mee hebben.”

De internationals van Ecuador vervullen nu de droom van Benítez. Afgelopen najaar dwong het land voor de derde keer in de geschiedenis kwalificatie af voor het WK. Ecuador is in Brazilië ingedeeld in Groep E met Frankrijk, Zwitserland en Honduras. Tot dusver werd het rugnummer elf als eerbetoon aan Benítez door niemand meer gedragen, maar in Brazilië moet Ecuador van de FIFA iemand dat nummer toekennen. De selectie van bondscoach Reinaldo Rueda speelt op 17 mei in de voorbereiding op het WK in de Arena aan tegen Nederland. Ibarra, die vorige week door visumproblemen een oefenduel met Australië miste, hoopt vurig op een plek in de WK-selectie. Hij is één van de spelers die Benítez op het veld kan vervangen. Al wil Ibarra zich niet met hem vergelijken. „Benítez was één van de leiders. Eén van de voorbeelden in de selectie die de weg voor anderen zoals ik heeft geopend”, vertelt Ibarra. „Ik zou het schitterend vinden later ook zo’n rol te vervullen.”

Ibarra is aan zijn derde seizoen in de eredivisie bezig. De rechteraanvaller is basisspeler in het elftal van Peter Bosz. Hij schetst liever geen vergezichten. Ibarra leeft van dag tot dag. Een leven dat sinds zijn geboorte volledig in het teken van voetbal staat. Ibarra groeit op in Valle de Chota, een voormalige slavenkolonie op zo’n drie uur rijden van hoofdstad Quito. Vruchtbare grond voor voetballers. Het valleidorp, dat zo’n 25.000 inwoners telt, bracht talloze spelers voort onder wie internationals als Ulises De La Cruz (ex-Aston Villa), Agustín Delgado (ex-Southampton) en Edison Méndez (ex-PSV).

De ogen van Ibarra beginnen te glinsteren als Valle de Chota ter sprake komt. „Ik kom uit een gezin van twee hard werkende ouders. Mijn vader zorgde er voor dat er voldoende te eten was voor mijn twee broers en mijn zusje. Ik was alleen met voetbal bezig. Prof worden. Dat was mijn doel. Ik speelde op de voetbalschool van Agustín Delgado. Edison Méndez was mijn grote voorbeeld. In mijn jeugd werden alle wedstrijden van PSV in ons dorp rechtstreeks uitgezonden. Zijn doelpunt in de Champions League tegen Arsenal zal ik nooit vergeten. Méndez was de eerste Ecuadoriaan die op dat podium scoorde.”

De inwoners van Valle de Chota lijken over de ideale mix beschikken om uit te groeien tot topspelers. Hun roots liggen in donker Afrika. Ze zijn krachtig, los in de heupen. Als op de feesten la bomba klinkt, dan swingt de vallei. De saamhorigheid is enorm. Volgens Ibarra maken de voetballers uit Valle de Chota elkaar beter. „Valle de Chota leeft voor het voetbal. Het is de manier om iets van je leven te maken. Jongetjes koesteren allemaal dezelfde droom. Verder is er weinig. Werken op het land is het alternatief. Tomaten plukken en verkopen.”

Ibarra is vijftien jaar als hij zijn geboortegrond verruilt voor Quito. Club Deportivo El Nacional ziet toekomst in hem. Twee jaar later maakt de kleine, watervlugge voetballer zijn debuut op het hoogste niveau. „Ik was zeventien jaar. Mijn eerste grote wedstrijd zal me altijd bijblijven. Ik woonde met mijn broers in Quito. Mijn ouders volgden me van afstand en waren heel erg trots. Net zoals ze dat ze nu zijn op mijn jongste broertje Romário Ibarra. Het is het lievelingetje thuis en speelt bij Liga de Quito. Ook hij droomt van een carrière in Europa.” Ibarra lacht en zegt: „Dat is dus nog een profvoetballer uit Valle de Chota.”

Ibarra behoort samen met spelers als Felipe Caicedo, Antonio Valencia, Christian Noboa en Cristian Ramírez tot een handjevol Ecuadoriaanse internationals die in het buitenland zijn geld verdient. Sinds de zomer van 2011 staat hij bij Vitesse onder contract. „Ik kende de club van dorpsgenoot Giovanny Espinoza die er in het seizoen 2007/2008 speelde. Toen Vitesse interesse in me toonde heb ik Méndez om advies gevraagd. Ik zie hem als mijn maestro. Hij adviseerde me te gaan. Vitesse kan een mooie etalage voor me zijn. Ik voel me er nu thuis. Het leven in Nederland is goed. Een kampioenschap is mijn doel. Het liefste met Vitesse. Ik wil met prijzen terugkeren naar Ecuador. Mijn echte thuis blijft Valle de Chota. Tijdens de Kerstdagen speelden we met alle profs daar op een zandveldje. De mensen daar vinden dat prachtig. Cristian Benítez kwam in het verleden graag naar Valle de Chota. Ook daar leeft hij voort in de harten van de mensen.”