Tussen glamour en vervreemding

De mooiste films die zich afspelen in hotels gaan over glamour en luxe, maar ook over vervreemding en verveling.

Een hoogtepunt in de geschiedenis van de stille film: Der letzte Mann van F.W. Murneau (1924). Oude hotelportier raakt zijn baan kwijt bij een weelderig hotel in Berlijn. Hij wordt verbannen naar de toiletten, maar keert ’s nachts stiekem terug naar zijn oude baan. Baanbrekend gebruik van mobiele camera.

Hollywood haalde alles uit de kast voor Grand Hotel (1932). Greta Garbo, John Barrymore, Joan Crawford, Wallace Beery en Lionel Barrymore zijn de hotelgasten, in verwikkelingen rond onder meer een gestolen halsketting. De film waarin Garbo de gevleugelde woorden sprak: „I want to be alone.”

Tijdens een vertoning in het Witte Huis van L’année dernière à Marienbad (1961) van de betreurde Alain Resnais, was John F. Kennedy al spoedig onder zeil. Hotelgasten in een kuuroord kennen elkaar wel of niet van een eerder bezoek aan Marienbad, in film die speelt met droom en werkelijkheid.

Het hotel als nachtmerrie, gebouwd op een begraafplaats van Native Americans. Het Overlook Hotel in The Shining (1980) van Kubrick is ingesneeuwd tussen november en mei, zodat conciërge Jack Nicholson de tijd heeft om aan zijn roman te werken. Zijn zoontje ontdekt dat het niet pluis is in kamer 237.

Het hotel als schouwplaats van existentiële verveling, en vluchtige ontmoetingen in gedempt licht. In Lost in Translation van Sofia Coppola ( 2003) ontmoet Scarlett Johansson, de verwaarloosde vriendin van een fotograaf, Bill Murray, die een filmster speelt die in Tokyo een commercial komt opnemen.

    • Peter de Bruijn