Als een dolleman naar Bern, Berlijn en nazi-zoutgroeven

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog had Duitsland de grondstoffen en kostbaarheden van bezet Europa inmiddels op krankzinnige schaal geplunderd. Die massale diefstal begon, althans in Nederland, in 1940 met het opeisen van de meest voor de hand liggende kostbaarheid: goud, zowel particulier als van de staat. Deze nooit volledig teruggedraaide goudroof is het intrigerende uitgangspunt van de thriller Fout goud van financieel-economisch journalist en auteur Roel Janssen. Het boek leidde tot Kamervragen.

Elmer is een getraumatiseerde Afghanistan-veteraan te Voorschoten. Hij verloor er zijn been en zijn zelfbeheersing; als Elmer kwaad wordt, ramt hij erop. Via de erfenis van zijn grootmoeder – een kistje gouden tientjes met de beeltenis van Wilhelmina en onbegrijpelijke, maar fascinerende documenten en knipsels – raken Elmer en zijn vriendin Lonneke betrokken bij mysteries rond zowel Elmers familie als rond de route die 145.650 kilo uit Nederland afkomstig goud in en na de oorlog heeft afgelegd. Fout goud is een geslaagde afwisseling van hedendaagse actie, de belevenissen van een deels fictieve top van De Nederlandsche Bank tijdens de oorlog en van historische feiten.

Die feiten (Janssen legt achterin het boek uit waar realiteit ophoudt en fictie begint) zijn niet nieuw, maar moreel nog steeds onverteerbaar. Janssen beschrijft hoe neutrale landen als Zwitserland bergen geld verdienden aan het inkopen van Europees goud waarvan ze wisten dat het geroofd was. Van de 122 ton uit Nederland afkomstig goud ligt 61 ton nu nog in Zwitserse kluizen. Huidige waarde: 2 miljard euro.

Naarmate hij zich meer verdiept in de links tussen zijn familie en nazigoud, collaboratie en antisemitisme, wordt Elmer steeds vaker gemolesteerd door onbekende aanvallers – zijn neiging om erop los te rammen komt goed van pas. Hij maakt een dollemansrit van Voorschoten naar Berlijn, bunkercomplexen, nazi-zoutgroeven en Bern, geholpen door een komische entourage van goudexperts en een mooie geschiedkundige.

Janssen permitteert zich wel wat toevalligheden en onwaarschijnlijkheden en de dialogen zijn uitgesproken grote-jongensboekachtig, maar dat is ook charmant, evenals de inventieve finale met eindelijk een vorm van genoegdoening. Een boek met zwier, waarvan men veel opsteekt.