Waar zijn al die Bulgaren en Roemenen toch?

Er werd een ‘tsunami’ van Bulgaren en Roemenen voorspeld. Minister Asscher sprak over ‘code oranje’.

Maar er kwamen veel minder arbeidsmigranten dan verwacht.

De rolluiken van de Bulgaarse supermarkt Sofia in Rotterdam-Zuid zijn tot de grond toe dicht. En dat is al een tijdje zo. Twee straten verder zit Gizhiran Hyusein in zijn supermarkt Rumi. De winkel staat vol met Bulgaarse kazen en worsten en een onvoorstelbare hoeveelheid haarverfmiddeltjes. Maar er zijn geen klanten.

De ‘tsunami’ van Bulgaren en Roemenen, die sinds 1 januari geen werkvergunning meer nodig hebben in Nederland, kwam er niet. Of in elk geval: nog niet. Sinds begin dit jaar schreven zich zo’n 954 Roemenen en Bulgaren in bij Nederlandse gemeentes – in die tijd kwamen er bijna 6.000 Polen.

Morgen praat de Tweede Kamer met minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) over arbeidsmigratie. Het afgelopen half jaar gingen zulke bijeenkomsten bijn a alleen over Bulgaren en Roemenen – en over Asschers pogingen om ‘Brussel’ ervan te overtuigen dat het vrije verkeer in Europa ook nadelen heeft.

De minister zelf waarschuwde in augustus vorig jaar dat in Nederland ‘code oranje’ gold, alsof de dijken op doorbreken stonden.

Overdreven?

Nee, vinden de meeste politieke partijen en ook Asscher zelf. Het ging hém, zegt hij, vooral over het probleem van verdringing op de arbeids markt en de uitbuiting van werknemers. „En dat probleem ís er.”

Afgelopen maandag heeft hij het er in Brussel weer over gehad met Europese collega’s. Asscher gaat ervan uit dat de Franse minister én zijn nieuwe Duitse collega zijn zorgen delen.

En de cijfers? „Die zeggen mij niet zoveel. Ik durf nog niet te zeggen of dit uiteindelijk betekent dat er ook minder zullen komen.”

Tweede Kamerlid Elbert Dijkgraaf (SGP) zegt dat het hem „zeer zou verbazen als ze niet alsnog massaal gaan komen”. „De armoede in die landen is zo groot. En als je kijkt naar de historie van immigratie: je lopen er altijd een paar voorop en als de weg gebaand is, volgt de rest. Ik verwacht dat het aantal nu per maand toeneemt.”

Blik Roemenen en Bulgaren

Volgens SP-Kamerlid Paul Ulenbelt zijn de Nederlandse uitzendbureaus in Bulgarije en Roemenië nog maar net begonnen met het werven van arbeidskrachten. „De kassen in het Westland zijn voorzien, maar straks moet er worden geoogst op de volle grond. Dát is het echte werk.” Volgens Ulenbelt zijn er al land- en tuinbouwers die hebben aangekondigd dat ze hun Polen willen vervangen door Roemenen en Bulgaren. „Die Polen beginnen hun rechten te kennen, ze zien wat hier normaal is en horen dat ook van anderen: de FNV heeft een Polen-brigade rondlopen. Werkgevers trekken nu veel liever een blik onwetende Roemenen en Bulgaren open.”

Ook politieke partijen die de angstbeelden vóór 1 januari al overdreven vonden, noemen het ‘wat vroeg’ voor conclusies. „Maar dit zijn zeker geen cijfers waar ons sociale zekerheidsstelsel van omvalt”, zegt GroenLinks-fractievoorzitter Bram van Ojik. „Er zullen er ook vast nog meer komen, maar er gaan dan ook weer mensen terug. De waarschuwing voor een dijkdoorbraak lijkt me toch net te voorbarig te zijn geweest.” Ook D66-Kamerlid Steven van Weyenberg is voorzichtig tevreden: „De aantallen kunnen nog veranderen, maar de grote woorden zijn niet uitgekomen.” Nederland, vindt D66 al heel lang, moet vooral de economische zegeningen tellen van het vrije verkeer.

Minder werk door de crisis

In Rotterdam heeft eigenaar Hyusein van supermarkt Rumi sinds 1 januari geen nieuwe klanten gezien. Hij zag ze wel vertrekken. „Naar Duitsland en België, daar is meer werk.”

Donka, eigenaresse van de Bulgaarse supermarkt Roos, die liever niet met haar achternaam in de krant wil, ziet ook geen nieuwe klanten. „Waar moeten die vandaan komen? De Bulgaren die uit Bulgarije wegwilden, zijn allang vertrokken.”

Dat zegt ook hoogleraar sociologie Godfried Engbersen van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij had al voorspeld dat er niet veel zouden komen. Arbeidsmigranten komen natuurlijk voor werk, zegt Engbersen. „Door de economische crisis is dat juist schaarser geworden. Dat geldt ook voor zwarte baantjes in de horeca en de schoonmaak.”

Bulgaren en Roemenen hebben in Nederland meestal geen netwerk van familie of vrienden dat hen kan opvangen. Ze vertrekken vaker naar landen dichter bij huis of naar landen waar ze zo’n netwerk wel hebben. Bulgaren gaan vaker naar Duitsland.”

Het kan zelfs zo zijn dat de cijfers vertekenen, zegt Engbersen. „Steden zetten sterk in op registratie. Daardoor zullen ook Roemenen en Bulgaren die al in Nederland waren, zich nu hebben ingeschreven.”

Engbersen denkt niet er alsnog heel veel Bulgaren en Roemenen zullen komen.

Uitzendbureau Tempo-Team werft veel arbeidskrachten in Polen en maakt gebruik van een aantal werving- en selectiebureaus met medewerkers die Pools en Nederlands spreken en beide landen kennen. Tempo-Team richt zich nog niet op Bulgarije en Roemenië. „Het opzetten van een wervingskanaal kost veel tijd en geld”, zegt Melanie Rensen, manager bij Tempo-Team. „Dat doen we alleen als er zoveel vraag is naar arbeidskrachten dat dat rendabel wordt. Dat is op het moment niet zo. Met de Poolse en Hongaarse arbeidsmigranten kunnen we prima aan de vraag voldoen.”