Verhuizing beroemd onderzoeksinstituut is ook einde

Een afgelegen wetenschappelijk retraite-instituut met beroemde namen dreigt langzaam te sterven, volgens Liesbeth Koenen.

Voor een opmerkelijk maar zelden opgemerkt onderzoeksinstituut van de Akademie van Wetenschappen is er naar mijn stellige overtuiging een zachte dood ophanden. Nou heb ik er net vijf maanden gewerkt en gewoond, dus objectief ben ik niet, maar ik weet nu wel exact wat dat Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences -- kortweg NIAS -- doet.

In de Wassenaarse bossen, vlak bij de duinen en de zee, werken sinds 1971 elk jaar zo'n vijftig wetenschappers vijf of tien maanden lang ongestoord aan hun onderzoek. Het gaat er over geschiedenis, het recht, sociologie, taal, economie, filosofie, muziek, literatuur, psychologie. Henk Wesseling begon er aan zijn Afrikageschiedenis Verdeel en Heers, Jonathan Israel legde er de laatste hand aan Radical Enlightment, Frits van Oostrom kon daar twee bekroonde boeken over onze middeleeuwse literatuur afmaken. Van Peter Burke tot Willem Wagenaar, van Arnold Heertje tot Louise Fresco, allemaal verbleven ze op het NIAS. Ook voor een schrijver en een journalist is er plaats. David Mitchell deed onderzoek voor zijn Deshima-roman The Thousand Autumns of Jacob de Zoet en David van Reybrouck werkte aan zijn later met prijzen overladen Congo.

Dergelijke instituten heb je overal, in Uppsala, München, Parijs en Boedapest. Het beroemdste is denkelijk Princeton, waar ex-KNAW-president Robbert Dijkgraaf nu de baas is. En ook dat ligt afgelegen, ver van alles.

Maar nu groeide bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen het idee om alle geesteswetenschappeninstituten in één groot Humanities Centre onder te brengen. Maar liefst vier zouden ook fysiek moeten verhuizen naar het leeggekomen Tropeninstituut in Amsterdam.

Nu is het NIAS kalm, klein, overzichtelijk. Je kunt dag en nacht terecht in je werkkamer. Het NIAS heeft een eigen ritme, eigen rituelen. De oprijlaan wordt in de herfst van goud. Er zijn herten als je geluk hebt, en roodbruine eekhoorntjes. Is dat belangrijk? Gek genoeg wel.

In Amsterdam geen bij elkaar gelegen oude villa's en een congresgebouw in het stille groen. Naast het bureau van de Akademie op de Kloveniersburgwal komen twaalf appartementen. Tegenover de dertig op het terrein in Wassenaar, waar vaak bezoekers van een workshop verblijven.

Sommigen zou het heerlijk lijken in de Amsterdamse binnenstad te wonen. Maar bij alle voors en tegens ziet bijna iedereen dit gevaar: eenmaal verhuisd kan er gemakkelijk steeds iets meer van het NIAS afgeknabbeld worden. Een simpel doelwit voor bezuinigingen, en die zijn of komen er altijd. Tot je hooguit een paar speciale fellowships overhebt, liefst gesponsord door anderen. Eeuwig zonde.