Ridders van de klamme handpalm

Toen Willem-Alexander zich verloofd had met Máxima Zorreguieta maakte het stel een tournee door Nederland, die in deze krant gevolgd werd door Harry van Wijnen. Kennismaken met Nederland bleek in de praktijk neer te komen op kennismaken met lokale bestuurders, die telkens weer in grote getale hun opwachting maakten en niet weken voor ze hun handdruk hadden. Het inspireerde Van Wijnen tot een term die me altijd is bijgebleven: bestuurlijk narcisme.

De voormalige locoburgemeester van Amsterdam, Mark van der Horst, pleit al jaren voor minder ‘bestuurlijke drukte’: De stad New York heeft 1 burgemeester en 51 raadsleden, in Amsterdam beloopt datzelfde totaal 417! Aan het loodzware dossier ‘hoofddoekjes’ komen vier bewindslieden te pas. ‘Het Amsterdamse stadsdeel Centrum maakt zich druk over de vlag van de homobeweging,’ verzuchtte hij in de Volkskrant.

Het totale aantal overleggers is veel groter dan fysiek bestaande personen, een relatief klein aantal mensen schaart zich voortdurend rond andere tafels. Buiten wacht hetzelfde rijtje dienstwagens dat elkaar morgen ook weer ontmoet, bij een ander gebouw. In Arnhem liggen het stadhuis en het provinciehuis op loopafstand aan hetzelfde plein. Vergadert de gemeenteraad dan stroomt het provinciehuis leeg, vergaderen de staten, dan is het andersom.

Het fundament van dit circus is de illusie van gelijkwaardigheid. Dat er tussen al die organen een rangorde bestaat, is vloeken in de kerk, dus moeten de kroonprins en zijn verloofde tienduizend onbelangrijke handen schudden.

De ‘projectleider Vermindering Bestuurlijke Drukte’ van Binnenlandse Zaken, benoemd in 2006, is tegenwoordig ‘Afdelingshoofd Interactie’. Tja, ook belangrijk.

Zo hebben wij in Nederland ook altijd nog de Waterschappen. Waterbeheer is kennelijk van een andere orde dan huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg, anders zouden we ook wel Woonschappen, Leerschappen of Zorgschappen hebben. Je hebt de Nationale Veiligheid, daar gaat een Haags Ministerie over, maar de bescherming tegen natte voeten vereist een geheel eigen bestuurslaag.

We moeten ze binnenkort ook weer kiezen, de wethouders van het water. Maar net als de gemeenten zijn die waterschappen toch vooral bezig met het uitvoeren van nationaal beleid? Is er een verschil tussen een PvdA- en een VVD-sluis? Tussen een CDA- en een SP-gemaal? Als je van het ene waterschap het andere inwandelt, krijgen de dijken dan een ander profiel? Smaakt het drinkwater anders?

Ik ging eens kijken op www.waterschappen.nl. Het eerste wat je leest: ‘Weet jij eigenlijk wat de waterschappen zijn?’ Juist, je wilt iets weten over de waterschappen en wat krijg je? Een overhoringvraag! Hallo burgertje, weet u (pardon, jij) eigenlijk wel hoe belangrijk wij zijn? Nee hè? Dat dachten wij al, maar als jij netjes met je armen over elkaar gaat zitten, gaan wij jou dat eens uitleggen. Goed opletten.

Grrrrr!

Even verderop: ‘Onbewust zijn wij dichterbij dan je denkt.’

Een interessante formulering. Je zou het een Freudiaanse anakoloet kunnen noemen. ‘Zonder dat u het weet, zijn wij dichterbij dan u denkt’, staat daar. Dus: u denkt dat u denkt, maar dat is niet zo. Of er staat: ‘Zonder dat wíj het weten zijn wij dichterbij dan u denkt.’ Dus: wij zijn per ongeluk dichtbij gekomen, maar dat was helemaal niet de bedoeling. En hoewel die twee dingen er strikt genomen geen van beiden staan, staan ze er vermoedelijk alle twee. Wij zijn belangrijk, en wie dat niet weet, is dom.

Je ziet meteen weer dat beeld van Harry van Wijnen voor je: het defilé der onbeduidenden, benoemd tot ridder van de klamme handpalm.

Goede observaties zijn als de steen van Rosetta: je weet pas wat je ziet als het een naam heeft. Bestuurlijk narcisme - we mogen Harry Van Wijnen dankbaar zijn.

    • Jan Kuitenbrouwer