Kunstmarkt is crisis te boven

In Maastricht begint vandaag de grootste kunstbeurs ter wereld. De prijzen stijgen weer.

De mondiale kunst- en antiekmarkt is terug op het niveau van voor de recessie. Vooral door de verkoop van naoorlogse en hedendaagse kunst in de Verenigde Staten kwam de totale omzet vorig jaar uit op 47,4 miljard euro. Dat ligt slechts een fractie onder recordjaar 2007, toen de totale omzet 48 miljard euro was. In 2009 was de totale kunstmarkt gezakt naar 28,3 miljard euro.

Deze cijfers komen uit het rapport dat het onderzoeksbureau Arts Economics jaarlijks opstelt in opdracht van Tefaf, de grootste kunstbeurs ter wereld. Het bureau presenteert het rapport morgen op de beurs in Maastricht, die vanavond officieel van start gaat en loopt tot en met 23 maart.

De VS heeft met een omzet van 18 miljard euro het grootste aandeel in de mondiale markt: 38 procent. China, dat in 2011 de VS even voorbij was gestreefd, volgt op een tweede plaats, met een marktaandeel van 24 procent. Tweederde van de Chinese aankopen vindt in eigen land plaats. Meer dan de helft ervan betreft Chinese schilderijen en kalligrafie.

Het Verenigd Koninkrijk neemt een derde positie in, met een mondiaal marktaandeel van 20 procent. Dat is een daling van 3 procent. De Nederlandse kunstmarkt heeft een aandeel van onder de één procent.

De opleving van de markt werd vooral veroorzaakt door hogere prijzen, niet door een groei aan verkopen. Het aantal transacties lag zelfs een kwart lager lag dan in 2007.

De stijging van de prijzen betreft niet de moderne kunst (werken van kunstenaars als Picasso, Giacometti en Mondriaan), maar hedendaagse en naoorlogse kunst: werk van kunstenaars als Gerhard Richter, Basquiat en Jeff Koons. De prijzen voor impressionisten en oude meesters vallen zelfs terug, terwijl Chinezen, relatieve nieuwkomers op de kunstmarkt, de zeventiende- en achttiende-eeuwse kunst uit Europa juist beginnen te ontdekken.

Recordbedragen werden afgelopen jaar betaald op veilingen in de Verenigde Staten, voor werken van kunstenaars als Francis Bacon (142 miljoen dollar, ofwel 102 miljoen euro), Roy Lichtenstein (56,1 miljoen dollar, ofwel 40,2 miljoen euro) en Jackson Pollock (58,4 miljoen dollar, ofwel 41,8 miljoen euro). Deze kunstenaars behoren tot een selecte groep van vijftig wier werk voor meer dan 10 miljoen dollar wordt verkocht. Dit kleine aantal kunstenaars is verantwoordelijk voor een groot deel van de totale verkoop van kunst, zeker op de veiling. Vooral uit de verkopen op veilingen blijkt een kleine groep namen van kunstenaars verantwoordelijk voor een groeiend deel van de totaal aantal verkopen.

De groep kopers en potentiële kopers is groter. Wereldwijd houden 600.000 van de circa 32 miljoen miljonairs zich serieus bezig met het verzamelen van kunst uit de hoogste prijsklasse. Zij gebruiken gemiddeld 17 procent van hun vermogen voor het aankopen van kunst. Omdat de welvaart van miljonairs sneller groeit dan die van de totale wereldbevolking, zo concludeert het rapport, heeft de kunstmarkt een rooskleurige toekomst.

Uit het rapport blijkt ook dat er meer kunst via internet is verkocht. Dat aandeel ligt momenteel rond de 5 procent, ofwel 2,5 miljard euro. De opsteller van het rapport, kenner van de economie van de kunst Clare McAndrew, schat dat verkopen online in de komende zes jaar met 25 procent zullen toenemen, om in 2020 uit te komen op 10 miljard euro.