Vertrouwen in PvdA en VVD weg

De luchthartigheid bij de kabinetsformatie maakte de kiezer argwanend, aldus Hans Wiegel.

‘Vertrouwen komt te voet en gaat te paard’. Die wijze spreuk kwam mij in gedachten toen ik wat zat na te denken over de situatie waarin VVD en PvdA nu verkeren.

Een aantal kranten schreef dat de huidige coalitie inmiddels al heel wat van de in het regeerakkoord afgesproken plannen heeft weten te realiseren. Dat is ook zo. Ook het CPB kwam met goed nieuws.

Hoe kan het dan, dat beide partijen zo laag staan in de peilingen, nu een week vóór de verkiezingen?

De eerste verklaring is dat het juist die maatregelen zijn waar hun kiezers tegen zijn. De tweede is – en dat ligt dieper – dat velen het vertrouwen in hun oude partijen zijn kwijtgeraakt.

Dat gebeurde al direct na de kabinetsformatie. Allereerst was er het tweegesprek op de televisie van Rutte en Samsom. Ze waren jolig. Hadden het toch maar gefikst! Bij mij kwam toen al de vraag op: hoe zou dat vallen? Past dat wel bij wat wij in ons land van politieke onderhandelingen vinden? Dat er (het calvinisme in onze volksaard) serieus en hardnekkig geformeerd moet worden. Lijden. Afzien. Zo veel mogelijk van je eigen program opgeschreven willen krijgen. Inhoudelijke compromissen bakken. Dus ook gedetailleerde akkoorden. Gestold wantrouwen.

Het feit dat VVD en PvdA – van oudsher elkaars grootste tegenstanders – zomaar opgewekt en kort aan tafel hadden gezeten, leidde meteen tot argwaan bij de eigen kiezers. Die werd nog groter toen bleek dat beloften, die kort voor de verkiezingen waren gedaan (duizend euro voor iedere werkende, geen gemorrel aan de hypotheekrente-aftrek) plotsklaps in de prullenmand waren verdwenen.

Binnen de kortste keren brak in de VVD een opstand uit. De inkomensafhankelijke zorgpremie. Aangelierd door PvdA-voorzitter Spekman met zijn schop tegen de liberale schenen: „nivelleren is een feest”. Ook nog wegwuiven van het feit dat de coalitie geen meerderheid in de Eerste Kamer had en dat zoiets geen enkel probleem zou zijn. Je kon ze al horen sissen en snuiven, daar in de Senaat. Het broodnodige vertrouwen ging dus te paard.

Maar hier werd – en dat was positief - wel wat aan gedaan. Het duurde even. Vertrouwen terugwinnen is ook heel moeilijk. VVD en PvdA vonden D66, ChristenUnie en SGP bereid op een aantal belangrijke punten de coalitie in de Eerste Kamer aan een meerderheid te helpen. Dat kostte natuurlijk wat, maar voor niets gaat alleen de zon op.

Nu worden de drie betrokken bij de komende begroting. De ChristenUnie gaf een schot voor de boeg. En D66 eist voor 2015 een forse verlaging van de inkomstenbelasting. Een oud punt van de VVD.

Volgende week woensdag wordt een spannende dag. Daarna proberen weer een stapje zetten op de weg naar herstel van vertrouwen. Doorgaan met hervormen. Ombuigen via bezuinigingen en niet door lastenverzwaringen. Simpel en helder beginnen. Gewoon die oliedomme accijnsverhogingen terugdraaien. Met erkenning dat dit een ondoordacht besluit was.