Hilhorst GroenLinks? Ja, dat dacht ik ook

De oud-burgemeester van Amsterdam is „ongerust”. Het gaat niet goed met zijn PvdA.

Ed van Thijn: „D66’ers? Grote bestuurlijke talenten waren het niet.” Foto David van Dam

Hij loopt moeizaam, hij roeit af en toe misschien nog vijf minuutjes op de machine in de kelder, zijn kuif is verdwenen en hij zal nooit meer een boek schrijven. Maar als hij op zijn stoel zit – in ruitjesbloes, vest en ribbroek – en hij begint te praten, dan hoor je meteen de stem en de wakkere geest van de volksvertegenwoordiger, de burgemeester, de minister en de senator van weleer. Ed van Thijn, 79 jaar, heeft last van een neurologische aandoening die zijn benen aantast en hij geeft geen interviews meer, zegt zijn vrouw Odette, omdat hij „in ruste is”. Toch heeft de PvdA-coryfee nu, via de campagneleiding van de Amsterdamse PvdA, gevraagd of de krant belangstelling heeft voor een gesprek.

Waarom wilde u met de krant spreken?

„Omdat ik mij ongerust maak. Ik ben bang dat ons erfgoed – meer dan honderd jaar sociaal-democratische gemeentepolitiek, te beginnen bij Wibaut – door het ijs gaat zakken.”

Maakt u zich zorgen vanwege de peilingen, met de PvdA in Amsterdam als tweede achter D66? Of vanwege de campagne die PvdA-lijsttrekker Pieter Hilhorst voert?

„Die campagne is een over drijvende bubbel, daar maak ik me geen zorgen over. Ik maak me zorgen dat Jan Paternotte met D66 in Amsterdam de grootste partij wordt; dat zou een symbolische gebeurtenis van de eerste orde zijn.”

En kennelijk iets om te vrezen.

„Er dreigt een traditie verloren te gaan: honderd jaar stadsbesturen met een sociale component. En ik vind dat de sociaal-democraten dat niet verdiend hebben. Kijk hoe de stad erbij ligt: negentiende-eeuwse wijken waarover we ons in de jaren 80 en 90 nog grote zorgen maakten, zijn nu gewilde, leefbare wijken. Ik zeg niet dat de PvdA dat alleen heeft gedaan; we hebben in Amsterdam nooit een absolute meerderheid gehad. Maar we hebben er wel pal voor gestaan. Er zijn een paar belangrijke pijlers waarop dat beleid van goede stedenbouw is gebaseerd, zoals de erfpacht en de sociale woningbouw. Daar staan wij voor en D66 wil er aan tornen.”

Straks wint D66 en komt de PvdA als één na grootste in het college? Hoe erg is dat?

„Nou, het is geen rámp. Maar ik maak me wel zorgen over de bestuurskracht van D66.”

U heeft als burgemeester colleges met die partij geleid. Zegt u dit uit ervaring? Of wilt u D66 gewoon een douw geven?

„Dat zeg ik uit ervaring. Ik heb veel wethouders versleten. Ik heb persoonlijk altijd prima relaties met D66-politici gehad. En ik zeg ook niets ten nadele van de D66-bestuurders die nog gaan komen, maar kijkend naar het verleden zeg ik: grote bestuurstalenten waren het niet.”

Waar schortte het aan?

„Je moet als bestuurder besluitvaardig zijn. Je kunt beter tien besluiten nemen, waarvan er twee niet goed zijn, dan helemaal geen besluiten nemen. Op dat punt vond ik niet alle D66-bestuurders even sterk.”

Nou wil het geval dat juist Pieter Hilhorst als wethouder financiën averij heeft opgelopen. Onder zijn verantwoordelijkheid zijn te veel toeslagen uitgekeerd.

„Ik zal niet zeggen dat Pieter Hilhorst een topbestuurder is – kan ook niet, hij begint nog maar net.”

De PvdA heeft een risico genomen toen ze hem Lodewijk Asscher liet opvolgen als wethouder. Als bestuurder had hij geen ervaring.

„Ja, dat was een risico. Maar hij had een staat van dienst als columnist en als Ombudsman bij de VARA. Hij heeft vernieuwende boeken geschreven over het bestuur. Besturen is ook: weten hoe mensen en bureaucraten in elkaar zitten. En dat weet hij.

„Hilhorst is me komen opzoeken voor de campagne. Ik heb hem geadviseerd afstand te nemen van de landelijke koers. Toen ik in de jaren 60 lijsttrekker was in Amsterdam, hadden we net als hij nu veel last van de regering waar de PvdA in zat. Het kabinet Cals/Vondeling werd als een verzameling regenten gezien. Ik heb me afgezet tegen Vondeling – ín-goede man – onder de leuze ‘Ja, Amsterdammers zijn lastig, maar mogen ze alsjeblieft?’ Ons verlies bleef beperkt, in tegenstelling tot de rest van het land.

„Maar toen Hilhorst afstand probeerde te nemen van de Haagse koers, werd hij in de pers weggehoond. Hij is al afgestempeld. Hij kan het nooit meer goed doen.”

Hilhorst komt niet over als de typische sociaal-democraat. Veel mensen denken bij hem eerder aan GroenLinks.

„Dat dacht ik eerst ook!”

Zaterdag schoot oud-burgemeester Job Cohen al te hulp in Het Parool. Vreest u niet dat het beeld ontstaat dat Hilhorst het niet alleen af kan?

„Daar heb ik mij rekenschap van gegeven. In de zin van: de grafkelders worden geopend en de oude mannen duiken op. Ik zal Hilhorst ook geen ‘goede leerling’ noemen, zoals Cohen in de krant zei.”

Maar u vond dat hulp geboden was.

„Mijn beweegreden is dat ik het draagvlak voor sociaal-democratische gemeentepolitiek in elkaar zie storten. Moet je deze cijfers zien” – hij klapt zijn iPad open – „meer dan 670 wethouders zijn in de laatste collegeperiode in heel Nederland voortijdig opgestapt. Dat zegt iets over de legitimiteit van het bestuur. De komende raadsverkiezingen daalt de opkomst misschien wel onder de 50 procent. De meerderheid van de mensen is dan niet vertegenwoordigd in het stadsbestuur.

„Ik vind het een merkwaardige en zorgelijke beweging. Net op het moment dat gemeenten het volle pond krijgen, dat ze enorme verantwoordelijkheden op zich af zien komen, versplintert het politieke landschap. Er zijn gemeenteraden die uit veertien partijen bestaan. Zo verpietert het draagvlak onder het bestuur. Zie dan nog maar eens goede mensen te interesseren voor het wethouderschap.”

Het is een publiek geheim dat Boris van der Ham voor D66 wethouder zou willen worden in Amsterdam.

„Boris van der Ham? Echt? Daar heb ik wel vertrouwen in.” Van Thijn neemt een slok koffie uit zijn rode mok met in gele letters same shit, different day erop. „O, dat is goed om te horen.”

    • Bas Blokker