Dat stemmen, dat moeten we helemaal anders gaan doen

Stemmen ronselen mag niet. Maar hoe krijg je de verkiezingen eerlijker in Nederland? „Misschien moeten we die volmachten helemaal afschaffen.”

De Kieswet is er helder over. Je mag kiezers niet stelselmatig vragen om namens hen te stemmen. Maar bewijzen dat het gebeurt is lastig. In het verleden kwam het zelden tot veroordelingen. Rond de komende verkiezingen zijn er verdenkingen van ronselpraktijken in Soest, Heusden en Roermond. Ze worden onderzocht.

„Zeker in het verleden deden de affaires zich vooral in het zuiden voor, vanwege de politieke monocultuur en de cliëntelistische traditie”, zegt Wim Kuiper. Hij is actief in de onderwijswereld, maar heeft een verleden in de lokale politiek. Na zijn studie in Twente kwam hij naar Limburg waar hij doceerde aan de rechtenfaculteit van de Universiteit Maastricht. In 1994 promoveerde hij op een proefschrift over ontwikkelingen in de Limburgse lokale politiek. Een jaar daarvoor was hij wethouder geworden in Maastricht namens het CDA.

Kiezers in die regio stemden veel op kandidaten van wie ze verwachtten dat die iets terug zouden doen. Sommige kandidaten hielden spreekuren. Kuiper: „Ronselpraktijken heb ik nooit van dichtbij gezien. Persoonlijke voorkeursacties waren in Limburg wel veel belangrijker dan elders in Nederland. Dat ging zo ver dat er stevig gediscussieerd werd over de vraag wie in welke straat actief mocht zijn en reclame voor zichzelf mocht maken.”

Inmiddels wijkt Limburg minder af van de rest van Nederland, denkt Kuiper, die na jaren in het zuiden lang directieraadslid bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) was. „Programma’s en ideologieën spelen steeds minder een rol. De persoon van de politicus is belangrijker geworden. Landelijk spreken we dan van veramerikanisering. Lokaal zou je dat verlimburgisering kunnen noemen.”

Volgens Kuiper is het onduidelijk hoe vaak ronselen voorkomt, maar hij ziet ontwikkelingen die het mogelijk bevorderen. „Het is aantrekkelijker sinds in 1998 de drempel om te worden gekozen met voorkeurstemmen is verlaagd van 50 naar 25 procent van de kiesdeler. Het brengen van verandering in vooraf vastgestelde lijstvolgordes is gemakkelijker geworden.”

Verder zie je volgens Kuiper dat allochtonen deels de cliëntelistische cultuur vanuit hun land van oorsprong meenemen. „Ze opereren bovendien vanuit een minderheidspositie en voelen een sterke groepsgebondenheid.”

Om zicht te krijgen op het mogelijke ronselen van stemmen, zou kunnen worden geregistreerd wie één, twee of drie keer stemt, vindt André Krouwel, universitair hoofddocent politicologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Het bezwaar zie ik niet. Waarom vertrouwen we de overheid wel toe dat ze vastlegt of we stemmen en niet dat ze bekijkt hoeveel er met volmachten wordt gestemd.”

Het terugbrengen van het maximumaantal volmachten van twee naar één vindt Krouwel ook een optie. Dat maakt het lastiger om heel grote aantallen volmachten over een netwerk te verdelen. „Je zou de volmachten ook helemaal kunnen afschaffen. In de VS kun je ook per brief stemmen. Early voting heet dat. Stemmen op meerdere dagen kan ook. Al kan dat gevolgen voor de opkomst hebben, omdat het gevoel van urgentie bij de kiezer minder wordt. Stemmen op een vrije dag en er een groot feest van maken zou nog beter zijn. Waarom vieren we wel de monarchie en niet de democratie?”

Krouwel ziet ronselen als slechts een van de uitwassen van een slecht onderhouden systeem. „Meerdere internationale organisaties tikten Nederland al op de vingers over de manier waarop we de zaken hier geregeld hebben. Het ontbreken van fatsoenlijke regels voor partijfinanciering leidt bijvoorbeeld tot corruptiegevoeligheid. Partijen bestaan niet eens voor de wet.”

Lokaal is er ook nog eens een ongelijk speelveld, zegt Krouwel. „Landelijke partijen ontvangen geld van de overheid. Plaatselijke partijen, goed voor eenderde van de stemmen of meer, krijgen niets. Dan werk je in de hand dat die andere manieren gaan zoeken om stemmen te halen. We hebben een houtje-touwtjesysteem. Als zoveel zaken niet of schimmig geregeld zijn, werk je schimmige praktijken in de hand.”

Aanpassingen van de democratie kosten wellicht geld, maar dat mag volgens Krouwel geen reden zijn om niets te doen. „Er zijn miljarden naar de financiële wereld gegaan. Dan had men het over systeembanken. We beseffen nauwelijks hoe bijzonder een stabiele democratie als de onze is en dat onderhoud daarvan ook geld kost.”

    • Paul van der Steen