VVD is kritisch op eigen minister in debat in senaat over rechtsstaat

In een volgend kabinet moet de politie weer worden ondergebracht bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, in plaats van bij Veiligheid en Justitie. Momenteel is sprake van een „ongewenste machtsconcentratie” bij dat ministerie, vindt de senaatsfractie van coalitiepartij PvdA. Ook de SP en D66 vinden dat bij een volgende kabinetsformatie de „machtsbalans moet worden hersteld”.

Gisteravond debatteerde de Eerste Kamer over het functioneren van de rechtsstaat met ministers Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) en staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD). De senaat was kritisch en diende voor haar doen een groot aantal voorstellen in – acht moties – om het kabinet op sommige onderwerpen op andere gedachten te brengen.

Het debat was bedoeld om het functioneren van de rechtsstaat in zijn algemeenheid te bespreken, maar de senaatsfracties richtten zich ook op losse onderdelen, zoals de gefinancierde rechtsbijstand en het strafrecht. De coalitiefracties waren streng voor hun ministers. Zo zei VVD-senator en advocaat Anne-Wil Duthler dat haar fractie „zich nauwelijks kon voorstellen” hoe het kabinetsvoornemen om straffen meteen uit te voeren, zonder dus het hoger beroep af te wachten, in overeenstemming te brengen valt met het onschuldbeginsel.

Ook verzocht de VVD minister Opstelten om de hoogte van de griffierechten opnieuw te bezien, omdat midden- en kleinbedrijf en individuele personen zich de hoge kosten om een rechtszaak te voeren niet kunnen veroorloven. Opstelten zegde toe daar „goed naar te kijken”.

Het kabinet komt verder binnen drie weken met een voorstel over de toekomst van de bestuursrechtspraak. In het regeerakkoord staat dat de Raad van State wordt gesplitst in een rechtsprekend en een adviserend deel. Het rechtsprekende deel moet fuseren met de twee andere bestuursrechtelijke colleges, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De vraag is nog of dat bínnen de Raad van State gebeurt, of dat er een nieuw college wordt opgericht.