Opnieuw scherpe kritiek op Hermans-biografie

Willem Frederik Hermans (Foto ANP)

De projectleiders van de Volledige Werken (VW) van Willem Frederik Hermans hebben in een stuk scherpe kritiek geuit op het eerste deel van de Hermans-biografie De mislukkingskunstenaar en de schrijver daarvan, Willem Otterspeer.

Volgens Jan Gielkens en Peter Kegel, die hun stuk donderdag op de website wfhermansvolledigewerken.nl publiceerden, is De mislukkingskunstenaar echt niet het “met zorg geschreven boek”, zoals Otterspeer afgelopen januari nog in het literaire tijdschrift De Gids beweerde.

Otterspeer ging in dat stuk, getiteld ‘Fout(jes) in vredestijd’, in op de kritiek die zijn biografie tot twee maal toe uit het kamp van de VW-bezorgers te verduren had gekregen. Allereerst nog tijdens het schrijven van de biografie, toen de bezorgers als kritische ‘meelezers’ fungeerden, en in het tweede geval in een column in de Volkskrant van Max Pam, die de zienswijze van de bezorgers op de biografie naar voren bracht.

Otterspeer typeerde deze zienswijze in De Gids als een “filologische fixatie op foutjes”, oftewel een vorm van muggenzifterij die de kwaliteit van de biografie tekort deed. Het leesdoel van de bezorgers zou er uit hebben bestaan Otterspeer op uitglijers te betrappen, in plaats van tot constructieve kritiek te komen.

Gielkens en Kegel noemen Otterspeers woorden ‘een oeroude polemische truc’ en doen vervolgens een boekje open over de totstandkoming van het boek en de uiteindelijke kwaliteit ervan. Zo zou Otterspeer veel dankbaarder gebruik hebben gemaakt van de “bijna driehonderd algemene en concrete adviezen” die de bezorgers hem na lezing van het manuscript toespeelden dan hij nu zou willen toegeven.

Veel ‘uitglijers’ zouden hiermee zijn voorkomen. Wat Otterspeer het ‘navlooien’ van het manuscript ‘op fouten’ noemt, zou hij volgens Gielkens en Kegel beter ‘ontvlooien’ kunnen noemen. Want: de ‘fouten en onvolkomenheden sprongen ons vanaf alle pagina’s tegemoet: bronvermeldingen bij geciteerde passages ontbraken of waren incorrect, literatuurverwijzingen naar secundaire literatuur waren veelal achterwege gebleven, archiefbronnen waren slordig en ondeskundig gebruikt, talloze namen van personen, straat- en plaatsnamen, boektitels en historische feiten waren onnauwkeurig weergegeven en onthutsend veel citaten uit gedrukte en ongepubliceerde bronnen waren incorrect’.

Het streven van uitgeverij De Bezige Bij om na die constatering alsnog tot een ‘foutloze’ biografie te komen is mislukt, aldus het duo. Dat laatste is weliswaar in lijn met de titel van het boek, maar niet fraai. Otterspeer putte bij het schrijven uit het Hermans-archief. Dat is voor de gemiddelde lezer niet toegankelijk, maar wel voor Gielkens en Kegel. Ze wijzen er aan de hand daarvan op dat er zaken in De mislukkigskunstenaar beweerd worden die niet door Hermans’  eigen notities worden gewaarborgd.

Zo laat Otterspeer Hermans reeds in 1950 zijn rijbewijs halen, terwijl daar in de notities van Hermans geen bewijs voor te vinden is. Het is ‘waarschijnlijker’ dat de schrijver hier pas in 1956 in slaagde. In een ander geval zou Otterspeer ‘vrolijk met bronnen hebben gestoeid’ wanneer het afstuderen van Hermans aan bod komt: er zou een beschrijving worden gegeven die gebaseerd is op agenda’s die Hermans in twee verschillende jaren bijhield. Ergens anders zou Hermans bij een zaak hebben gegeten die ‘Lubl’ heette, terwijl die zaak niet bestaat. Volgens Gielkens en Kegel kunnen bovenstaande voorbeelden ‘met vele andere worden aangevuld’.

Otterspeer, zo luidt de conclusie, is veel te vrij geweest in het schrijven van een boek met wetenschappelijke pretenties. Hij heeft ‘zichzelf vrije hand gegeven om maar wat te doen, als het maar in zijn kraam te pas komt’.