Wie is vijand van vesting Den Haag?

Manshoge hekken, politie en afzettingen bezweren alleen de angst dat er niet genoeg voor de top is gedaan, aldus Monique Koemans.

illustratie hajo

Militairen, raketten, F16’s, afzettingen, camera’s, helikopters en arrestatiebusjes. Vanochtend fietste ik als Hagenaar door een naargeestig oorlogsgebied waar de manshoge hekken domineren, de bomen te kort zijn gesnoeid en de parkeerverboden overal worden aangekondigd. Als criminoloog bekruipt mij de simpele vraag: wie is hier de vijand? En als inwoner van deze stad: waarom wordt mijn buurt omgebouwd tot een vesting van mythische proporties?

Over twee weken begint in de hofstad de nucleaire top, de NSS 2014. Zestig wereldleiders bezoeken Nederland en begeven zich twee dagen lang in de Randstad. Voor deze dagen wordt niets aan het toeval overgelaten, de vergaande en opzichtige veiligheidsmaatregelen hebben een duidelijke boodschap: „We sluiten alle risico’s uit.”

Afgaande op alle maatregelen moet je bijna concluderen dat Nederland serieus wordt bedreigd. Dus nogmaals, tegen wie moeten we ons nu zo nodig beschermen? Op die vraag geven topambtenaren en verantwoordelijken antwoorden die de opzichtige veiligheidsmaatregelen nog onbegrijpelijker maken.

Zo zei de Haagse burgemeester van Aartsen twee weken geleden in een artikel in deze krant dat het veiligheidsrisico op de top laag is vanwege het vreedzame onderwerp (de aarde veilig houden door nucleair materiaal op te ruimen). En in hetzelfde artikel beweerde de Haagse politiechef van Musscher dat we ons als bewoners geen zorgen hoeven te maken: „Er is geen scenario zo gek of we hebben het zelf ook verzonnen,” waren zijn woorden. Hij zal dat - vermoed - ik ironisch hebben bedoeld, want het is simpelweg onmogelijk om elk denkbaar scenario in kaart te brengen. Ervan uitgaande dat hij wel gelooft dat dit kan, dan nog: waarom dan deze extreme veiligheidsvoorschriften? De manshoge hekken, de extra politie-inzet en de talloze afzettingen veroorzaken een grimmige sfeer, maar de vraag is of die echt alle denkbare scenario’s voorkomen. Veel van de maatregelen zijn niet strikt noodzakelijk maar eerder machtsvertoon dat de vrijheid van inwoners beperkt en niet die van terroristen of potentiële boosdoeners. Is een aanslag nu echt niet meer mogelijk?

Mij bekruipt het steeds sterker wordende vermoeden dat de belangrijkste drijfveer voor alle maatregelen een diep gewortelde angst is. Niet zozeer angst voor een terroristische vijand, maar angst om niet genoeg maatregelen te hebben genomen. Om, mocht er wel iets gebeuren, achteraf niet te moeten constateren dat ‘niet alles is gedaan.’

Criminologen spreken al langer van een beheerscultuur. De laatste twee decennia zijn veel voorschriften en wetgeving ingevoerd om de veiligheid te verhogen, terwijl de criminaliteit aantoonbaar daalt. En het opvallende is dat die daling al was ingezet voordat de regels werden aangescherpt. Zo bleek uit mijn promotieonderzoek over de veiligheidsutopie in Nederland dat maatregelen vaak puur symbolisch zijn, met als doel slechts de gemoederen te bedaren.

Er heerst een crisissfeer rond veiligheid – denk aan de maatregelen tijdens de troonwisseling vorig jaar. Maar met de voorbereidingen voor de top hebben die een nieuw hoogtepunt bereikt. Er gaat geen dag voorbij of een krant of een tv-programma heeft een nieuwe invalshoek over de beveiliging van de top. Je zou kunnen stellen dat de maatregelen geen kwaad kunnen, dus waarom niet het zekere voor het onzekere nemen? Met andere woorden, liever voorkomen dan genezen. Maar die redenering gaat mank.

Het creëren van deze crisissfeer is juist gevaarlijk. Terroristen bestaan bij de gratie van angst bij hun tegenstanders, of die angst nu reëel is of niet. Dat mensen bang zijn, is hun doel en tevens hun voedingsbodem. En dat doel is nu met de strenge veiligheidsvoorschriften in Den Haag bereikt. Ik zie een gevaarlijke stad opdoemen, een stad die streng bewaakt en zwaar beveiligd wordt. Een vesting zoals nog nooit eerder in dit land is gebouwd. Zwaar bewapend tegen de grote onzichtbare vijand: angst.

Het zou voor een terrorist inmiddels een publiciteitsstunt zijn om op een conferentie als de NSS, waar elk denkbare scenario al is bedacht, te laten zien waar hij toe in staat is.

Volgens premier Rutte is de NSS het moment om Den Haag als stad van de vrede definitief op de kaart te zetten. Als voorzitter van de NSS noemde hij zichzelf tijdens een persconferentie drie maanden geleden ‘zeer gemotiveerd om de top tot een succes te maken’. Maar wanneer is de NSS eigenlijk succesvol? Als in de wandelgangen afspraken worden gemaakt? Of als de afgevaardigden twee dagen lang in stilte met elkaar kunnen vergaderen, ten koste van de bewegingsvrijheid en het veiligheidsgevoel van inwoners en winkeliers die hun werk niet kunnen bereiken en hun huizen niet kunnen of durven verlaten?

De NSS is volgens mij pas echt een succes als de angst niet meer regeert. Als wordt erkend dat niet alle risico’s ingedamd kunnen worden, als Den Haag een open, toegankelijke gastheer is en Nederland kan laten zien dat veiligheid niet ontstaat door de constructie van een vesting. Veiligheid kan juist worden bewaakt door terughoudendheid. Dat aan de wereld tonen was een mooi visitekaartje geweest.

    • Monique Koemans