‘Die raadszetel voor de SGP komt er wel’

De laatste week. ’s Middags een bijeenkomst voor ouderen in een wijkcentrum. Op de wc een tegelwijsheid voor plassende heren: Als het richten niet meer wil, ga dan zitten op je bil. Lilian Janse neemt het woord. „Ik wil u bedanken”, zegt ze tegen een volle zaal. „Na de oorlog lag Nederland in puin. U heeft het land weer opgebouwd. Voor mij is een pinda bij de borrel en een koekje bij de koffie normaal. Voor u was dat niet zo. Mijn dank is groot.”

Na afloop complimenteert een raadslid de SGP met de keuze voor een vrouwelijke lijsttrekker. „Heel moedig.” Hij denkt dat Janse het gaat redden. „Nu hebben ze geen raadszetel, maar dat gaat komen. Veel niet-SGP’ers willen met een stem op een vrouw een statement maken.”

Lilian Janse deelt folders uit en spoedt zich naar huis voor de maaltijd. ’s Avonds een discussie van de partij zelf in een verzorgingshuis. Een handvol leden is komen opdagen. „Het is voetbal op televisie”, zegt Van der Weele, de man die zijn dochter en twee andere vrouwen voordroeg voor de kandidatenlijst. Hij pakt de microfoon. „De secretaris is vergeten de uitnodiging naar de krant te mailen.” Op de lege tafeltjes SGP-polsbandjes.

Lilian Janse loopt het partijprogramma door. Wijkagenten mogen ’s zomers niet meer worden weggeroepen om te helpen tegen de overlast van jongeren in Renesse. De kosten voor begraven zijn veel te hoog vergeleken met cremeren. „Wij willen begraven worden. Het kan toch niet zo zijn dat je vanwege de kosten wordt gedwongen te worden gecremeerd.” De keuze voor reformatorische thuiszorg moet gewaarborgd zijn. En we moeten elkaar in de zorgzame samenleving meer in de gaten houden, „zodat er geen mensen tien jaar levenloos in huis liggen”.

Een man vraagt het woord. Hij maant tot voorzichtigheid bij het helpen van buren. „Ik wil best een vuilnisbak buiten zetten. Maar die mensen hebben toch ook kinderen? Je haalt je een hoop troep op de hals. Mensen die ongehuwd samenwonen en dat soort gedoe. Dus ik zeg: ik ben voorzichtig.”

Een vrouw wil er ook iets over zeggen. Zij heeft op een zondagochtend meegemaakt dat een buurvrouw een man in nood weigerde te helpen omdat ze bezig was met haar ochtendgymnastiek. „Die dacht: ben ik mijn broeders hoeder? Toen heb ik de politie gebeld. Ik dacht: anders kan ik niet naar de kerk.”

Vader Cees van der Weele neemt het woord. Hij wil weten wie de mensen zijn die beslissen dat het ziekenhuis in Vlissingen misschien wordt gesloten. „Dat zijn geen Zeeuwen.” Dochter Lilian: „Als je daarnaar vraagt, gaat iedereen naar de punten van zijn schoenen zitten kijken. Je krijgt geen antwoord.” Ten slotte wil ze de Westerschelde uitdiepen zodat de havens in Zeeland bereikbaar worden voor grotere schepen. „We wonen aan zee, daar ligt onze kracht.”

Na een uur, als vader Cees al heeft aangekondigd er een einde aan te maken, komt de discussie op het gebrek aan gemeenschapszin in de Vlissingse politiek. En op raadslid Pim Kraan. „We zitten met een lijsttrekker van de grootste partij die eerst het belang van zichzelf voorop stelt, daarna het belang van zijn partij, en pas als laatste het belang van Vlissingen”, legt Lilian Janse uit. Het moet anders. „Je moet jezelf de vraag stellen: zit ik hier voor mezelf? Of zit ik hier voor Vlissingen?”