Keuring op Tefaf is als een militaire operatie

Tefaf heeft de strengste keuring van alle kunstbeurzen. Een rondgang langs elf betrokkenen. „Vaak denk ik: leuker dan dit wordt het niet.”

Een keurmeester van de meubelcommissie inspecteert in 2012 eenantieke sofa. Oude meubels moeten zo zijn gestoffeerd dat het houtwerk aan de onderzijde zichtbaar blijft. Foto Chris Keulen

Van de elf dagen die The European Fine Art Fair in Maastricht duurt, is het openingsfeest voor genodigden op donderdag altijd met afstand de belangrijkste verkoopdag. Stijf van de adrenaline verwelkomen de 275 deelnemende antiquairs en kunsthandelaren hun beste klanten, die soms van heinde en ver zijn ingevlogen. De schatrijke kunstverzamelaars zijn vaak al even opgewonden en kunnen zich gedragen als koopjesjagers op De Bazaar in Beverwijk; bang dat een ander er met hun Chinese vaas of met hun Van Gogh vandoor gaat.

Bij aanvang van de vipparty hebben de handelaren elk jaar al twee spannende dagen achter de rug. Dagen waarop ze alle tijd hadden voor een bezoek aan het Bonnefantenmuseum of een wandeling langs de Maasoevers, maar waarbij ze in gedachten vooral bij hun stand in het beursgebouw zullen zijn geweest.

De dinsdag en woensdag voor de opening is het Maastrichtse congrescentrum verboden terrein voor de deelnemers. De beursvloer is dan het exclusieve domein van de 175 keurmeesters, een zorgvuldig geselecteerd gezelschap wetenschappers, vertegenwoordigers van musea en handelaren, verdeeld over 29 verschillende vetting committees. Slechts omringd door bloemschikkers en tapijtleggers die de aankleding van de beurs afronden, inspecteren zij alle dertigduizend aangeboden kunstschatten.

De keuring is een vertrouwelijke aangelegenheid. Journalisten zijn niet welkom en de keurmeesters moeten vooraf een geheimhoudingsverklaring tekenen. Een verhaal over de keuring ontbeert dus namen en rugnummers. Maar een rondgang langs elf keurmeesters en de stille kracht die deze militaire operatie soepel laat verlopen, geeft wel een beeld over de werkwijze en hoe de keuring in de loop der jaren is geperfectioneerd.

Tussen hoop en vrees

De standhouders van Tefaf leven tijdens de vetting tussen hoop en vrees. Voorwerpen waarvan de verplichte beschrijving door de keurmeesters in twijfel wordt getrokken, krijgen een label opgeplakt dat bijvoorbeeld de datering of de toeschrijving dient te worden aangepast – vervelend, want dat gaat doorgaans gepaard met een fikse devaluatie van het betreffende voorwerp. Nog erger is het als keurmeesters objecten uit de stands laten verwijderen. Dat lot wacht falsificaties, voorwerpen die in een te slechte conditie verkeren, en kunstwerken die te middelmatig van kwaliteit worden bevonden voor de beste kunst- en antiekbeurs ter wereld. Afgekeurde voorwerpen worden verbannen naar wat de Salon des refusés is gaan heten, een streng bewaakt hok van tien bij vier meter, waar de eigenaren ze pas na afloop van de beurs weer kunnen ophalen.

Op woensdagmiddag om drie uur zit de keuring erop en mogen de handelaren terug naar hun stand. „Een prachtig maar keihard moment, dat tot veel geknars van tanden leidt”, zegt Henk van Os, de algemeen voorzitter van de keuringscommissies. „Een lege plek op de muur of een kale sokkel betekent dat een voorwerp is afgekeurd. Het is wel voorgekomen dat een handelaar zijn halve stand leeg aantrof.”

Bij geen enkele kunst- of antiekbeurs is de keuring zo streng als bij Tefaf, zeggen betrokkenen. De Salon du dessins in Parijs? Of de grote antiekbeurzen in Londen, Parijs en New York? De keurmeesters tonen er veel meer clementie dan in Maastricht. Een antieke kast die in Parijs probleemloos wordt geaccepteerd, kan bij Tefaf zonder pardon in de Salon des refusés belanden.

Typerend is een anekdote van Ger Luijten, directeur van Fondation Custodia in Parijs en lid van de keuringscommissie oude tekeningen en prenten. „Jaren terug presenteerde een handelaar in Maastricht een ongesigneerde tekening als een werk van Rubens. Onze commissie vond dat de toeschrijving ‘Uit de omgeving van Rubens’ moest zijn, een groot verschil. Later zag ik dat de handelaar die tekening op een andere beurs wel met het etiket ‘Rubens’ mocht aanbieden.”

Waar iedereen het ook over eens is: in de 26 jaar dat Tefaf bestaat, is de beurs steeds strenger gaan keuren. De criteria waaraan voorwerpen moeten voldoen zijn steeds verder aangescherpt. Ook kunnen de keurmeesters sinds een paar jaar gebruikmaken van moderne onderzoeksapparatuur van het Rijksmuseum in Amsterdam. Details die met het blote oog voorheen niet waarneembaar waren, kunnen met een digitale microscoop sindsdien eenvoudig zichtbaar worden gemaakt. En snoof een keurmeester twintig jaar geleden aan een zeventiende-eeuws bord om vast te stellen of het wel helemaal van koper was gemaakt, nu biedt een snelle test met een geavanceerd röntgenapparaat zekerheid.

Maar de belangrijkste verandering is van mentale aard. De keuring is minder politiek geworden; bij twijfel beslissen de keurders niet meer in het belang van de handelaar maar van de beursbezoeker. De zekerheid die dat aan kopers biedt, beschouwen kenners als een van de belangrijkste verklaringen voor het succes van Tefaf.

Kunsthandelaar Jaap Polak, voorzitter van de keuringscommissie gebruiksvoorwerpen en beeldhouwkunst: „Op de antiekbeurs in Delft in de jaren zeventig (een voorloper van Tefaf) keurden de handelaren elkaar. Als jij mijn antieke kast goedkeurt, keur ik jouw tafel goed, zo ongeveer. Op de beurs in Parijs gaat het nog altijd op die manier, daar is het vaak oorlog.”

Henk van Os heeft in de zes jaar dat hij over de keuring presideert bij het Tefaf-bestuur steeds gepleit voor minder handelaren in de keuringscommissies. „Zo min mogelijk ons kent ons, wat mij betreft.” In zijn jaarlijkse peptalk voor aanvang van de keuring wijst de oud-directeur van het Rijksmuseum de keurmeesters altijd op hun verantwoordelijkheid. „Bescherm de klant, hun lot ligt in uw handen.”

De handelaren beseffen inmiddels dat de lat in Maastricht hoger ligt dan elders. Ze bewaren het beste van het beste voor Maastricht. Keuren bij Tefaf is daarom eenvoudiger dan bij andere beurzen, zeggen diverse keurmeesters: handelaren zijn zich bewust geworden van de strenge regels en handelen daarnaar.

Hoe belangrijk het Tefaf-keurmerk is, blijkt ook buiten Maastricht. Steeds vaker gebruiken antiquairs en kunsthandelaren op andere beurzen en in hun winkels het label ‘accepted by Tefaf’. Toen Van Os dat voor het eerst zag, voelde hij „een klein beetje trots”.

Zachte dwang

Niet alle betwiste voorwerpen verhuizen naar de Salon des refusés. Soms plakken de keurmeesters een post-it op een kunstobject met de tekst: ‘Wilt u zich er rekenschap van geven dat dit werk het niveau van de beurs geen goed doet.’ Die zachte dwang is meestal effectief, zegt keurmeester Ger Luijten.

De meeste afgekeurde voorwerpen kunnen met een aangepaste beschrijving alsnog te koop worden aangeboden. Handelaren kunnen ook in beroep tegen de afkeuringen. Soms hebben ze groot gelijk, zegt Van Os.

Handelaren kunnen maximaal drie beslissingen aanvechten, vertelt Cécile Fentener van Vlissingen, die de keuring al twaalf jaar administratief begeleidt. De voorzitters van de keuringscommissies behandelen zo’n appeal meestal samen met de betreffende specialist uit hun commissie. Bij zo’n dispuut met een handelaar kunnen de gemoederen oplopen. Om voor meer privacy te zorgen, zegt Van Vlissingen, worden de geschillen daarom niet meer midden op de beursvloer behandeld, zoals vroeger gebeurde, maar in de betreffende stand.

Als een commissievoorzitter en een handelaar het niet eens kunnen worden, komen ze op woensdagavond om zes uur bij Van Os terecht. Dat gebeurt elk jaar twee à drie keer. In zes jaar tijd heeft de algemeen voorzitter slechts tweemaal een keuringscommissie overruled. Dat is niet prettig, zegt Van Os. „Eén keer was een complete stand afgekeurd. Toen ik in die kwestie dook, bleek het op kinnesinne te berusten. Een handelaar in de keuringscommissie die negatief had geoordeeld over een concurrent. Dat hield geen stand.”

Keurmeester bij Tefaf zijn is een erebaan. Een enkele specialist vindt het vreemd dat hij zijn expertise jaarlijks onbezoldigd ter beschikking moet stellen. De meesten vinden dat juist goed: het onderstreept hun onafhankelijkheid.

Alle elf noemen het een voorrecht dat ze twee dagen met verwante zielen van gedachten kunnen wisselen over de mooiste kunstwerken ter wereld. Kunsthistoricus en galeriehouder Willem Baars: „Vaak denk ik tijdens die dagen: leuker dan dit wordt niet.” Vaste attractie voor veel keurmeesters is het gezamenlijke diner op dinsdagavond, waarbij de cateraar van Tefaf altijd een Grüner Veltliner van het Weingut Göttweig schenkt.

De 76-jarige Van Os kijkt tevreden terug op de jaren dat hij voorzitter is. „Ik zit bijna aan het eind van een proces. De keuring loopt op rolletjes, iedereen weet waar hij zich aan moet houden. Hoog tijd dat ik aan het bestuur vraag of ze al een opvolger voor me hebben.”

    • Arjen Ribbens