Hoe Russen over de Krim denken

In het intellectuele debat over de annexatie van de Krim zijn in Rusland vier denkrichtingen te ontwaren.

In St. Petersburg betogen Russen om de Russen op de Krim te steunen. Een heeft een foto van de ‘fascist’ Stepan Bandera bij zich. Foto’s AFP

Straten en pleinen van Moskou blijven leeg sinds de Russische militaire invasie op de Krim. Veel kritiek op de interventie van president Vladimir Poetin klinkt er niet. Enkele tientallen dissidenten, die ook nu weer het vaandel van hun traditie hoog houden, werden vorige week aangehouden en afgevoerd. Iets verderop in Moskou, op de avenue die is vernoemd naar dissident en kernfysicus Andrej Sacharov die de intellectuele kracht was achter het humanistische anticommunisme in de jaren 60/70, mochten duizenden juist wel demonstreren vóór de terugkeer van de Krim in de Russische moederschoot. Het leek niet heel spontaan. Iedereen had hetzelfde jack aan.

In het parlement klinkt ook geen afwijkend geluid. Zowel in de Doema als in de Federatieraad zijn afgelopen twee weken zonder tegenstem alle verklaringen, resoluties en wetten aangenomen die Poetin nodig heeft om zijn inmenging in Oekraïne formeel te maken.

De repressie van de toch al marginale openlijke oppositie tegen het Kremlin wil niet zeggen dat alle geluiden in Rusland unisono zijn. In de reacties zijn vier hoofdlijnen: ideologische jubel, etatistische Realpolitik, terughoudende scepsis en bezorgde angst. In alle reacties komt het woord ‘revanche’ voor, revanche voor het feit dat in 1991 met de Sovjet-Unie ook het Russische Rijk ten onder is gegaan.

1. Ideologische jubel

De schrijver Aleksandr Prochanov (76), die zijn hele publicitaire leven al op de radicaal patriottische vleugel opereert maar nooit lid is geweest van de communistische partij, is een uitgesproken exponent van het geëxalteerde enthousiasme. In het dagblad Izvestia schreef Prochanov maandag: „De Krim is een gewijde Russische rots, altaar van een heilige religie, bastion van een eeuwige grootmacht, haven van een grootse vloot”. Met de interventie op de Krim wordt ook een halt toegeroepen aan de „swastika revolutie” die via Kiev naar het Oosten dreigt op te rukken. Zoals de „fascisten in de oorlog duizenden joden vermoordden en in het ravijn van Babi Jar [in Kiev] stortten, zo zouden ze nu de lijken van 20 miljoen Russen in de bouwput gooien”, aldus Prochanov, zelf overigens al twee decennia hoofdredacteur van de antisemitische krant Zavtra (Morgen).

Ook Sergej Karaganov, politicoloog en decaan aan de universiteit, herinnert in Rossia v globalnoj politike, een variant op het Amerikaanse Foreign Affairs, aan de houding van het Westen om Rusland na de val van de Sovjet-Unie als „overwonnen staat” te bejegenen. Oekraïne zelf heeft in zijn ogen geen recht van spreken, omdat de machtselite daar zichzelf in „diskrediet heeft gebracht”. Maar toch lijkt Karaganov niet helemaal zeker van zijn zaak. De man uit de politieke elite put hoop dat er nog iets constructiefs uit de crisis kan groeien: een „Europese alliantie van Lissabon tot Vladivostok”, een gemuteerde echo van het ‘Europese Huis’ waarover Sovjetleider Michail Gorbatsjov ooit sprak.

2. Loyale Realpolitik

Hoofdredacteur Fjodor Loekjanov van Rossija v globalnoj politike toont zich ook loyaal, maar vond het vorige week toch nodig een oplossing aan te reiken waarmee Poetin moet kunnen leven: „Federalisering (of zelfs confederalisering), wat in Kiev altijd wordt gezien als de eerste stap naar verval, is de enige overgebleven kans om Oekraïne binnen de huidige grenzen te behouden”, schreef hij in het vakblad dat wordt uitgegeven onder auspiciën van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Loekjanov is niet de enige in de elite die schippert tussen aanhankelijkheid jegens het Kremlin en begrip voor het Westen. Timofej Bordatsjov, een jonge Europa-specialist op de Economische Hogeschool, weet ook waar de schoen wringt. Voor de discussieclub Valdai, een soort Bilderberg Conferentie waar Poetin intellectuelen uit binnen- en buitenland ontvangt, schreef hij: „Het is jammer voor Rusland, maar de reële macht van het Westen is de attractiviteit en de relatieve effectiviteit van zijn sociaal-economische systeem. Mensen zijn gesteld op landen met eerlijke rechtbanken en effectieve justitiële organen. Velen willen naar zulke blijkbaar harmonieuze landen. Rusland moet het monopolie op recht en harmonie van zijn rivalen vernietigen. Rusland moet attractiever worden, ook voor zijn eigen burgers”.

3. Afstandelijke scepsis

Er zijn ook mensen die de revanche in een heel ander historisch licht beoordelen dan de groot-Russische ideologen. Zoals hoofdredacteur Konstantin Remtsjoekov van de Nezavisimaja Gazeta. „Morele categorieën helpen niet om het wezen van de gebeurtenissen te doorgronden. De territoriale eenheid van Oekraïne wordt geschonden. Dat kan volgens de Oekraïense grondwet alleen als er een referendum in het hele land wordt gehouden. Dat gebeurt niet. En dat heeft niets met moraal te maken”, aldus Remtsjoekov. Zijn krant probeert ook een eigen koers te varen. Dat is wel steeds moeilijker geworden. De druk neemt toe.

In zakenkrant Vedomosti berekende de bekende commentator Kirill Rogov gisteren de kosten van het revanchisme: het land zal verder „bevriezen”. Hij voorspelt een „dubbele klap”. Ideologisch zal Rusland zich „sluiten”. En economisch voorziet Rogov „koorts” omdat de roebel verder zal devalueren en de kredietwaardigheid van het land navenant zal dalen.

4. Angst en ronde kritiek

Ook de satiricus Viktor Sjenderovitsj vreest „isolement”. Met corruptiebestrijder Aleksej Navalny, die de gebeurtenissen ondanks zijn huisarrest ook scherp volgt, is Sjenderovitsj momenteel de populairste blogger in Rusland. In zijn oordeel over de Olympische Spelen was hij al hard. Hij nam Berlijn 1936 in de mond, hetgeen tot een groot schandaal leidde. Deze week nam hij bij radiozender Echo Moskvi de invasie op de Krim op de korrel. De interventie van Poetin leidt volgens hem tot „marginalisering”, of beter, tot „afrikanisering” van Rusland. „Er zal geen oorlog komen maar de effecten zullen groot zijn. Als wij niet meer willen zijn dan een stuk olie- en gastoendra, hou dan op over Tolstoj en Dostojevski.” Rusland was altijd onderdeel van de Europese cultuur. Maar nu dreigt anti-Russische polarisatie. Enerzijds Tsjechov in Jalta. Anderzijds: Russisch als taal van de veroveraars. Dat hebben we al eens meegemaakt in de Baltische landen, in Praag en Georgië, waar kinderen nu Engels leren. De taal van de agressor! Dat is van een totaal andere orde”, aldus Sjenderovitsj.