De binnenstad die uitnodigt als een Citylounge

Een moderne stad moet bezoekers het centrum intrekken. Dat is wat het nieuwe station doet.

Markthal in de binnenstad, nog in aanbouw, van architectenbureau MVRDV.

Met glimmend gepoetste schoenen wandelt wethouder Karakus over de gemarmerde leisteen van het nieuwe stationsplein. Onder de zilveren overkapping van het Centraal Station Rotterdam door die als een haaienbek de stad in reikt. Hij wil de binnenstad laten zien.

Er wordt al jaren koortsachtig gebouwd. Rotterdammers zien de contouren van wat de bedoeling is: dat wat citymarketeers de Citylounge noemen. Bezoekers moeten de binnenstad worden íngetrokken. En worden uitgenodigd om te blijven. Zo’n binnenstad presenteert zich dus niet meer als een onneembare veste.

De wethouder is trots op enkele recente cijfers. Er woonden in 1 januari 2014 meer dan 33.000 mensen in de binnenstad. In 2008 waren dat er nog 30.000. Het aantal woningen in de binnenstad is sinds 2008 met negen procent gestegen tot ruim 18.000 in 2013. Er zijn appartementencomplexen gebouwd, maar ook leegstaande kantoren omgeturnd tot woningen. Belangrijk, zegt Karakus, voor de levendigheid. „Zonder bewoners is het uitgestorven na zes uur ’s avonds. En die trekken ook weer restaurants en café’s aan.”

En toeristen: hotels werden gerenoveerd en gebouwd. Het aantal hotelovernachtingen steeg tussen 2008 en 2012 met 23 procent. Dat gaat ongetwijfeld meer worden. The New York Times en de Rough Guide zetten dit jaar Rotterdam op hun lijstje van de tien steden die je dit jaar bezocht moet hebben.

We lopen richting Meent. Geen geparkeerde auto te zien, ondergronds bevindt zich een enorme parkeergarage. Op het Kruisplein vormen de speciaal gekweekte platanen met een Y-vormige stam lange rijen. Door de dubbele stammen moet de bezoeker het idee hebben door een bos te lopen. Het plein wordt de ‘groene loper’ naar de binnenstad.

Nou ja, dé binnenstad. Rotterdam kent nu eenmaal niet één binnenstad, maar verschillende stadsharten. „Die willen we met elkaar verbinden”, zegt Karakus. „Daardoor krijg je meer eenheid”.

Zo was bijvoorbeeld het grote Schouwburgplein vanaf het Stationsplein alleen te bereiken via een verstopt steegje. Nauwelijks te vinden voor toeristen. Nu is er een brede doorgang via een winkelpassage.

Karakus wil ruimte en lucht in de binnenstad. „De binnenstad was als een verloederd huis. Dat kan je niet in een keer vernieuwen want dan moet iedereen eruit. We knappen het kamer voor kamer op, en zetten ook overal deuren tussen.”

We lopen naar de Lijnbaan. De zestig jaar oude straat is volledig gerestyled. Natuurstenen bestrating, nieuwe verlichting en meer groen en bankjes. „Je komt zo aanlopen, koopt daar een ijsje en gaat daar zitten onder die boom”, zegt Karakus. Hij houdt van rustmomenten in een straat, zegt hij.

Niet iedereen is blij met de bouwdrift. Het geld gaat te veel in stenen zitten en te weinig in mensen. Hoe kun je nu dure complexen bouwen als veel Rotterdammers van een uitkering of laag inkomen moeten rondkomen, is de kritiek. En: met de enorme appartementencomplexen als Calypso en 100Hoog bouwt hij voor leegstand. Dat geldt ook voor nieuwe kantoorruimte zoals in De Rotterdam, het recent geopende gebouw van architect Rem Koolhaas. Daardoor komen elders kantoren leeg te staan.

Een kwestie van lef, vindt Karakus. Rotterdam wil meer hogeropgeleiden trekken. Dan moet je wel goede huisvesting bieden. In tijden van crisis moet je juist bouwen, dan ben je klaar als de crisis afzwakt. Bovendien levert bouwen werkgelegenheid op. Hij is ervan overtuigd dat alles vol komt. „Kijk naar Calypso. Het zou een ramp worden om huurders en kopers te vinden.” Met enig triomf in zijn stem: „Vrijwel alles is verkocht of verhuurd.”

Het Stadhuisplein. Aan de overkant van de Coolsingel, ligt het statige Stadhuis in neorenaissance stijl, van begin twintigste eeuw. Helaas staat het bakstenen restaurant Saint-Tropez er een beetje rottig voor. „Dat gaat dus weg”, zegt Karakus. Zijn arm maakt een maaibeweging. Net als de plastic tenten in allerlei kleuren waarmee de uitbaters op het plein hun zaken hebben uitgebreid. „Het wordt hier mooi strak.”

Richting Grote Markt. Daar verrijst een publiekstrekker: een gigantische markthal. Achter de muren van het poortvormige gebouw zitten woningen. Eronder gaan ondernemers vanaf eind dit jaar hun waar uitstallen. Als Karakus de ogen sluit ziet hij een overvloed aan verse vis, talloze soorten worst, kazen, olijven en wijnen uit de hele wereld. Verse broden en vele groenten. En natuurlijk restaurants en cafés.

De bewoners van de markthal zullen er constant van kunnen genieten: de helft van de appartement heeft ramen met uitzicht op de markt. De penthouses hebben glazen vloeren in hun patio zodat ze diep onder zich de marktbezoekers zien krioelen.

    • Sheila Kamerman