Een scheut zon

Het is woensdagmiddag en het loopt tegen drieën. Strakblauwe hemel, ik twijfel: zal ik de racefiets pakken om er voor een paar uurtjes op uit te trekken, of zal ik op de Vlaamse televisie naar de vierde etappe van Parijs-Nice kijken? Het wordt het laatste. Ik profiteer al dagen van het mooie weer. De benen doen er intussen ellendig zeer van. En het is ook niet de bedoeling er even afgetraind uit te zien als een professional.

Een kopgroep van vier snelt door de Beaujolais. Die jongens zullen hun benen ook wel voelen, ze rijden al de ganse dag voorop. De voorsprong bedraagt een schamele minuut, ze worden opgevreten. „Qua weer komen ze er dit jaar genadig vanaf”, hoor ik analist De Cauwer zeggen.

Parijs-Nice is een gevreesde wedstrijd. Vaak zit het weer tegen. Als ik terugdenk aan die koers herinner ik me vooral de kou, de nattigheid en de sneeuw. Overschoenen, handschoenen, lekkende regenjacks. Beenspieren waarin de circulatie tot stilstand is gekomen. Bronchitis, sinusitis, tendinitis. Om maar te zwijgen van de magistrale coup de fringale oftewel hongerklop. En als doekje voor het bloeden een scheut zon aan de Côte d’Azur.

Ik neem de laptop erbij en begin te grasduinen in de historie van ‘de rit naar de zon’. Op de homepage van de koers vind ik een foto van Sean Kelly in volle inspanning. Kelly won Parijs-Nice zeven keer op een rij. Die ging juist vliegen in koud weer. Ik lees over wijlen Jean Leulliot, de organisator die de proloogtijdrit uitvond, die voor het eerst een heel peloton in een vliegtuig verplaatste, die Oostblokcoureurs naar zijn wedstrijd haalde. Die – dat wist ik niet – na de oorlog terechtstond op verdenking van collaboratie met de nazi’s, maar werd vrijgesproken.

De kopgroep is ingelopen en de laatste, pittige beklimming waarvoor de commentator de kijker al een hele poos aan het opwarmen is, begint.

Een voorjaarsklim: de renners zoeken naar de bergbenen op een smal weggetje. Het is demarreren en stilvallen. Tot Tom-Jelte Slagter onweerstaanbaar vertrekt. Alleen Welshman Geraint Thomas kan volgen. De laatste vlakke kilometers verdedigen ze een kleine voorsprong. Zou het een deal worden: Slagter de ritzege, Thomas de leiderstrui? Ik zie ze niet smoezen, maar Slagter wint geraffineerd en zijn kompaan voert nipt het klassement aan.

Tom-Jelte Slagter krijgt op het podium een hand van ceremoniemeester Bernard Hinault. Hij won vijf keer de Tour maar nooit een Parijs-Nice. Grijnzend bekijk ik het filmpje waarin Hinault, in de editie van 1984, in zijn eentje een blokkade bestaande uit demonstrerende arbeiders probeert op te ruimen. Ik heb het hem vaker zien doen. Zou Slagter weten welk groot bokser hij hier de hand drukt?

    • Peter Winnen