Een kans voor jonge kunsthandelaren

De wachtlijst om aan Tefaf te mogen deelnemen is lang. Voor beginnende handelaren is er een alternatief: een ministand in de Showcase. „We hebben ons netwerk hier enorm uitgebreid.”

Porseleinen paneel van de Chinese kunstenaar Gan Daofu uit 2009, te koop bij Showcase-deelnemer Fitzgerald Fine Arts uit New York, gespecialiseerd in moderne keramiek.

Het is een onbereikbare droom voor veel antiquairs en kunsthandelaren: mogen deelnemen aan Tefaf. De wachtlijst voor de Maastrichtse kunst- en antiekbeurs is lang en, anders dan bij de bakker of de slager, is het niet vanzelfsprekend dat wachtenden ‘aan de beurt’ komen. De toelatingseisen voor de meest prestigieuze kunstbeurs ter wereld zijn streng en jaarlijks worden slechts tien tot twintig nieuwe deelnemers verwelkomd.

Het aantal jonge handelaren in Maastricht is daardoor te verwaarlozen. Zes jaar geleden besloot het beursbestuur iets aan de vergrijzing onder de deelnemers te doen. Op het terras van het zelfbedieningsrestaurant ruimde het plek in voor een nieuwe afdeling, de Tefaf Showcase. Omringd door lunchende bezoekers kregen zes of zeven jonge handelaren voortaan de kans zich eenmalig te presenteren in een ministand van maximaal tien vierkante meter.

Uit gesprekken met 5 van de 38 oud-deelnemers blijkt dat de kleine presentaties voor een grote impuls zorgen. Exemplarisch zijn de ervaringen van Jason Jacques, een New Yorkse handelaar in Europees art-nouveauaardewerk. Jacques verkocht in 2009 bijna alle voorwerpen in zijn stand, maar belangrijker vond hij de contacten die hij legde. „In de museumwereld kenden ze ons al, maar door de beurspresentatie hebben we ons netwerk enorm uitgebreid. We leerden belangrijke nieuwe klanten kennen, die ons hebben geïnspireerd om ons programma te verbreden. We verkopen nu ook oude schilderkunst.”

Alan Walker van munthandel Nomos uit Zürich, in 2010 Showcase-deelnemer, is al even enthousiast. „De sfeer op Tefaf is onvergelijkbaar met die in de muntenwereld. In Maastricht leerde ik niet alleen belangrijke muntenverzamelaars kennen, ik wist ook kunstliefhebbers voor mijn specialisatie warm te maken.”

De Showcase bezorgt deelnemers ook veel publiciteit. Etnograficahandelaar Michel Thieme was in 2009 de eerste Nederlandse Showcase-deelnemer. Voor deze krant schreef hij destijds een Hollands Dagboek over zijn verblijf in Maastricht. Onlangs plukte hij daar de vruchten van, toen zich een man meldde bij zijn kunsthandel in Amsterdam. Thieme: „In een plastic mapje had hij mijn uitgeknipte dagboek. Dat had hij bewaard, zei hij, omdat het ooit van pas zou komen. Via hem heb ik een belangrijke collectie kunnen aankopen.”

Ook voor de Showcase bestaat inmiddels een wachtlijst. Jaarlijks schrijven zich zo’n vijftig handelaren in. Kandidaten moeten minstens drie jaar actief zijn en internationaal aanzien genieten. Een commissie onder leiding van voormalig Tefaf-voorzitter Ben Janssens selecteert de deelnemers.

Pas de derde keer dat hij zich had aangemeld, kreeg Hidde van Seggelen vier jaar geleden een uitnodiging. De Londense galeriehouder in hedendaagse kunst vond het bijzonder om elf dagen omringd te zijn door zoveel andere kunstvormen. „Die confrontatie met de oude wereld was heel inspirerend.”

Tussen de restaurantbezoekers en achterin de beurshal is het wel knokken om aandacht, zegt Van Seggelen. Hij plaatste destijds een advertentie in de Herald Tribune. „Vier postzegels groot, maar een waanzinnige exposure.” Door de vele verkopen kon Van Seggelen steeds nieuwe kunstwerken in zijn stand ophangen. Belangrijker, zegt de galeriehouder, was de kennismaking met institutionele en grote Amerikaanse verzamelaars.

Na zijn Showcase-deelname vroeg het Tefaf-bestuur aan Michel Thieme of de grote beurs niks voor hem was. De tribal arts-handelaar aarzelde. Bij de Showcase presenteerde hij stukken die hij in vijf jaar tijd had verzameld. Kon hij in korte tijd voldoende kwaliteit voor een grote stand bijeenbrengen, vroeg hij zich af. Ook aarzelde hij over de kosten. De huur voor een stand in de Showcase bedraagt 5.000 euro, deelname aan de grote beurs vergt een investering van zeker 60.000 euro. Thieme weet inmiddels dat hij de gok volgend jaar graag wil nemen. „Ik wil later liever lachen om een eventueel financieel fiasco, dan dat ik moet huilen omdat ik me als een schuw hert in de bossen heb verscholen.”

Vier handelaren uit de Showcase zijn al gepromoveerd tot Tefaf-deelnemer. De Duitse edelsmid Otto Jakob was vijf jaar geleden de eerste die de overstap maakte. Jakob: „Mijn Showcase-deelname was zo’n succes, dat diverse vaste standhouders me aanmoedigden me voor de beurs in te schrijven.” Jakob is sinds 2009 vaste deelnemer. „Door de Showcase heb ik fans gekregen bij het Tefaf-bestuur.”

Van Seggelen zou ook graag promoveren, maar staat al enige jaren op de wachtlijst. De Londense galeriehouder assisteert dezer dagen in de stand van Ben Janssens, handelaar in Aziatische kunst. Van Seggelen: „Of ik zelf ooit word toegelaten, dat is koffiedik kijken. Wat ik wel weet, is dat het heel hoog op mijn verlanglijstje staat.”

Floris van Wanroij staat dit jaar in de Showcase. De 32-jarige kunsthistoricus handelt sinds vijf jaar in laatmiddeleeuwse sculpturen en oude meesters. Twee jaar geleden schreef hij zich in voor de Showcase. Afgelopen jaar liet hij dat na en ontving hij tot zijn verrassing een e-mail: „Gefeliciteerd, u bent toegelaten tot de Showcase.”

Een lastige opgave, zegt hij, om zijn gebruikelijke beursconcept in Maastricht neer te zetten. „Ik wil oude kunst op een moderne manier presenteren, met een lichte stand, met mooie sokkels en planten.” Normaal huurt hij stands van zeker veertig vierkante meter, in Maastricht moet hij het doen met acht vierkante meter. „Ik neem vijftien stukken mee en daarvan laat ik er hooguit tien zien.”

Verkopen is niet de hoofdzaak, zegt Van Wanroij. Hij wil vooral connecties opdoen en een goed beeld van zijn bedrijf neerzetten. „Bijvoorbeeld laten zien dat ik gedegen kunsthistorische rapporten maak van mijn kunstwerken.”

En dan volgend jaar doorstromen naar de echte beurs? Met een lach: „Dat zou geweldig zijn, maar niet heel realistisch. Ik moet eerst een aantal jaren aan de weg timmeren. En dat is geen punt. Er moet ook iets te wensen overblijven.”

    • Arjen Ribbens