• Ik

Celwanden

Als jonge advocaat krijg ik een rondleiding door het cellencomplex van de rechtbank in Amsterdam. De cipier en ik staan voor een lege cel. Hij legt mij uit dat verdachten al hun bezittingen moeten inleveren voordat zij achter slot en grendel gaan. Ik kijk verbaasd naar de bekladde wanden van de cel en vraag mij

Als jonge advocaat krijg ik een rondleiding door het cellencomplex van de rechtbank in Amsterdam.

De cipier en ik staan voor een lege cel. Hij legt mij uit dat verdachten al hun bezittingen moeten inleveren voordat zij achter slot en grendel gaan. Ik kijk verbaasd naar de bekladde wanden van de cel en vraag mij af hoe verdachten dan aan viltstiften komen. De cipier heeft daar geen verklaring voor en loopt door.

Ik blijf alleen achter en staar naar de teksten op de celwanden.

Tussen alle scheldwoorden valt mij één volzin op: „God schiep mensen en dieren, geen rechters en officieren.”

Jan van Hövell tot Westerflier

    • Ik