Tweespalt bedreigt Tea Party

De blije sfeer op het congres van de Tea Party is schijn. Er is ruzie en gebrek aan leiderschap.

Het begon vijf jaar geleden met een schreeuw. Op tv-zender CNBC hield presentator Rick Santelli een lange tirade tegen Amerikanen die onbetaalbare hypotheken aangingen. Het was middenin de kredietcrisis, Barack Obama was net een paar weken president. Santelli riep kijkers op de straat op te gaan. „We beginnen in Chicago!”, schreeuwde hij. Conservatieve kopstukken en rijke geldschieters haakten aan. De Tea Party was geboren.

Vijf jaar later wordt er nog steeds geschreeuwd bij de Tea Party. De beweging heeft steeds meer greep gekregen op de Republikeinse partij. Tientallen aanhangers zijn gekozen in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Dit jaar, als er verkiezingen zijn voor een deel van het Huis en een deel van de Senaat, dagen Tea Party-kandidaten de gevestigde orde in talloze districten uit.

Maar de beweging dreigt ten onder te gaan aan tweespalt. Een leider is er nog steeds niet, laat staan een helder programma. Boven alles vragen de sympathisanten zich af: hoe kunnen we activistisch blijven nu het primaire doel, politieke invloed, is bereikt?

Het afgelopen weekend kwam de harde kern van de Tea Party samen op het conservatieve congres CPAC in National Harbor, bij Washington DC. Iedere conservatief die overweegt zich kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen van 2016, liet zich hier zien. Het publiek was jong – de meeste aanwezigen waren zelfs jonger dan 25 jaar.

De sfeer was carnavalesk in National Harbor, met steltlopers en bezoekers in Star Wars-tenue. Achter deze uitgelaten stemming heerste ongemak en onvrede. Brent Bozell, een prominente denker in de beweging, zei: „De beweging is versnipperd. Mensen vluchten bij bosjes. Er ontstaat groepjesgedrag.” Congreslid Paul Ryan, een politieke voorman, zei in een speech, half grappend: „Er is verdeeldheid, onderlinge strijd, spanning. Ik ben Iers. Wij noemen dit een familiereünie.”

Elite

De Tea Party kende nooit een leider. De standpunten waren niet in beton gegoten. Wat de beweging bond, was een groot wantrouwen tegen de overheid, de Democraten, de media, én de eigen partij. Maar nu komt de Tea Party erachter dat de beweging zélf de elite is geworden. Tientallen Republikeinse Congresleden zijn gekozen omdat ze trouw beloofden aan de ideeën van de Tea Party.

Mitch McConnell, de leider van de Senaatsfractie en voor de Tea Party het symbool van corrupt centrisme, kwam op CPAC met een geweer in zijn hand het podium oplopen. Zo wilde hij eer bewijzen aan de Tea Party. In de zaal was hij vooraf nog uitgemaakt voor ‘RINO’, Republican In Name Only, maar met zijn onderdanigheid kreeg hij applaus.

Het gebrek aan leiders breekt de beweging nu op. De conservatieven die zichzelf opwerpen als voorman, hebben tegengestelde belangen. Paul Ryan is een ‘begrotingshavik’, die vooral de staatsschuld wil aanpakken. Senator Ted Cruz uit Texas staat voor een totale oorlog met Obama, en een actieve buitenlandse politiek.

Informele leider

Als iemand de informele leider van de Amerikaanse Tea Party moet zijn, dan is het Rand Paul. De libertaire senator uit Kentucky won dit weekend met gemak een opiniepeiling onder de aanwezigen. Hij kreeg een staande ovatie toen hij, zwaaiend met zijn armen en zijn stem galmend door de zaal, uitriep: „We moeten dapper blijven. Of zijn we mooi-weerpatriotten? Laten we onze boodschap verwateren? Trekken we ons terug zodra er geschoten wordt? Zijn we lafaards?”

Het probleem van de Tea Party is het eigen succes. Er is macht, maar dat betekent ook dat er zaken in politiek Washington gedaan moeten worden. Congresleden met nauwe banden met de beweging, zoals Afgevaardigde Paul Ryan en senator Marco Rubio, doen opeens zaken met de Democraten. Ryan voorkwam een tweede sluiting van de federale overheid door een begrotingscompromis uit te werken met de Democraten.

Rubio werkt aan een plan om illegale migranten een verblijfsstatus in de Verenigde Staten te geven. De achterban, zo bleek op CPAC, ziet dit als tornen aan de principes van de Tea Party, die groot werd door overal tégen te zijn. Ted Cruz, na Rand Paul de populairste man van het weekend, zei dat compromissen uit den boze moeten blijven. Zijn argument: gematigde politici winnen óók geen verkiezingen. „Vraag maar aan president Bob Dole, president John McCain en president Mitt Romney.”

Dit weekend kwam een tweede schisma in de rechtervleugel van de Republikeinse partij naar boven. De Tea Party is van oudsher isolationistisch: overzeese bemoeienis is zinloos en duur. Maar dit weekend pleitte Ted Cruz hartstochtelijk voor ingrijpen in Oekraïne, waar „de laarzen van de Russische beer” verjaagd moeten worden.

En er was een glorieuze terugkeer van John Bolton, als VN-ambassadeur ooit het neoconservatieve gezicht van de regering van George W. Bush. Hij verweet Obama in een toespraak te aardig te zijn tegen Rusland en Iran. Daar tegenover staat Rand Paul, die nog altijd vindt dat Amerika niets over de grens te zoeken heeft. „Het laatste dat we nodig hebben”, schreef Paul maandag op de conservatieve website breitbart.com, „zijn stoer pratende politici die zelf nog nooit een oorlog hebben meegemaakt.” Hij doelde op Cruz.

De spanning in de Tea Party baart de conservatieve activist Brent Bozell zorgen. Bozell is oprichter van het Media Research Center in Virginia, een organisatie die „progressieve vooroordelen” in de pers wil ontmaskeren. Bozell: „Conservatieven winnen als ze verenigd zijn door een gemeenschappelijk doel, zoals in de tijd van de Koude Oorlog. Er zijn kliekjes ontstaan. Wie voor lage belastingen is, heeft een clubje. Wie tegen abortus is ook. We moeten weer een beweging worden met strak omlijnde principes, anders gaan we aan onze verdeeldheid ten onder.”