Zondagskind Aronian mag zich bewijzen

Acht schakers gaan vanaf morgen uitmaken wie wereldkampioen Carlsen gaat uitdagen. De Armeen Aronian is de grootste kanshebber.

Is er iemand in de schaakwereld die Magnus Carlsen kan onttronen? Sinds hij vorig jaar wereldkampioen werd is hij een superster, binnen en buiten de schaakwereld. Levensgroot staat hij op de billboards van de kledinglijn G-Star Raw, met een grimmige blik die past bij het merk.

In januari schaakte hij in Californië tegen Mark Zuckerberg van Facebook en in Londen tegen Bill Gates van Microsoft. Ze konden er niets van, maar als een ervaren beroemdheid deelde Carlsen hoffelijke complimentjes uit.

De afgelopen week speelde Carlsen een serie lichtzinnige wedstrijden in Brazilië voor het Festival van de Druif, waar hij bij gebrek aan waardige tegenstanders over de concurrentie heenliep. In Noorwegen is hij een nationale held en als daar een verkiezing voor de grootste Noor aller tijden zou zijn, maakt hij een goede kans. Drie Noorse steden verdringen elkaar om in november zijn volgende WK-match te mogen organiseren.

Carlsen is met afstand de eerste op de internationale ratinglijst en hij wint bijna alles wat hij speelt. Je vergeet bijna dat het een jaar geleden nog kantje boord was dat hij in Londen het kandidatentoernooi won, alleen door een vreemde tiebreakregel die besliste dat niet Vladimir Kramnik maar hij de WK-match tegen Anand mocht spelen.

Donderdag begint in de Siberische oliestad Chanty-Mansiysk het nieuwe kandidatentoernooi waarin de komende weken wordt uitgemaakt wie in november tegen Carlsen om het wereldkampioenschap mag spelen. Het is een dubbelrondige achtkamp met Anand, Levon Aronian, Vladimir Kramnik, Veselin Topalov, Sergei Karjakin, Peter Svidler, Sjachriar Mamediarov en Dmitry Andreikin. Een sterk veld met drie oud-wereldkampioenen, Anand, Kramnik en Topalov. Het minst bekend en op papier de zwakste is de jonge Rus Andreikin (24), maar dat er in dit toernooi geen makkelijke slachtoffers zijn, blijkt al als je kijkt naar diens score vorig jaar tegen Kramnik: drie keer gewonnen, één keer verloren.

Aronian en Kramnik zijn de favorieten, en dan vooral Aronian, die achter Carlsen tweede op de wereldranglijst staat. Voor Kramnik is het misschien de laatste kans om een gooi naar het wereldkampioenschap te doen. Hij is 38 jaar en hij heeft al vaak gezegd dat hij omstreeks zijn veertigste jaar iets anders wil gaan doen.

Naast Aronian en Kramnik wordt soms Topalov als een kanshebber genoemd, maar niemand noemt Anand, de vorige wereldkampioen. Die was duidelijk bang voor Carlsen in hun match van vorig jaar en eigenlijk leek hij al een paar jaar bang voor het schaakspel zelf. Het spelplezier ontbrak.

Aronian werd een paar jaar geleden door de Russische commentator Sergei Sjipov „een diabolisch talentvolle luiaard” genoemd. Iemand die meer heeft meegekregen dan anderen en die gave bekwaam gebruikt om niet meer inspanning te leveren dan nodig is. Misschien heeft Aronian het zich aangetrokken. Een luiaard kan hij beslist niet meer zijn, dat zie je aan zijn openingsrepertoire, waar vele maanden van harde arbeid in moeten zijn gestopt. De allure van een zondagskind heeft hij nog steeds. Het lijkt vaak zo makkelijk te gaan hoe hij partijen en toernooien wint. Hij weet veel van literatuur en muziek en als anderen tijdens het Tata Steel toernooi in Wijk aan Zee voor hun computerscherm zitten, gaat Aronian naar het Bimhuis in Amsterdam voor de jazz. Vaak lijkt het door zijn ironische manier van praten en schrijven alsof hij zichzelf niet helemaal serieus neemt.

Een tijdje had hij een snorretje (gelukkig maar kort) en op zijn Facebookpagina zette hij toen foto’s van de acteur Peter Sellers in de rol van de stuntelende inspecteur Clouseau naast foto’s van zichzelf . Niet iedere wereldkampioenskandidaat kan zo om zichzelf lachen.

Zijn ironie maakt Aronian geen mak lammetje. Toen hem werd gevraagd hoe hij het zou doen in een match tegen Carlsen, zei hij: „Ik denk dat ik het erg goed zou doen, maar dat zegt niets over Carlsen. Ik vertrouw er op dat ik het tegen iedereen goed zou doen.” Hij kent zijn kracht.

    • Hans Ree